Literair Logboek... 

 

 
  Notities van een lezer die net daarom het schrijven niet kan laten...  
 
 
     
 
 
 

woensdag, november 1, 2006

Bloedsomloop (Citaat/Citaten)

”Een man die bij machte was een nieuw woord te creëren en het te laten doordringen in de bloedsomloop van de taal verschilde voor mij maar weinig van de schepper van het licht en de duisternis: als je een boek had geschreven, had je misschien het geluk dat mensen het een tijdje lazen, totdat er nieuwe en betere boeken voor in de plaats kwamen; maar wie een nieuw woord verwekte, die raakte aan de eeuwigheid. Tot op de dag van vandag doe ik soms mijn ogen dicht en zie ik die tengere, breekbare grijze man voorbijsloffen, verstrooid, met zijn witte puntbaardje, met zijn zachte snor, met zijn fijne handen, met zijn Russische bril, met zijn aarzelende porseleinen pasjes, als een piepkleine Gulliver in het land van de reuzen, dat bevolkt is met een gevarieerde menigte van enorme ijsbergen en hoge hijskranen en dikke neushoorns, terwijl alle kranen en neushoorns en ijsbergen een beleefde, dankbare buiging voor hem maken.”

Amos Oz – Een verhaal van liefde en duisternis. De Bezige Bij, Amsterdam, 2005, 647 p., Vertaling Hilde Pach – Citaat op pagina 85, 4° druk.

Extern: De jongen die alles goed maakt in Het Parool.

Rubriek: Citaat/Citaten

(Woe 1/11/2006)

 
 
 
 

zaterdag, oktober 28, 2006

Podium

Geginnegap zegt u? Neen hoor, voor één keer laat ik hier elk gemonkel achterwege. Zelf heeft u het misschien nog niet zo gemerkt maar hier, in het West-Vlaanderen van al onze plaatsen blijft het bulken van het talent. Van stotteren tegen de zeewind in word je sterker. We kijken uit naar Engeland en al de rest ligt achter ons… West-Vlamingen hebben veel waarvan anderen alleen maar kunnen dromen. Kijk maar ‘ns naar dat mooie podium van de provinciale prijs voor dramatische kunst! Niks provinciaals schort daar aan! Wel integendeel. Frank Adam (“Urt!”) als winnaar en Xavier Tricot (“Hamlet van Raversyde, gevolgd door Oedipus vs. Antigone & Orestes vs. Electra”) en Joris Denoo (“Dode adder”) die hem flankeren! Een half leven zijn ze stuk voor stuk al met hun taal onderweg en nog worden ze als klassiekerkoningen veel zwaarder onderschat dan nodig is. Misschien moeten we die hele provincie van ons maar ‘ns bij de hoeken opnemen en ze ergens meer naar het Noorden weer neer gaan leggen. Bijvoorbeeld in Nederland!

De proclamatie van de literaire prijs van West-Vlaanderen in 2006 voorbehouden aan ‘dramatische kunst’ heeft plaats op zaterdag 18 november e.k., om 16 uur in het Provinciaal Hof, Markt 3 in Brugge. Laureaat Frank Adam brengt een performance uit zijn bekroonde werk “Urt!”. Meer info: ria.verweirder-bij-west-vlaanderen.be - T 050 40 34 23

Ps. Van gemonkel gesproken. Misschien - is dit een grap of om te huilen - hoort ook dit hard tot de mogelijkheden.
 
 
 
 

donderdag, oktober 26, 2006

Vrienden!

Vrienden, het mag gezegd. Woestijnvis blijft het been stijf houden. Was “Alles uit de kast” nog een programma dat naar ons gevoel kapot ging aan jolijt dan is “Vrienden van de poëzie”, uitgegroeid
tot het mooiste lelijke eendje dat in de Man bijt hond-vijver dankzij jolijt (én bravoure) in alle omstandigheden boven water blijft. Van Wim Helsen niks dan goed. Sinds wij de schitterende live-versies van Heden Soup en Bij mij zijt ge veilig meemaakten hoeven wij hier nooit nog te zoeken naar onze lidkaart van de Helsen-fanclub. Die houdt zich altijd vlak in de buurt op van onze voorraad minute-kippensoep. En dat wil wat zeggen! De mix van lichtheid en ernst waarmee Helsen in de rol van Grote Vriend ondertussen elke weekdag in “Vrienden…” een gedicht leest, blijkt wel degelijk zeer te werken. Zelfs aanstekelijk. Laatst kwam Buurman, die nooit van zijn leven een gedicht leest, hier een Helsen-imitatie ten beste geven. De intonatie klopte tot mijn steile verbazing als zijn eigen brievenbus en van het gedicht dat hij zelf – waarvandaan - eigenhandig had meegebracht ging niet één woord verloren.

