Nootboek

 

 
     
  Flarden, echo's, notities... Aantekeningen. En annotaties...

 
 
 
  Zaterdag 16 juni 2007

Roeping

Een zaterdaghuis, is het. Dat moet ook de reden zijn waarom het nog niet is afgeraakt. Waarom er nu, na al die maanden, nog niemand woont. Leeft. Liefheeft. Alleen op zaterdag wordt er aan het huis gewerkt. De gevel heeft een gele steen. Niet mooi, nee. De stijl van dertien in een dozijn. Het valt niet op. En het valt niet tegen, straks, dat huis. Klassiek, degelijk, franjeloos. Een oervlaams avontuur dat saaier afloopt dan het begonnen is. Met tweeën zijn ze, soms met meer, de mannen. Hun mortelkuipen bevinden zich intussen op twee hoog. De stellingen beven onder hun gewicht. De planken veren na bij elke tred. Het zijn professionals, dat zie je zo. Bouwvakkers uit roeping. Van natuur. Wie geen roeping heeft, geeft geen volle vrije zaterdag prijs om nog ‘ns krek hetzelfde te doen als wat je een hele week al deed. Ze dragen een helderblauw pak. Een overall, zo heet dat hier. Ze blijven in de weer, de mannen. Ze weten wat werken is, mijnheer. Ze houden van hun werk. Weten we veel naar welke partij bij verkiezingen hun stem uitgaat. Wel weten we dat ze met hun werk, met klampsteen of poldermoef, nu al mijn open einder hebben dichtgebouwd. Potdicht. Voorgoed. De mannen van de zaterdag… Niets weten ze van mijn woede. Niets van mijn onmacht om het open veld dat met hen verdwijnt. Ze zijn schuldig en ze beseffen het niet. Misschien is dat wel zo met elk van ons. Dat we schuldig zijn en dat we daar, terwijl we maar blijven doorgaan met ons nuttig te maken, gelukkig nog nooit iets van hebben gemerkt.

(Nootboek. Annotaties. Za 16/06/2007 – Roeping

(Za 16/06/2007) (Annotaties/17)

 
     
 
 
  Dinsdag 23 januari 2007

Houtland

(19387)

Alsof men op een dag terug moet zijn van waar men nooit is weggeweest. Alsof iets een uitleg hoeft en elk schrijven alleen een blog aan het been zou zijn. Alsof stilte enkel in het eigen hoofd bestaat. En een ander bij een ander ooit iets anders zoekt dan wat hij alleen maar in zichzelf herkennen kan. Zo wil ik dat het is. Kijken hoe het is. Het aftandse registrerend. Wat verglijdt. Wat valt. Zien en zeggen. De dingen gaan voorbij. Andere houden doodleuk op. Moederbord dat crasht. Scherm dat brokkelt. Korrels laten los. Dakpannen gaan als vliegers op. Blijvend waar ik was, zat ik. In het oog van de storm: een dier dat aan zijn lichtbak hecht. En beweert. Bezweert dat het niets is. Dat het – hoog en zetelend in zijn Houtland - niets is van alles wat vergankelijk is, dat hij hier ooit nog zoeken wil.

Nootboek. Annotaties. Do 23/01/2007 – Houtland

(Di 23/01/2007) (Annotaties/16)
 
     
 
 
 

Maandag 25 december 2006

Over het gedicht...

(19358) 

Eigenlijk zou je elk gedicht kunnen zien als een notitie… Een notitie bij zijn eigen ontstaan. Genese. Commentaar. Toegevoegde waarde. Veel achteloosheid met hoofdletter. Achteloosheid die zich heeft vermomd. Bestudeerde, teruggevonden achteloosheid. Zeer gearrangeerd en toch hachelijk in die rare spanning, in die kalme tussentijd van voor het ontstaan. Over het vinden wat niet te vinden is. Over het zoeken naar de laatste vorm… Velen – verteerd door ongeduld, ambitie en nog zoveel blinde dingen meer - branden de vingers.  Want alles wat niet beantwoordt aan wat voorafgaat… Alles wat voorbijgaat aan de wetten van het ontstaan die in hun beste vorm strikt persoonlijk en niet eens eerder zijn geformuleerd, is en blijft een notitie. Geen gedicht.

