| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Nootboek
|
|
| |
|
|
| |
Flarden, echo's, notities... Aantekeningen.
En annotaties...
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag 16 juni 2007
Roeping
Een
zaterdaghuis, is het. Dat moet ook de reden zijn waarom het nog
niet is afgeraakt. Waarom er nu, na al die maanden, nog niemand woont.
Leeft. Liefheeft. Alleen op zaterdag wordt er aan het huis gewerkt. De
gevel heeft een gele steen. Niet mooi, nee. De stijl van dertien in een
dozijn. Het valt niet op. En het valt niet tegen, straks, dat huis.
Klassiek, degelijk, franjeloos. Een oervlaams avontuur dat saaier afloopt
dan het begonnen is. Met tweeën zijn ze, soms met meer, de mannen. Hun
mortelkuipen bevinden zich intussen op twee hoog. De stellingen beven
onder hun gewicht. De planken veren na bij elke tred. Het zijn professionals,
dat zie je zo. Bouwvakkers uit roeping. Van natuur. Wie geen roeping
heeft, geeft geen volle vrije zaterdag prijs om nog ‘ns krek hetzelfde
te doen als wat je een hele week al deed. Ze dragen een helderblauw pak.
Een overall, zo heet dat hier. Ze blijven in de weer, de mannen. Ze
weten wat werken is, mijnheer. Ze houden van hun werk. Weten we veel
naar welke partij bij verkiezingen hun stem uitgaat. Wel weten we dat ze
met hun werk, met klampsteen of poldermoef, nu al mijn open einder
hebben dichtgebouwd. Potdicht. Voorgoed. De mannen van de zaterdag…
Niets weten ze van mijn woede. Niets van mijn onmacht om het open veld dat
met hen verdwijnt. Ze zijn schuldig en ze beseffen het niet. Misschien is
dat wel zo met elk van ons. Dat we schuldig zijn en dat we daar, terwijl
we maar blijven doorgaan met ons nuttig te maken, gelukkig nog nooit iets
van hebben gemerkt.
(Nootboek. Annotaties.
Za 16/06/2007 – Roeping
(Za
16/06/2007) (Annotaties/17)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 23 januari 2007
Houtland
(19387)
Alsof
men op een dag terug moet zijn van waar men nooit is weggeweest. Alsof
iets een uitleg hoeft en elk schrijven alleen een blog aan het been zou
zijn. Alsof stilte enkel in het eigen hoofd bestaat. En een ander bij een
ander ooit iets anders zoekt dan wat hij alleen maar in zichzelf herkennen
kan. Zo wil ik dat het is. Kijken hoe het is. Het aftandse registrerend.
Wat verglijdt. Wat valt. Zien en zeggen. De dingen gaan voorbij. Andere
houden doodleuk op. Moederbord dat crasht. Scherm dat brokkelt. Korrels
laten los. Dakpannen gaan als vliegers op. Blijvend waar ik was, zat ik.
In het oog van de storm: een dier dat aan zijn lichtbak hecht. En beweert.
Bezweert dat het niets is. Dat het – hoog en zetelend in zijn Houtland -
niets is van alles wat vergankelijk is, dat hij hier ooit nog zoeken wil.
Nootboek. Annotaties.
Do 23/01/2007 – Houtland
(Di 23/01/2007) (Annotaties/16)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Maandag 25 december 2006
Over het gedicht...
(19358)
Eigenlijk
zou je elk gedicht kunnen zien als een notitie… Een notitie bij zijn
eigen ontstaan. Genese. Commentaar. Toegevoegde waarde. Veel achteloosheid
met hoofdletter. Achteloosheid die zich heeft vermomd. Bestudeerde,
teruggevonden achteloosheid. Zeer gearrangeerd en toch hachelijk in die
rare spanning, in die kalme tussentijd van voor het ontstaan. Over het
vinden wat niet te vinden is. Over het zoeken naar de laatste vorm…
Velen – verteerd door ongeduld, ambitie en nog zoveel blinde dingen
meer - branden de vingers. Want
alles wat niet beantwoordt aan wat voorafgaat… Alles wat voorbijgaat aan
de wetten van het ontstaan die in hun beste vorm strikt persoonlijk en
niet eens eerder zijn geformuleerd, is en blijft een notitie. Geen
gedicht.