Extern:
Het grote Vrienden van de poëzie-archief.
Wim Helsen-thuissite

(Do 26/10/2006)
 
 
 
 

zaterdag, oktober 14, 2006

Ik hoop van u

Lang zag het er naar uit dat Stefan Brijs het lot zou beschoren zijn van dat van de modale Vlaamse schrijver. Erg aardig debuteren, een uitgever die er in gelooft, daarna de lijn mooi doortrekken (Arend, Twee levens) om dan toch maar weer, en wellicht vanwege een totaal gebrek aan ‘Alles uit de kast-gehalte’, voorgoed te gaan wegdeemsteren in de Uithoeken van de Vergetelheid. Er mag dan vanuit het Noorden met enige piëteit wat ‘opleving’ zijn gesignaleerd – Rob Schouten had het laatst in mei nog in Trouw over ‘Klaar met de verdrietjes van België” -, schrijven in Vlaanderen, het is en blijft geen pretje. Eerder zal men hier prei gaan telen dan de knuisten te bezeren aan een taal die hardleerser dan de volle bodem is. Stefan Brijs zal het niet meer deren. Met de Engelenmaker, zijn laatste en ronduit mooiste boek, bewijst Brijs dat een schrijver met één boek voorgoed het verschil kan maken. Soms is wat onmogelijk lijkt alleen maar moeilijk. Het credo van de wacko-achtige dokter Victor Hoppe lijkt ook op het schrijversschap van Brijs van toepassing te zijn. Het boek zelf grijpt je eerder langzaam beet maar het sleurt je enkele tellen later wel aan de haren een flink eind met zich mee. Er zijn boeken die tot minder in staat zijn. Het fantastische en zeg maar ongelooflijke, bijna ongeloofwaardige einde maakt het boek alleen… geloofwaardiger. Stefan Brijs heeft met de Engelenmaker een wonderlijke bestseller uit de brand gesleept. Lang geleden dat een Vlaamse roman nog ‘ns zoveel diepe deernis in mij liet wedijveren met zoveel medeleven. Ik hoop van u het zelfde.

Extern:
Stefan Brijs-thuissite
Klaar met de verdrietjes van België - Trouw, 13 mei 2006 - Rob Schouten
Pascal Digital, wel heel recent over de Vergeethoek
De Engelenmaker bij Cutting Edge
De Engelenmaker is intussen ook openlijk genomineerd voor de Ako-literatuurprijs.
Rubriek 'Literair Logboek'

(Za 14/10/2006)

 
 
 
 

dinsdag, september 26, 2006

Wakker 

“Ik wil de lezer aanzetten tot traag en geduldig lezen. In ruil schenk ik een grote dosis literair genot terug. Overigens raad ik wel af mijn boeken te lezen als je moe bent. Ik schrijf nu eenmaal boeken voor wakkere mensen. Dat speelt een beetje in mijn nadeel. Wakkere mensen lopen helaas niet dik gezaaid. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen bestand is tegen de verbale energie en de stilistische levendigheid van mijn boeken, net zoals oude mensen vaak niet meer tegen de drukte kunnen.”

Yves Petry in de MorgenUitgelezen, woe 20 september 2006

Yves Petry zit duidelijk niet verlegen om een handvol grote woorden meer of minder. Misschien moeten we nu eindelijk ook maar ‘ns een boek van hem gaan lezen.
Op de leeslijst: Yves PetryDe achterblijver – de Bezige Bij, Amsterdam, 286 p., 18,90 euro

Rubriek: Citaat/Citaten

(Di 26/09/2006)
 
 
 