(Over het gedicht. Zondag 24 december 2006)

Nootboek. Annotaties. Ma 25/12/2006 – Over het gedicht

(Ma 25/12/2006)(Annotaties/15)

 
 
 
 

Vrijdag 9 december 2006

De huls, het vlies, de tijd...

(19342) 

Hoe te schrijven! Het ontginnen van mijnen. Het ontmijnen van wat in de open valkuilen van het al te verregaand verhaal op jou te wachten ligt. Zo te schrijven dat mensen benieuwd raken naar de persoon achter de tekst… Is het dat? Komt het aan het eind van elke zin dan toch nog daar op neer. Neen. Dat is niet waar het echt om gaat, al is ook dat niet van elk belang gespeend. Het is; alles ineen is het. Onbelangrijk is het en het is het niet. Je waardeert hoe een ander formuleert. Je herkent wat de moeite is. Je ruikt het al van ver. Je glimlacht om wat mooi is en laat het zeuren aan je kop. Maar meer nog herken je wat aan het formuleren is vooraf gegaan. De spankracht van de leegte van het woord toen dat nog niet geschreven was. De huls, het vlies, de tijd… Ergens lees je over goed kijkgerief en een heuse rockchick hier en daar. Over stemmen als goede wijn; de hyperfictie in een vrouwenstem. Die niet te hebben. Het voorgoed met iets dat hoekiger is, te moeten doen. Maar net zo goed weten wat het is… Dat het wachten is. Niet op de lezer. Maar op de tekst die vol achteloosheid steekt terwijl hij nooit zo is bestudeerd. Wat het steeds vaker is? Het is het geluid van een ademhaling. De intensiteit waarmee men wacht en waarmee men terzelfdertijd dingen over dat wachten leert. De mate van. De maat waarmee men, stokoud, de dingen meet. Het is het ingekeerde werk. Het zijn de scrupules. Het is de structuur. Het is het bedelen, het laffe bedelen om de aandacht van een tekst die even grillig als weerloos is maar zich nog lang niet heeft aangediend.


Nootboek. Annotaties. Vr 9/12/2006 – De huls, het vlies, de tijd
Een notitie, zeer zijdelings bij en n.a.v. “In de concertzaal”, een stukje hyperfictie.

(Vr 9/12/2006)(Annotaties/14)

 
 
 
 

Zaterdag 12 augustus 2006

Hoe dierlijk verstijft het lichaam in wat het beweegt 

(19224)

Wat men prijsgeeft is niet wat er staat. Terwijl men net verdwijnen wil in wat men schrijft geeft men zich prijs. Steeds opnieuw. Al te vaak en al te veel. De trivialiteit van de dagen en de plaats die men daarin voor zichzelf voorziet. Toegedicht. Vermeend. Opgeklopt. Hoe schokkend kan het zijn: geëtaleerd te staan, zichzelf als windvang ten toon te stellen, in de platte dagelijksheid alsof onze naam er niet meer toe zou doen. Ach, al die vormen die verleiden en zich lenen voor wat men toont zonder dat men dat beseft. De bak- en blogvormen van de overbodigheid… De mallen die zich lenen en lenigen als een nood tot ridiculiteit. Heb ontzag voor hen die niets te zeggen hebben. Voor hen voor wie de wereld geworden is als een al te grote plaats. Vliegtuigen houden in de hemel op. Burgers knielen voor het bruut en bot geweld. Ontzie ons. Vergeef ons de pretentie van de mening die er niet toe doet. Lees niet wat er staat. Kijk en zwijg. Wend het hoofd. Kijk bij de gratie van hoe windhonden lopen. Gekromde ruggen gebouwd om te weerstaan. Een skelet gemaakt om op te vangen, om om te gaan met de schok. Kijk hoe de foto trilt. Hoe dierlijk verstijft het lichaam in wat het beweegt.