(Over
het gedicht. Zondag 24 december 2006)
Nootboek. Annotaties.
Ma 25/12/2006 – Over het gedicht
(Ma
25/12/2006)(Annotaties/15)
|
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 9 december 2006
De huls, het vlies, de
tijd...
(19342)
Hoe te schrijven! Het
ontginnen van mijnen. Het ontmijnen van wat in de open valkuilen van het
al te verregaand verhaal op jou te wachten ligt. Zo te schrijven dat
mensen benieuwd raken naar de persoon achter de tekst… Is het dat? Komt
het aan het eind van elke zin dan toch nog daar op neer. Neen. Dat is niet
waar het echt om gaat, al is ook dat niet van elk belang gespeend. Het is;
alles ineen is het. Onbelangrijk is het en het is het niet. Je waardeert
hoe een ander formuleert. Je herkent wat de moeite is. Je ruikt het al van
ver. Je glimlacht om wat mooi is en laat het zeuren aan je kop. Maar meer
nog herken je wat aan het formuleren is vooraf gegaan. De spankracht van
de leegte van het woord toen dat nog niet geschreven was. De huls, het
vlies, de tijd… Ergens lees je over goed
kijkgerief en een heuse rockchick hier en daar.
Over stemmen als goede wijn; de
hyperfictie in een vrouwenstem. Die niet te hebben. Het voorgoed met iets
dat hoekiger is, te moeten doen. Maar net zo goed weten wat het is… Dat
het wachten is. Niet op de lezer. Maar op de tekst die vol achteloosheid
steekt terwijl hij nooit zo is bestudeerd. Wat het steeds vaker is? Het is
het geluid van een ademhaling. De intensiteit waarmee men wacht en waarmee
men terzelfdertijd dingen over dat wachten leert. De mate van. De maat
waarmee men, stokoud, de dingen meet. Het is het ingekeerde werk. Het zijn
de scrupules. Het is de structuur. Het is het bedelen, het laffe bedelen
om de aandacht van een tekst die even grillig als weerloos is maar zich
nog lang niet heeft aangediend.
Nootboek. Annotaties.
Vr 9/12/2006 – De huls, het vlies, de tijd
Een notitie, zeer zijdelings bij en n.a.v. “In
de concertzaal”, een stukje hyperfictie.
(Vr
9/12/2006)(Annotaties/14)
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag 12 augustus 2006
Hoe dierlijk verstijft het lichaam in wat het beweegt
(19224)
Wat men prijsgeeft is niet wat er staat. Terwijl men net verdwijnen wil in wat men schrijft geeft men zich prijs. Steeds opnieuw. Al te
vaak en al te veel. De trivialiteit van de dagen en de plaats die men daarin voor zichzelf voorziet. Toegedicht. Vermeend. Opgeklopt. Hoe schokkend kan het zijn: geëtaleerd te staan, zichzelf als windvang ten toon te stellen, in de platte dagelijksheid alsof onze naam er niet meer toe zou doen. Ach, al die vormen die verleiden en zich lenen voor wat men toont zonder dat men dat beseft. De bak- en blogvormen van de overbodigheid… De mallen die zich lenen en lenigen als een nood tot ridiculiteit. Heb ontzag voor hen die niets te zeggen hebben. Voor hen voor wie de wereld geworden is als een al te grote plaats. Vliegtuigen houden in de hemel op. Burgers knielen voor het bruut en bot geweld. Ontzie ons. Vergeef ons de pretentie van de mening die er niet toe doet. Lees niet wat er staat. Kijk en zwijg. Wend het hoofd. Kijk bij de gratie van hoe windhonden lopen. Gekromde ruggen gebouwd om te weerstaan. Een skelet gemaakt om op te vangen, om om te gaan met de schok. Kijk hoe de foto trilt. Hoe dierlijk verstijft het lichaam in wat het beweegt.
(Zaterdag
12/8/2006)(Annotaties/13)
|
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 14 april 2006
Want niet één is ons gevoel
(19147)
Het gevoel… Ik heb het gevoel, zegt iemand, en daar stokt het al.