 

donderdag, juli 13, 2006

Hoe Lampo

Hubert Lampo is overleden... De jongste generatie zal van het bericht niet op zijn stoel gaan zitten schuiven. En ook Rick De Leeuw – toch een groot connaisseur van onze literatuur – krabt zich enigszins vertwijfeld in de gekleurde haren. Wie Lampo? Hoe Lampo? Zelf maak ik deel uit (met enige tegenzin wil ik dat wel toegeven) van de generatie voor wie de komst van Joachim Stiller in het herfsttij van de Seventies tot de verplichte stuff behoorde. Ik ben er eerlijk gezegd nooit veel wijzer van geworden. Recent literatuuronderzoek wijst overigens uit “dat de boeken van Lampo opvallend meer worden uitgeleend door 60plussers met een lager opleidingsniveau” (sic). Dat spreekt, vrees ik, boekdelen. Zelf zal ik mij Lampo – het is sterker dan mezelf – vooral blijven herinneren van het buikschuddende interview dat Martin Coenen met hem en zijn echtgenote mocht hebben, en dat gisteren, naar aanleiding van het overlijden van de auteur, door de Vrt nog ‘ns opnieuw werd opgerakeld. Hilarisch hoe mijnheer en mevrouw Lampo elkaar net niet in de haren vallen. Dat, vrienden, dat was pas een fijn staaltje van latent en niet-aflatend Magisch-Realisme!

Extern: Hubert Lampo en De komst van Joachim Stiller bij Wikipedia en bij het Vrt-nieuws.

(Do 13/07/2006)

 
 
 
 

zaterdag, april 22, 2006

Aan een windmeter heb je niets als de wind hem wegwaait. Dijken hebben een bepaalde hoogte. Kinderen kruipen onder de dekens en luisteren huiverend en geborgen naar de gierende wind, het gekraak van takken, het gerammel op het dak en het her en der neerkinkelen van dakpannen op straat. Verwoed rukt de win aan deuren, loeit tussen tochtstrips, laat ramen in hun sponningen trillen. Het huis lijkt er steviger, vastberadener van te worden. Tot het dak er afvliegt en het kind de witte volle maan recht boven zich in de zwarte nachthemel ziet staan, als het oog van een cycloop. Plotseling is alle bescherming verdwenen. Het begint om zijn ouders te roepen, die misschien al verdwenen zijn, meegesleurd door de opstekende storm, het duistere water in. Een roze babydekentje wegdeinend op de golven. En daarboven de ronddraaiende onverschillige machinerie van het heelal.

BernlefDe onzichtbare jongen – Em.Querido’s Uitgeverij BV – vierde druk 2006 – pag. 93

Harry Mulisch, Hugo Claus, Cees Nooteboom, Hella S. Haasse… Geef die Nobelprijs voor literatuur een volgende keer toch gewoon aan J. Bernlef !!!
(Za 22/04/2006)
 
 
 
 

vrijdag, december 30, 2005

Weefsel

In het begin loopt het niet echt. Een beetje harken is het zelfs. Beginnen, herbeginnen. Aarzelen. Bladeren en bijna wegleggen. Niet voor luie lezers, las ik ergens... En zo is het ook. Eerst. Even. De ogen lijken geen greep te krijgen op het verhaal. Je lijkt te willen verdwalen in een netwerk van figuren die je niet kunt duiden. Nog niet. Even wachten nog. Het ragfijne weefsel tussen de kinderen en de grote mensen heeft zich nog niet afgetekend. Het moet allemaal nog gaan gebeuren. Weefsel. Er is geen mooier woord voorhanden om het boek te benaderen, te beschrijven. En dan gaat het vanzelf. Je staat er middenin. Je ziet de Donau. Je leeft in Pest. Het is oorlog. Henriett wordt neergeschoten. Er is geen andere weg: Balint moet vertrekken, zodat ie later toch nog terug kan keren. Het magistrale einde blaast je weg... Laat je knakken als een stengel. Zou Szabo dit zonder tranen hebben geschreven? Blanka, Irèn, Pali, Henriett... Ze leven... Om je nooit meer te verlaten.

Notitie bij de lezing van 'De Katalinstraat' van Magda Szabo.