(Zaterdag 12/8/2006)(Annotaties/13)

 
 
 
 

Vrijdag 14 april 2006

Want niet één is ons gevoel 

(19147)

Het gevoel… Ik heb het gevoel, zegt iemand, en daar stokt het al. Misschien bij gebrek aan woorden, misschien om de gêne die ons plotseling overvalt nog voor we uitgesproken zijn. Maar zelfs al scharrelen we alles samen en gaan we verder, we spreken ons niet uit. Eerder houden we ons in.

Zo hoor ik het. Zo zegt men dat, meer dan honderd keren op een dag: Ik heb het gevoel dat.
Of het gevoel zus. Of mij lijkt het eerder zo. Terwijl, wat jij, het toch ook anders is…

Wat is het wat men bedoelt . Heeft men wel echt een gevoel als men zegt dat men het heeft. En kan het één uit de duizend zijn. Want niet één is ons gevoel. Het bestaat uit meer. Uit veel meer bestaat het. Het versplintert en het komt opnieuw bij elkaar. Op één en hetzelfde ogenblik komt het opnieuw bij elkaar.

Iemand zou ‘ns een spartelende poging moeten doen. Amechtig. Telkens weer iemand zegt “ik heb het gevoel dat” daarvan een foto te nemen! Het vastleggen van sporen op een gezicht. Het afdrukken van de dingen die wij gevoelens noemen en wat wij er ieder afzonderlijk onder verstaan. Iemand zou dat ‘ns moeten doen. Het vastleggen voor het weer verdwijnt. Teder tentakel, gevoelige plaat. De kaart van de wereld getekend door de uiterst vage contouren van alleen maar het gevoel.

Niet één is het gevoel. En daarom kan het gebeuren dat men dagenlang rond kan lopen met het gevoel dat alles een loopje neemt. Dat de feiten een loopje nemen met. Aan de haal gaan. Met jou. Met iedereen. En dat jij ergens in de niets ontziende stoet achterop loopt te hinken hoewel men jou ontziet en er nooit iemand te vinden is die bereid is om voluit en hardop “mankepoot” naar jou te roepen.

Het gevoel te hebben niet vooruit te gaan. Ken je dat? Het is de stilte voor de stormen van april. Het is het geluid van de aarde, de schitterend opengehaalde aarde van april. Het is de voorbode van wat nog moet komen. Het is de glimlach om het onbestemd gevoel dat zich aandient en waarover niettemin niemand spreken kan.

Soms is het goed om te vergeten hoe hard dit leven gaat terwijl we het gevoel hebben niet eens in staat zijn de hand te kennen waaraan we lopen.


(Vrijdag 14/4/2006)
(Annotaties/12)
 
 
 
 


Vrijdag 31 maart 2006

Locomotiefje 

(19133)

Het verglijden van tijd en de fysieke daad van het schrijven in en over de tijd! Wat het verschil maakt is niet dat men een onderwerp heeft. Een onderwerp is niks. Een onderwerp is een gemakkelijkheidsoplossing. Hij die echt iets maakt weet dat het best over alles kan gaan. Dat wat op een bepaald moment nieuwswaarde heeft  en om godweetwelkereden op een bepaald ogenblik in de brandende actualiteit terecht is gekomen, opgeschreven is om weer weg te zinken in het moeras van de gedateerde dingen. Actualiteit heeft zijn nut. Geeft soms een kleur aan de dingen. Actualiteit kan een hefboom zijn waarmee het lieve locomotiefje van de stijl op gang getrokken wordt. Maar meer niet. Wat in koelen bloede overblijft is de stijl. Ten langen leste. Tot in lengte van dagen. Tot men het leest. Of niet. 

(Vr 31/03/2006)
(Annotaties/11)

 
 
 
 


Vrijdag 17 maart 2006

Hnefatafl

(19119)

Strategie heeft ons als stukken opgesteld. Hoe het langs de lijnen lokt! Met een aangelengde stem leggen ze het voor ons aan. Stokebrand. Met pluggen en gepleng. Over de liefde hebben we het en we kijken weg. De einder in de verte. De Rode Berg in het dal dat naar het Noorden neigt. De inkeer die na de honger komt. We rillen ons te buiten. Lachen om onze volle ernst. We noemen het een spel voor twee. Iets ouds. Iets dat van alle tijden is. Zeven maal zeven. Zeg mij na, mijn Vikingvrouw : morgen schrijf ik jou neder alsof de liefde net zo simpel is als was het Hnefatafl. Vos en kippen. De honden zijn van zilver. Met jou gaan al mijn ikken in de liefde op. Ik kan het zien: om en met jou, en in de taal. In niets dan taal gaat de wereld op. En niemand die later nog iets van ons vernemen zal, nu van het spel de lijnen al voorgoed zijn uitgezet.
 