Misschien bij gebrek aan woorden, misschien om de gêne die ons plotseling
overvalt nog voor we uitgesproken zijn. Maar zelfs al scharrelen we alles
samen en gaan we verder, we spreken ons niet uit. Eerder houden we ons in.
Zo hoor ik het. Zo zegt men dat, meer dan honderd keren op een dag: Ik heb
het gevoel dat.
Of het gevoel zus. Of mij lijkt het eerder zo. Terwijl, wat jij, het toch
ook anders is…
Wat is het wat men bedoelt . Heeft men wel echt een gevoel als men zegt
dat men het heeft. En kan het één uit de duizend zijn. Want niet één
is ons gevoel. Het bestaat uit meer. Uit veel meer bestaat het. Het
versplintert en het komt opnieuw bij elkaar. Op één en hetzelfde
ogenblik komt het opnieuw bij elkaar.
Iemand
zou ‘ns een spartelende poging moeten doen. Amechtig. Telkens weer
iemand zegt “ik heb het gevoel dat” daarvan een foto te nemen! Het
vastleggen van sporen op een gezicht. Het afdrukken van de dingen die wij
gevoelens noemen en wat wij er ieder afzonderlijk onder verstaan. Iemand
zou dat ‘ns moeten doen. Het vastleggen voor het weer verdwijnt. Teder
tentakel, gevoelige plaat. De kaart van de wereld getekend door de uiterst
vage contouren van alleen maar het gevoel.
Niet één is het gevoel. En daarom kan het gebeuren dat men dagenlang
rond kan lopen met het gevoel dat alles een loopje neemt. Dat de feiten
een loopje nemen met. Aan de haal gaan. Met jou. Met iedereen. En dat jij
ergens in de niets ontziende stoet achterop loopt te hinken hoewel men jou
ontziet en er nooit iemand te vinden is die bereid is om voluit en hardop
“mankepoot” naar jou te roepen.
Het gevoel te hebben niet vooruit te gaan. Ken je dat? Het is de stilte
voor de stormen van april. Het is het geluid van de aarde, de schitterend
opengehaalde aarde van april. Het is de voorbode van wat nog moet komen.
Het is de glimlach om het onbestemd gevoel dat zich aandient en waarover
niettemin niemand spreken kan.
Soms
is het goed om te vergeten hoe hard dit leven gaat terwijl we het gevoel
hebben niet eens in staat zijn de hand te kennen waaraan we lopen.
(Vrijdag
14/4/2006) (Annotaties/12)
|
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 31 maart 2006
Locomotiefje
(19133)
Het
verglijden van tijd en de fysieke daad van het schrijven in en over de
tijd! Wat het verschil maakt is niet dat men een onderwerp heeft. Een
onderwerp is niks. Een onderwerp is een gemakkelijkheidsoplossing. Hij die
echt iets maakt weet dat het best over alles kan gaan. Dat wat op een
bepaald moment nieuwswaarde heeft en
om godweetwelkereden op een bepaald ogenblik in de brandende actualiteit
terecht is gekomen, opgeschreven is om weer weg te zinken in het moeras
van de gedateerde dingen. Actualiteit heeft zijn nut. Geeft soms een kleur
aan de dingen. Actualiteit kan een hefboom zijn waarmee het lieve
locomotiefje van de stijl op gang getrokken wordt. Maar meer niet. Wat in
koelen bloede overblijft is de stijl. Ten langen leste. Tot in lengte
van dagen. Tot men het leest. Of niet.
(Vr
31/03/2006) (Annotaties/11)
|
|
| |
|
|
| |
Vrijdag 17 maart 2006
Hnefatafl
(19119)
Strategie
heeft ons als stukken opgesteld. Hoe het langs de lijnen lokt! Met een
aangelengde stem leggen ze het voor ons aan. Stokebrand. Met
pluggen en gepleng. Over de liefde hebben we het en we kijken weg. De
einder in de verte. De Rode Berg in het dal dat naar het Noorden neigt. De
inkeer die na de honger komt. We rillen ons te buiten. Lachen om onze
volle ernst. We noemen het een spel voor twee. Iets ouds. Iets dat van
alle tijden is. Zeven maal zeven. Zeg mij na,
mijn Vikingvrouw : morgen schrijf ik jou neder alsof de liefde net
zo simpel is als was het Hnefatafl. Vos en kippen. De honden zijn van
zilver. Met jou gaan al mijn ikken in de liefde op. Ik kan het zien: om en
met jou, en in de taal. In niets dan taal gaat de wereld op. En niemand
die later nog iets van ons vernemen zal, nu van het spel de lijnen al
voorgoed zijn uitgezet.