(Vr 30/12/2005)

 
     
 
 
 

dinsdag, december 27, 2005

Het gebaar (Citaat/Citaten)

"Henriett keek haar aan zonder iets te zeggen, met in haar hand haar horloge dat ze net om wilde doen. Het gebaar bleef hangen in de lucht, ze stond daar als haar eigen beeltenis met de tijd in de hand. Ze was verbaasd dat ze zich verbaasde, het was immers zo vanzelfsprekend voor haar was dat zij van Balint hield - maar dat Balint niet van haar hield, of eigenlijk wel, maar niet op dezelfde manier. Anders, en dat was niet genoeg voor haar om in leven te blijven. Ik ben gestorven, dacht ze toen verbijsterd. Het feit dat het zo eenvoudig was om te sterven hield haar lange tijd bezig, ook dat het niet afhing van de oorlogssituatie, van de wetten, van de dagelijks afgekondigde regels."

Uit ' De Katalinstraat ' van Magda Szabó - vertaald door Aniko Daroczi en Ellen Hennink - (Houtekiet - Antwerpen/Amsterdam 2004)

Afdeling: Citaat/Citaten

(Di 27/12/2005)

 
     
 
 
 

dinsdag, november 22, 2005

Wat Sappho bracht

 

Wat Sappho bracht - Editie 2005

Op hun respectievelijke weblog-dingen brengen Philip Hoorne en X-man Xavier Roelens verslag uit over de tiende editie van het Sappho-festival. Het is altijd leuk om met Heren van Stand van mening te verschillen maar niet zo zaterdag. Ik merk dat ik in grote lijnen zo goed als helemaal dezelfde voorstelling heb gezien. Naar mijn mening zelfs de allersterkste in jaren. Nadat Kris de Bruyne - als alleenzame man met gitaar - met zijn soloset en met enkele verrassend sterke Westende-songs het festival op gang had geneuzeld was er om écht te beginnen Luuk Gruwez. Nooit leuk om zo'n festival van woorden op gang te moeten trappen maar de man was mooi in vorm en volstrekt zijn bekende zelf - te nemen of te laten - al lijkt het er op dat Gruwez telkens hij hier in deze contreien zijn opwachting maakt ook telkens weer zijn vermeende affiniteit met zijn West-Vlaanderen van vroeger en altijd (dat overigens, mijn beste Luuk, allang niet meer bestaat), lijkt te moeten hernieuwen. In elk geval heb ik die archetypische coureur van hem ("ik wense dat men mij gaarne ziet") hier al eerder in de buurt over de sloot zien springen. Als tweede kwam en zag Gerrit Kouwenaar. Om ook nog te overwinnen. De man ontroerde mij. Voor mijn part: mooi met de mooiste M van mooi. De grootste hedendaagse dichter uit de Nederlanden? Ik denk het wel, ja. Dat hij mij achteraf bij het signeren vroeg of je Ruiselede met één dan wel met twee s-ssen schrijft is hem als Absolute Grootmeester vanzelfsprekend vergeven. Nadat ook Lucienne Stassaert haar niet eens onaardig ding had gedaan was het de beurt aan Menno Wigman. En Wigman da's, zoals telkens weer blijkt, niet alleen dé man van de voorbije jaren maar ook dé man van de Komende jaren. Al in 2002 was hij er op Sappho bij. Ook dit keer - kan ik het helpen - moet ik hier met een superlatiefje gaan staan zwaaien. Wigman was niet gewoon goed zaterdag. Op sommige ogenblikken - zoals in die stukken nieuwe bundel van hem - deed hij niets dan mij verbluffen. Na de pauze pakte Kris de Bruyne nog 'ns uit met zijn bekende kalfjes om daar naar ons gevoel toch wel heel erg lang over uit te weiden. Iemand had in de pauze ongetwijfeld iets doorheen zijn melk gehaald. Ramsey Nasr zag ik voor het eerst. En ik mag graag aannemen dat het niet voor het laatst is geweest. Présence tot en met, en nog belangrijker, met erg goeie gedichten. Hilarisch vonden sommigen zijn stadsgedicht over die man die met fauteuil en al de lucht in ging. Zelf hou ik meer van zijn echte werk. Na meer dan drie uur poëtische schoonheid die niet één moment had verveeld kwam woordvoerder Piet Piryns nog 'ns zwaar uit de hoek en kondigde als apotheose, als bloemekee, graag Leonard Nolens aan. Ach, Nolens, denk je dan, schitterend dichter, en dus verwacht je onwillekeurig op een voorspelbare manier ook 'meer van hetzelfde'. Nou moe. Niet zo zaterdag toen het al tegen de ochtend aanliep. Nolens deed wat niemand nog verwachtte. Na Gruwez én Nasr, na Kouwenaar én Wigman alles weg te blazen! Je moet het kunnen! Je moet het doen! Nolens, sec en knappend als altijd, liet ons persoonlijk met de sterkste flarden uit "een dichter in Antwerpen en andere gedichten", perplex en gehavend achter.