 

Extern:  Hnefatafl bij Wikipedia.

(Vr 17/03/2006)
(Annotaties/10)

 
 
 
     
 

Dinsdag 20 december 2005

Janhagel  

(18989)

 
 


Het spijt me mijn dierbaren maar jullie kunnen er naar fluiten. Bij deze ken ik een titel die jullie allemaal en met zijn allen kwijt zijn. Aan mij, en aan geen ander. Want straks op mijn bloedeigen naam geregistreerd bij o.a. Sabam... Nu al in deze weerbarstige kolommen in primeur gegeven en zodoende ook al vol overtuiging goed en wel geclaimd bij Google en andere amechtige zoekgenootschappen: "De zoon van Nescio".

Een mens moet er af en toe vroeg bij zijn want voor je het weet lopen ze toch maar weg met wat je op één van die vreemde tochten zonder doel zomaar in de schoot is komen vallen. Zelfs al ben je dan nog in flinke brokken en stukken een voorstander van de "Creative Commons" voor je het weet geven ze zonder enige bronvermelding een versie van de feiten die niet de juiste is. Enfin, afijn. Zo gebeuren dingen. Al wil ik wel graag geloven dat janhagel vroeg of laat ontmaskerd wordt.

Om evenwel terug te komen op die zoon van: Eerst... Tja... Eerst is er het bijna-niets, het aanvankelijke luchtledige van een idee, niets meer dan een bescheiden inval, vluchtig vastgehouden, genoteerd in het zwaar-rafelende boekje van elke dag (die ondanks alles toch een ander is). Later groeit het uit. Wordt het iets dat wat meer gaat broeien. Langzaam. Gestaag, zoals dat heet. Voorlopig is er nog niets geschreven maar dat komt wel goed. Volgens mij wordt het zelfs wel een boek vol warme hapjes...

In de Zoon van Nescio vertelt iemand, overigens niet eens de echte hoofdpersoon maar iemand die zijdelings met hem (of haar) te maken heeft,

hoe....


Naschrift: Wel een groot geluk voor mijn versverworven titel dat de echte Nescio (want daarover zal "De zoon van Nescio" niet gaan of het zou moeten zijn dat ie naar het einde toe alsnog binnen weet te sluipen) alleen maar dochters had...

Extern:
Nescio: 'Schrijft U over mij maar niks'
Creative Commons

©Paul Rigolle - Di 20/12/2005 - Janhagel- Cat. Annotaties

 
 
     
 
 
 

dinsdag, oktober 25, 2005

Spiegels 

(18933)