Extern:
Hnefatafl bij
Wikipedia.
(Vr
17/03/2006) (Annotaties/10)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 20 december 2005
Janhagel
(18989)
|
|
| |
Het spijt me mijn
dierbaren maar jullie kunnen er naar fluiten. Bij deze ken ik een titel
die jullie allemaal en met zijn allen kwijt zijn. Aan mij, en aan geen
ander. Want straks op mijn bloedeigen naam geregistreerd bij o.a. Sabam...
Nu al in deze weerbarstige kolommen in primeur gegeven en zodoende ook al
vol overtuiging goed en wel geclaimd bij Google
en andere
amechtige
zoekgenootschappen:
"De zoon van Nescio".
Een mens moet er af en toe vroeg bij zijn want voor je het weet lopen ze
toch maar weg met wat je op één van die vreemde tochten zonder doel
zomaar in de schoot is komen vallen. Zelfs al ben je dan nog in flinke
brokken en stukken een voorstander van de "Creative Commons"
voor je het weet geven ze zonder enige bronvermelding een versie van de
feiten die niet de juiste is. Enfin, afijn. Zo gebeuren dingen.
Al wil ik wel graag geloven dat janhagel vroeg of laat
ontmaskerd wordt.
Om evenwel terug te komen op die zoon van: Eerst... Tja... Eerst is er het
bijna-niets, het aanvankelijke luchtledige van een idee, niets meer dan
een bescheiden inval, vluchtig vastgehouden, genoteerd in het
zwaar-rafelende boekje van elke dag (die ondanks alles toch een ander is).
Later groeit het uit. Wordt het iets dat wat meer gaat broeien. Langzaam.
Gestaag, zoals dat heet. Voorlopig is er nog niets geschreven maar dat
komt wel goed. Volgens mij wordt het zelfs wel een boek vol warme
hapjes...
In de Zoon van Nescio vertelt iemand, overigens niet eens de
echte hoofdpersoon maar iemand die zijdelings met hem (of haar) te maken
heeft,
hoe....
Naschrift: Wel een groot geluk voor mijn versverworven titel dat de echte
Nescio (want daarover zal "De zoon van Nescio" niet
gaan of het zou moeten zijn dat ie naar het einde toe alsnog binnen weet
te sluipen) alleen maar dochters had...
Extern:
Nescio:
'Schrijft U over mij maar niks'
Creative
Commons
©Paul
Rigolle - Di 20/12/2005 - Janhagel- Cat. Annotaties
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
dinsdag, oktober 25, 2005
Spiegels
(18933)
Het
koper van Oktober... Het blijft mij binden en boeien in al mijn
kamers. Zo wil ik het graag hebben... Zo heb ik het graag... Rood als
koper. Schallend als de hoorn van onbestaande jagers. Klinkend als
metaal dat moe en aangedaan blijft getuigen van wat misschien wel nooit
zal komen. Over veel dingen kan (en wil) ik het hier binnen de kontekst
van dit rariteitenkabinet van de dagen - een weblog zegt men, maar
niet veel meer dan een plakboek, een staaltjesschrift, een lekkende
grabbelton zonder bodem... - vandaag noch morgen hebben. Het echt
persoonlijke wenst dat ook te blijven. Dat het persoonlijke per definitie
ook politiek moet zijn is iets wat ik graag heb meegenomen uit
langvervlogen tijden, maar voor het echte, platte werk van het
kleinzerige, het persoonlijke van mijn voeten en mijn tenen, wil ik hier
graag en uitgebreid bedanken. Eerder iets voor kruiers en kuipers lijkt
mij, voor de absoluut van enig talent gespeenden, voor de zwetsers... En
de zatte zwitsers... Hier moet het anders zijn. Geen kat krijgt hier de
kans om als een hond in naam van al zijn bazen te gaan janken. Er zijn
andere, zoveel andere plaatsen en plekken voor mijn Onvertogen Woorden. Of
er, dik of flinterdun, boeken van komen of niet, of onheil dat wordt
bezworen, het is mij een raadsel. Maar mij geen zorg. Absoluut geen zorg.