In haar eigen plat dat wij niet kunnen kennen.
Wij dubben haar blote geheim.

Zij is nu onderweg naar ons. Naar morgen, morgen,
Dan zijn wij van haar. Van hier. Van elkaar.


Nog heel lang bleef het zaterdag nadreunen en trillen in ons. Jammer dat het gerucht dat al een hele avond lang als strovuur (of als, zegmaar, een soort intussen gemuteerde Kris de Bruyne) door de zaal had gelopen alsnog bewaarheid moest worden. Piet Piryns vroeg ons te helpen om organisator Luc De Leersnyder van mening te doen veranderen. Dat de tiende editie van Sappho ook de laatste zal zijn geweest kunnen we met zijn allen inderdaad alleen betreuren. Maar als het dan toch zo moet zijn dan is Sappho zaterdag - met Nolens die tot slot Gerhardt las - geëindigd in niets dan onversneden schoonheid.
 
     
 
 
 

Zaterdag 12 november 2005

Hommel 

Een eerste aantekening bij "Het ei in mezelf" van Philip Hoorne

Drie dagen geleden al en ik herinner het mij nog alsof het gisteren was. Yep! Dat ik aanwezig was op de definitieve Eilegging van een bundel gedichten die er bij nazicht mogen zijn. Allemaal en één voor één... Het ei in mezelf dus van Meester-Hommel Philip Hoorne. Verleden jaar raakte ik als causeur van dienst bij de publicatie van Inbreng Nihil nog 'lost in Gullegem'. Dit jaar vond de voorstelling plaats in het mooiste Wevelgem van al onze plaatsen. Ik kwam niet uit Gent - nee, - maar de avond fietste niettemin erg aardig weg...

Wat ik mij drie dagen later nog van de voorstelling herinner? Ha! Ik hou wat over! Vooreerst de mooie inleiding van Alain Delmotte die zoals we het van hem gewoon zijn, en tot spijt van wie het benijdt, tussen zijn woorden door bewees te zijn wat hij is: een dichter pur sang. Dat ik er later op de avond getuige van was dat Delmotte zelfs in staat is om de inhoud van een glas rode wijn op de grond te krijgen zonder het glas te breken, versterkt alleen maar wat ik zeg.

Keurig in de inleiding ingelast en nog even daarna las een terecht trotse Hoorne de gedichten die moesten gelezen worden. We noteerden o.a. Bosbegeer! (een must voor West-Vlamingen want met een h omlaag), Van zwemmer tot mol! Ik wilde iets maken met mijn handen! En niet te versmaden ook die Donut met dat gat in het midden! Na het officiële gedeelte gaven we ons zonder enige wroeging over aan het officieuze om ten slotte in het gezelschap van dichter, inleider en Arjan en Harold, de warmhartige tandem van Uitgeverij 521, feestelijk achter de blonde Leffe tot stilstand te komen in het café 'de Mythe' want wat is in een naam nietwaar...