Het koper van Oktober... Het blijft mij binden en boeien in al mijn kamers. Zo wil ik het graag hebben... Zo heb ik het graag... Rood als koper. Schallend als de hoorn van onbestaande jagers. Klinkend als metaal dat moe en aangedaan blijft getuigen van wat misschien wel nooit zal komen. Over veel dingen kan (en wil) ik het hier binnen de kontekst van dit rariteitenkabinet van de dagen - een weblog zegt men, maar niet veel meer dan een plakboek, een staaltjesschrift, een lekkende grabbelton zonder bodem... - vandaag noch morgen hebben. Het echt persoonlijke wenst dat ook te blijven. Dat het persoonlijke per definitie ook politiek moet zijn is iets wat ik graag heb meegenomen uit langvervlogen tijden, maar voor het echte, platte werk van het kleinzerige, het persoonlijke van mijn voeten en mijn tenen, wil ik hier graag en uitgebreid bedanken. Eerder iets voor kruiers en kuipers lijkt mij, voor de absoluut van enig talent gespeenden, voor de zwetsers... En de zatte zwitsers... Hier moet het anders zijn. Geen kat krijgt hier de kans om als een hond in naam van al zijn bazen te gaan janken. Er zijn andere, zoveel andere plaatsen en plekken voor mijn Onvertogen Woorden. Of er, dik of flinterdun, boeken van komen of niet, of onheil dat wordt bezworen, het is mij een raadsel. Maar mij geen zorg. Absoluut geen zorg. Al weet ik dat in oktober als vanouds de tijd gaat dringen, dat het er 'm tenslotte nog om gaat spannen, ik beken dat ik voor veel dingen mijn neus ophaal en maar door blijf gaan. Op andere plaatsen - ik juich om hun verscholenheid - werk ik graag en versnipperd als nooit eerder verder aan het verregaande verschil tussen october en oktober. Op andere plaatsen waar niemand is om mij te dicteren, werk ik, in de weer met pegels en kegels, traag en lijdzaam verder. Af en toe neem ik iets weg. Af en toe voeg ik iets toe. Als een ambtenaar in een labo, werk ik. En in stilte. Zoals het hoort. Of het ooit iets wordt of niet dat verneemt men later wel. Of niet. En of er meer is of alleen maar schijn dat weten alsnog alleen de bekende spiegels.

In de reeks "Over wat persoonlijk is hoeft men niet te zwijgen".
Extern: Het koper van oktober

©P.R. - Di 25/10/2005 - Spiegels

 
     
  gepost door Paul R.@ 07:37 (Annotaties/8)  
     
 
 
 

maandag, augustus 1, 2005

Huid van Zweden 

(18848)

Eind juli, de eerste van augustus. Op zoek naar Bleek Vuur eens te meer thuiskomen met iets anders. De leer van de etymologie bijvoorbeeld. Het woord Heibel en het woord Rompslomp... Heibel komt van ijdelheid. In Rompslomp - je hoort het - weven rommel en beslommeren zich moeiteloos in elkaar. En "my blue suede shoes", tja, die komen van Carl Perkins. Maar veel meer nog van 'Peau de Suède'. Huid van Zweden? Serendipiteit! Nog altijd en voor immer laven wij ons aan de wetten van de serendipiteit. Nooit zoeken naar iets wat je wil vinden... Vinden volstaat! De woorden... Van waar komen ze? Waar trekken ze (in groten getale) naartoe? Wat doen ze ons verlaten... Waar brengen ze ons onder, waar brengen ze ons heen... De vraag stellen is ze ook beantwoorden. Grasduinen. Wieden met verrokken schouders. Bezig blijven. Niets anders zal ons ook nu weer helpen. Heer Nabokov (by Giuseppe Pino) en zijn Bleek Vuur moeten, ook al staan ze hier straks voor de deur van onze grote vakantie te trappelen, alweer wat wachten. Tot, zo stellen wij ons voor, aan het eind van juli, en van de zomer straks, de vlaag van vlinders alweer voorbij getrokken is. Als waren het zwaluwen.

P.R. - Ma 01/08/2005 - Huid van Zweden

 
     
  gepost door Paul R.@ 06:25 Annotaties/7)  
 
 
 
vrijdag, mei 13, 2005

En met Mij! 

(18768)

Af en toe moet het wat stiller zijn. Met evenveel woorden zeg je het niet maar je hoort het wel. Ergens verderweg zindert het nog na. Als een echo die aan komt rollen. Onze richting uit. Even kiezen voor de woordloosheid, het moet kunnen. Het kan. In het spoor van jouw verhaal over Messen en Stenen enkele dagen opteren voor de tunnel zonder eind. De wind in de draden. Het fluitsignaal net voor het vertrek. En alles breed en open als een boulevard op zijn beloop. Gelaten! Berichten uit Beekhoek. Brieven uit Taailand. Het allemaal even op te kunnen schorten... "Een zebrapad is een weelde"... Even aan die verdomde bloody beduimelde plicht onderuit. De onmisbare mappen in de onmisbare kast teruggezet... Zoals men ooit het zappen hebt afgeleerd, leert men vroeg of laat ook wel het surfen af. "In der Beschränking zeigt sich der Meister"... Bladzijde 157. En weer zeg je het: af en toe moet het ophouden. Af en toe moet er stilte zijn. Ruimte om iets te gaan doen. Of beter nog: ruimte, plaats en tijd om iets niet te gaan doen! Heel hard aan te raden dat periodieke stapje opzij, even tijd maken om te zitten kijken naar wat Mei doet met de jaren. En met Mij! Want Mei is een spoorwegberm om even in te gaan zitten. Met een boek. Of zonder. En heel ver dat bordje "Privaat" voorbij.
 