Al weet ik dat in oktober als vanouds de tijd gaat dringen, dat het er 'm
tenslotte nog om gaat spannen, ik beken dat ik voor veel dingen mijn neus
ophaal en maar door blijf gaan. Op andere plaatsen - ik juich om hun
verscholenheid - werk ik graag en versnipperd als nooit eerder verder aan
het verregaande verschil tussen october en oktober. Op andere plaatsen
waar niemand is om mij te dicteren, werk ik, in de weer met pegels en
kegels, traag en lijdzaam verder. Af en toe neem ik iets weg. Af en toe
voeg ik iets toe. Als een ambtenaar in een labo, werk ik. En in stilte.
Zoals het hoort. Of het ooit iets wordt of niet dat verneemt men later
wel. Of niet. En of er meer is of alleen maar schijn dat weten alsnog
alleen de bekende spiegels.
In de reeks "Over wat persoonlijk is hoeft men niet te zwijgen".
Extern: Het
koper van oktober
©P.R. - Di 25/10/2005 - Spiegels
|
|
| |
|
|
| |
gepost door Paul R.@ 07:37
(Annotaties/8)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
maandag, augustus 1, 2005
Huid van Zweden
(18848)
Eind
juli, de eerste van augustus. Op zoek naar Bleek Vuur eens te meer
thuiskomen met iets anders. De leer van de etymologie bijvoorbeeld. Het
woord Heibel en het woord Rompslomp... Heibel komt van ijdelheid. In
Rompslomp - je hoort het - weven rommel en beslommeren zich moeiteloos in
elkaar. En "my
blue suede shoes", tja, die komen van Carl Perkins. Maar veel
meer nog van 'Peau de Suède'. Huid van Zweden? Serendipiteit! Nog altijd
en voor immer laven wij ons aan de wetten van de serendipiteit. Nooit
zoeken naar iets wat je wil vinden... Vinden volstaat! De woorden... Van
waar komen ze? Waar trekken ze (in groten getale) naartoe? Wat doen ze ons
verlaten... Waar brengen ze ons onder, waar brengen ze ons heen... De
vraag stellen is ze ook beantwoorden. Grasduinen. Wieden met verrokken
schouders. Bezig blijven. Niets anders zal ons ook nu weer helpen. Heer
Nabokov (by
Giuseppe Pino) en zijn Bleek
Vuur moeten, ook al staan ze hier straks voor de deur van onze grote
vakantie te trappelen, alweer wat wachten. Tot, zo stellen wij ons voor,
aan het eind van juli, en van de zomer straks, de vlaag van vlinders
alweer voorbij getrokken is. Als waren het zwaluwen.
P.R.
- Ma
01/08/2005 - Huid van Zweden
|
|
| |
|
|
| |
gepost door Paul R.@ 06:25
Annotaties/7)
|
|
| |
|
|
| |
vrijdag, mei 13, 2005
En met Mij!
(18768)
Af en toe moet het wat stiller zijn. Met
evenveel woorden zeg je het niet maar je hoort het wel. Ergens verderweg
zindert het nog na. Als een echo die aan komt rollen. Onze richting uit.
Even kiezen voor de woordloosheid, het moet kunnen. Het kan. In het
spoor van jouw verhaal over Messen en Stenen enkele dagen
opteren voor de tunnel zonder eind. De wind in de draden. Het
fluitsignaal net voor het vertrek. En alles breed en open als een
boulevard op zijn beloop. Gelaten! Berichten uit Beekhoek. Brieven
uit Taailand. Het allemaal even op te kunnen schorten... "Een
zebrapad is een weelde"... Even aan die verdomde bloody beduimelde
plicht onderuit. De onmisbare mappen in de onmisbare kast teruggezet...
Zoals men ooit het zappen hebt afgeleerd, leert men vroeg of laat ook
wel het surfen af. "In der Beschränking zeigt sich der Meister"...