     
  gepost door Paul R.@ 07:32  (Annotaties/6)  
 
 
 

zaterdag, mei 7, 2005

Verkneukelweg 

(18762)

Imaginair of niet, in elk geval, je hoeft me niet te schofferen, zie ik zelf ook wel wat ik zie. Dat die imaginaire stadskaart van mij elke dag weer wat groter wordt bijvoorbeeld. Gisteren alleen al heb ik de met plezier de Verkneukelweg uitgetekend en aangebracht. En ook die nieuwe wijk, het Mierenzeikertje, kreeg een plaats. Vandaag richt ik dan weer al mijn verliefde aandacht in hoofdzaak op het vinden van een gepaste locatie voor het Vervellingssteegje, de Krabspelbuurt en het TammiTerrell-plein. Allen evenzovele aangename als nuttige werkjes want die Zondagsboulevard, tja mijn beste mensen, die zal nog even moeten wachten voor ik hem, ook officieel, als geopend kan verklaren!

 
     
 
 
 
vrijdag, maart 25, 2005

Kaal 

(18719)

Flarden, echo's, notities... Aantekeningen en annotaties... Het stuift, en stormt er van, dit voorjaar! Maar alles en ineens, dat kan natuurlijk niet. Dus enkel een greep. Een kleine graai. "Uit het boekje". Flinterdun de beelden, een reeks. Meel. Verstuiving. Versterving. In de tuin ligt het bovendien breed en uitgesmeerd op ons te wachten.
Emplooi?
EMPLOOI!
...
Weet je 't nog? Weet je nog hoe men in de barre kou stond te vertellen wie hij was geweest? Poesjkin keek op ons neer. Het klappertanden kwam ons nader staan en de naam die viel was alleen die van Francesco Bartolomeo Rastrelli. De man die tekende voor het ontwerp van het Winterpaleis. Daar hoorde ook toen al meer dan één uitroepteken bij. Bij zo'n man wel minstens drie!!! Later kwam nog meer: "Het verhaal van het paleis in Sint Petersburg" (link). Venetiaans, 18°Eeuw, de jaren, dat ene jaar, het jaar 1752. Dat weet ook nu nog, zeer tot onze tevredenheid, Henk Van Os : "Zien is genoeg. Zien is geloven, zien is genoeg. Henk van Os is een kijk-mirakel: hij heeft zijn leven lang beelden gezocht, naar kunst verlangd..." Winterpaleis... Hermitage, Nederland. En niet te vergeten, als je er ooit komt, in Riga: het Rundale Palace. Een omweg is een leven!
...
Hoorde ik laatst Allard Schröder n.a.v. zijn nieuwste boek ("Felix Favonius") op radio 1 niet zeggen: Wel, er zal altijd 'weer' zijn. Weer (goed of slecht) is er immers altijd... Ik moet toegeven dat het in mijn werk vaak regent... Of dat toeval is? Of regen in mijn persoonlijkheid steekt? (Zou mijn vraag geweest zijn, indien ik in de mogelijkheid was geweest... Het hem te vragen bijvoorbeeld).
...
Het regent en er wordt geregend. Bij hem thuis en elders! Zeker doet het dat! En hij? Hij kijkt niet op, blijft stil. Een leven lang, een leven later heeft hij als niet één naar kunst verlangd! (Alsof ook dat een vorm van wachten was...)
...
SKREI. Het woord! Ik schrijf het op. Ik wil dat het een titel is (een titel voor een gedicht, of voor nog iets anders, iets kaals misschien!). En dan, die andere titel, waar je ook al een flinke tijd zoet mee bent: VERONESE...
...
Kaal schrijven! Ho maar! Kaal, kaler, kaalst! Om ter kaalst! Kaal schrijven, dat is wat iemand als jij op een dag echt moet gaan doen! Dat is nog 'ns iets waar men naar verlangen kan. En niet alleen vandaag. Nee! Schrijven zoals men alleen maar schrijven kan. Schrijven, even, heel even hard en knappend uithalend, schrijven zoals men alleen maar schrijft in het woord FORNUIS. (In de zin "Weg van het fornuis" bijvoorbeeld)...
...
Enzoverder. Enzovoort.

Linkwerk:
O.a. te lezen: Henk Van Os: Zien is genoeg - Er wordt geregend - Het verhaal van het paleis in Sint Petersburg - F.B.Rastrelli - Hermitage, versie Nederland - Rundale Palace in Riga - Allard Schröder.
 
 
 
   

zaterdag, maart 12, 2005

Krimp 

(18706)

Parafraseren, tja dat kan hij. Als geen ander! 'Waarover je niet kunt spreken, daarover moet je schrijven'. Of 'lees maar, je leest niet wat je leest' en meer van dat fraais. Maar hij weet wel beter. Sommige dingen zijn nu eenmaal wat ze zijn. Niet echt bedoeld om iets uit te halen bij een ander die ze toevallig onder ogen krijgt. Aan het eind van de lijn blijken sommige woorden vooral geschikt om uitsluitend en alleen voor jezelf te zijn bedoeld. Omdat ze tussen de regels door in staat zijn om iets op te roepen dat alleen jij kunt verstaan. Bladwijzers die even iets weten vast te houden wat niet vast te houden is, gehanteerd bij de gratie en de almacht van hij die ze doorheen zijn eigen teksten strooit. Cryptisch als de pest. Voer, alleen voor ingewijden. Dat het vandaag bijvoorbeeld - wel een halve eeuw lang - een dag is om langer stil te blijven staan bij wat en wie je eerder is ontsnapt. Een man, een mens. Een broer, een vader en een zoon. Wat haalt het uit als je het van de daken schreeuwt. Het verandert niets. Je staat stil, kruipt en krimpt even in jezelf terug, nog altijd treurend om een leven dat er niet meer is en je noteert - bijna zonder een krimp - dat alles anders had kunnen zijn als ook het lot dat maar even had gewild.

(Zaterdag 12/03/2005)

 
     
 
 
 
woensdag, februari 23, 2005

Stug  

(18689)

Er is niets dat moet, ik weet het. Maar kloppen doet die uitspraak natuurlijk niet. Aan geen kanten. Integendeel. Er is veel dat moet! Het moet... stug zijn, dacht ik. Stug in plaats van vlot (en toegankelijk of ook nog commercieel). Geef mij maar stug! Het moet varkenshaar hebben. In plaats van een permanent. Geen watergolf en geen polonaise. Geen warmwaterbed voor mij. Het moet weerhaken hebben en scherpe randjes. Ja, zoiets is het (dacht ik) dat mij voor ogen staat.
 
     
 
 
 

zaterdag, januari 29, 2005

Annotaties (1)

(18664)

Annotaties! Notities, noteringen, aantekeningen… Cahier de brouillon. Kladboek. Flitsen, schichten... Gemijmer. Gemier. Muizenissen. Mierenissen. Hou het vast nummer 1, laat het los nummer 2. Ouwe, nieuwe, bekende, onbekende of meer van dezelfde meuk. De meuk er in. Flauw het spelletje. Enzoverder, enzovoort. Maar één gedachte die wordt uitgewerkt of niet. Honderd gedachten of nog meer. Een flard of een adagium. Het kan voldoende zijn, mijn dierbaren. Soms zegt de titel ook al iets. Soms zegt de titel genoeg.. Ik schrijf/t het op. Zoals het zich aandient. Deze titel is voor mij perfect. Dus moet dat - er staat wat er staat - ook voor u volstaan. Annotaties!

 
     
     
 
 
     
 

Terug-navigatie

 
 

Arcadim in Arcadië

 
 

Homepage

 
     
 
 
  ©Alle teksten: Paul Rigolle 2004-2007  (tenzij anders vermeld)