Bladzijde 157. En weer zeg je het: af en toe moet het ophouden. Af en
toe moet er stilte zijn. Ruimte om iets te gaan doen. Of beter nog:
ruimte, plaats en tijd om iets niet te gaan doen! Heel hard aan te raden
dat periodieke stapje opzij, even tijd maken om te zitten kijken naar
wat Mei doet met de jaren. En met Mij! Want Mei is een spoorwegberm om
even in te gaan zitten. Met een boek. Of zonder. En heel ver dat bordje
"Privaat" voorbij.
|
|
| |
|
|
| |
gepost door Paul R.@ 07:32
(Annotaties/6)
|
|
| |
|
|
| |
zaterdag, mei 7, 2005
Verkneukelweg
(18762)
Imaginair of niet, in elk geval, je
hoeft me niet te schofferen, zie ik zelf ook wel wat ik zie. Dat die
imaginaire stadskaart van mij elke dag weer wat groter wordt
bijvoorbeeld. Gisteren alleen al heb ik de met plezier de Verkneukelweg
uitgetekend en aangebracht. En ook die nieuwe wijk, het Mierenzeikertje,
kreeg een plaats. Vandaag richt ik dan weer al mijn verliefde aandacht
in hoofdzaak op het vinden van een gepaste locatie voor het
Vervellingssteegje, de Krabspelbuurt en het TammiTerrell-plein. Allen
evenzovele aangename als nuttige werkjes want die Zondagsboulevard, tja
mijn beste mensen, die zal nog even moeten wachten voor ik hem, ook
officieel, als geopend kan verklaren!
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
vrijdag, maart 25, 2005
Kaal
(18719)
Flarden, echo's, notities... Aantekeningen
en annotaties... Het stuift, en stormt er van, dit voorjaar! Maar alles
en ineens, dat kan natuurlijk niet. Dus enkel een greep. Een kleine graai.
"Uit het boekje". Flinterdun de beelden, een reeks. Meel.
Verstuiving. Versterving. In de tuin ligt het bovendien breed en
uitgesmeerd op ons te wachten.
Emplooi?
EMPLOOI!
...
Weet je 't nog? Weet je nog hoe men in de barre kou stond te vertellen
wie hij was geweest? Poesjkin keek op ons neer. Het klappertanden kwam
ons nader staan en de naam die viel was alleen die van Francesco
Bartolomeo Rastrelli. De man die tekende voor het ontwerp van het
Winterpaleis. Daar hoorde ook toen al meer dan één uitroepteken bij.
Bij zo'n man wel minstens drie!!! Later kwam nog meer: "Het verhaal
van het paleis in Sint Petersburg" (link).
Venetiaans, 18°Eeuw, de jaren, dat ene jaar, het jaar 1752. Dat weet
ook nu nog, zeer tot onze tevredenheid, Henk Van Os : "Zien is
genoeg. Zien is geloven, zien is genoeg. Henk van Os is een
kijk-mirakel: hij heeft zijn leven lang beelden gezocht, naar kunst
verlangd..." Winterpaleis... Hermitage, Nederland. En niet te
vergeten, als je er ooit komt, in Riga: het Rundale Palace. Een omweg is
een leven!
...
Hoorde ik laatst Allard Schröder n.a.v. zijn nieuwste boek ("Felix
Favonius") op radio 1 niet zeggen: Wel, er zal altijd 'weer' zijn.
Weer (goed of slecht) is er immers altijd... Ik moet toegeven dat het in
mijn werk vaak regent... Of dat toeval is? Of regen in mijn
persoonlijkheid steekt? (Zou mijn vraag geweest zijn, indien ik in de
mogelijkheid was geweest... Het hem te vragen bijvoorbeeld).
...
Het regent en er wordt geregend. Bij hem thuis en elders! Zeker doet het
dat! En hij? Hij kijkt niet op, blijft stil. Een leven lang, een leven
later heeft hij als niet één naar kunst verlangd! (Alsof ook dat een
vorm van wachten was...)
...
SKREI. Het woord! Ik schrijf het op. Ik wil dat het een titel is (een
titel voor een gedicht, of voor nog iets anders, iets kaals misschien!).
En dan, die andere titel, waar je ook al een flinke tijd zoet mee bent:
VERONESE...
...
Kaal schrijven! Ho maar! Kaal, kaler, kaalst! Om ter kaalst! Kaal
schrijven, dat is wat iemand als jij op een dag echt moet gaan doen! Dat
is nog 'ns iets waar men naar verlangen kan. En niet alleen vandaag.
Nee! Schrijven zoals men alleen maar schrijven kan. Schrijven, even,
heel even hard en knappend uithalend, schrijven zoals men alleen maar
schrijft in het woord FORNUIS. (In de zin "Weg van het
fornuis" bijvoorbeeld)...
...
Enzoverder. Enzovoort.
Linkwerk:
O.a. te lezen: Henk Van Os: Zien
is genoeg - Er
wordt geregend - Het
verhaal van het paleis in Sint Petersburg - F.B.Rastrelli - Hermitage,
versie Nederland - Rundale
Palace in Riga
- Allard Schröder.
|
|
| |
|
|
| |
zaterdag, maart 12, 2005
Krimp
(18706)
Parafraseren, tja dat kan hij.
Als geen ander! 'Waarover je niet kunt spreken, daarover moet je
schrijven'. Of 'lees maar, je leest niet wat je leest' en
meer van dat fraais. Maar hij weet wel beter. Sommige dingen zijn nu
eenmaal wat ze zijn. Niet echt bedoeld om iets uit te halen bij een
ander die ze toevallig onder ogen krijgt. Aan het eind van de lijn
blijken sommige woorden vooral geschikt om uitsluitend en alleen voor
jezelf te zijn bedoeld. Omdat ze tussen de regels door in staat zijn om
iets op te roepen dat alleen jij kunt verstaan. Bladwijzers die even
iets weten vast te houden wat niet vast te houden is, gehanteerd bij de
gratie en de almacht van hij die ze doorheen zijn eigen teksten strooit.
Cryptisch als de pest. Voer, alleen voor ingewijden. Dat het vandaag
bijvoorbeeld - wel een halve eeuw lang - een dag is om langer stil te
blijven staan bij wat en wie je eerder is ontsnapt. Een man, een mens.
Een broer, een vader en een zoon. Wat haalt het uit als je het van de
daken schreeuwt. Het verandert niets. Je staat stil, kruipt en krimpt
even in jezelf terug, nog altijd treurend om een leven dat er niet meer
is en je noteert - bijna zonder een krimp - dat alles anders had kunnen
zijn als ook het lot dat maar even had gewild.
(Zaterdag 12/03/2005)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
woensdag, februari 23, 2005
Stug
(18689)
Er is niets dat moet, ik weet het. Maar
kloppen doet die uitspraak natuurlijk niet. Aan geen kanten.
Integendeel. Er is veel dat moet! Het moet... stug zijn, dacht ik. Stug
in plaats van vlot (en toegankelijk of ook nog commercieel). Geef mij
maar stug! Het moet varkenshaar hebben. In plaats van een permanent.
Geen watergolf en geen polonaise. Geen warmwaterbed voor mij. Het moet
weerhaken hebben en scherpe randjes. Ja, zoiets is het (dacht ik) dat
mij voor ogen staat.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
zaterdag,
januari 29, 2005
Annotaties (1)
(18664)
Annotaties!
Notities, noteringen, aantekeningen… Cahier de brouillon.
Kladboek. Flitsen, schichten... Gemijmer. Gemier. Muizenissen. Mierenissen.
Hou het vast nummer 1, laat het los nummer 2. Ouwe, nieuwe, bekende,
onbekende of meer van dezelfde meuk. De meuk er in. Flauw het
spelletje. Enzoverder, enzovoort. Maar één gedachte die wordt
uitgewerkt of niet. Honderd gedachten of nog meer. Een flard of een
adagium. Het kan voldoende zijn, mijn dierbaren. Soms zegt de titel ook al
iets. Soms zegt de titel genoeg.. Ik schrijf/t het op. Zoals het zich
aandient. Deze titel is voor mij perfect. Dus moet dat - er staat wat er
staat - ook voor u volstaan. Annotaties!
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Terug-navigatie
|
|
| |
Arcadim
in Arcadië
|
|
| |
Homepage
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
©Alle teksten: Paul Rigolle 2004-2007 (tenzij
anders vermeld)
|
|
| |
|
|