Drie dagen later geeft Het ei in mezelf hier nog altijd niet al zijn geheimen prijs. Hoopgevend is dat. Ophokplicht is voor later. De bundel oogt aanvankelijk net zo lichtvoetig als het vroegere werk. Toegankelijk als een mennegat dat openstaat. Maar veel is schijn in dat Ei van Hoorne. Zombies zetten er hun mooiste maskers op. Over 'Niets met mij' tot voorbij 'Inbreng Nihil' zijn de gedichten van Hoorne een mooie weg gegaan. In de nieuwe bundel gaat Hoorne een paar keer flink over de schreef maar nog veel meer keren is het er helemaal op. Dat Philip Hoorne als dichter niet van gisteren is weten we al langer. Er zit een methode in zijn gekte. Als dichter beheerst hij intussen perfect de hele schaal die tussen overdrijven en uitvergroten ligt. Zoals Alain Delmotte in zijn inleiding al aangaf voert grimmigheid de boventoon in de bundel. Het lachen vergaat ons af en toe deerlijk. Een grimas wordt ons deel. Groen is hoe we lachen en Hoorne zet ons wat ongemakkelijk in onze zitkom te kijk en tentoon. Gedichten met een randje zijn het. Donker en met een schaduwkant die tot voor kort verborgen bleef. Donker zoals alleen aan de Franse Grens de nacht kan zijn. Misschien dat dit de reden was waarom ik mij na de Mythe op dat vervloekte bord verkeek en woensdagavond laat ook nog 'ns de verkeerde kant ben opgegaan. Pas in Dottignies (Dottenijs - voor onze Nederlandse vrienden - Dottenijs, dat nog net geen Frankrijk is) kon ik terug naar vanwaar ik kwam. Geloof me vrij: Het Noorden van Frankrijk is niet ver voor wie van Wevelgem komt en voor je't weet staan ze er ondanks lieflijkheid van land en loof met een brandbom klaar. Een beetje... Tja, een beetje zoals het ook in de nieuwste gedichten van Philip Hoorne is. Het prettig gestoorde van het vroege werk krijgt bij Hoorne een alsmaar verbetener trekje... Vaak krijgt de dichter in Het ei in mezelf hommeles met de werkelijkheid; hommeles met de taal. De brommende hommel van vroeger heeft plaats gemaakt voor zijn broer de horzel. De angel heeft weerhaakjes gekregen. Het ei in mezelf (In West-Vlaanderen hangen wij - althans de sympathieksten onder ons - graag en veel het ei uit) is een bundel die net zo'n bemoedigende tik verdient als dat ei dat 's morgens- vogelgriep of niet - in volle glorie en eetbaar als een perzik voor onze ogen staat.

Philip Hoorne, Het ei in mezelf, Uitgeverij 521

Als dit een Poëzierapport was geweest dan kreeg Het ei in mezelf hier al meteen een harde 8.

© Paul Rigolle - Za 12/11/2005 - Hommel- Afdeling: Literair. En jij?
 
     
 
 
     
 

Zaterdag 5 november 2005

Inkt. Bochel. Vat. 

Verdwijnende inkt! Er valt helaas een nieuw geval van verdwijnende inkt te signaleren. De gevallen lijken zich nu wel pijlsnel op te volgen. Vandaag dienen we met gepaste droefheid te noteren dat ze bij het Davidsfonds de jaarlijkse en intussen toch wel lichtjes prestigieus geworden reeks "Gedichten..." hebben stopgezet. Wie er in de periode 1965-2004 niet heeft ingestaan mag het voorgoed vergeten. "Omdat het concept niet meer werkt en dichters niet langer uitsluitend voor het literaire tijdschrift als medium om hun gedichten wereldkundig te maken, kiezen... Websites en e-zines tieren immers welig... ", zo heet het bij het Davidsfonds. Over de sinds eeuwen nog altijd wat oubollig ogende signatuur van het Davidsfonds - Welkom in Cultuur - kun je veel zeggen maar de jaarlijkse reeks "Gedichten" was een staalkaartje dat meer dan gezien mocht worden. Vooral ook door mensen die maar één keer per jaar en hoogst occasioneel een ding als een gedicht onder ogen kregen. Meteen komt er een einde aan een traditie van 4 decennia waarin aanvankelijk Jos de Haes en Hubert Van Herreweghen, later Willy Spillebeen en Hubert Van Herreweghen en recent Hugo Brems en Willy Spillebeen, jaarlijks de "50 beste gedichten" uit literaire tijdschriften kozen. Moeten we dat betreuren? Natuurlijk moeten we dat betreuren al was het maar dat we met de reeks meteen ook weer een mooie tandem van selectieheren verliezen die jaarlijks de schaar kon zetten in de wildgroei aan gedichten die ons elk jaar weer overvalt als een peloton ordinaire struikrovers. De inkt verdwijnt, zoveel is zeker. Het tij zullen we niet keren. Straks zien we er warempel allemaal eender uit. Onafzichtelijk en zo goed als aan het scherm gekleefd en gekluisterd. Bochel en leesbril met bokalenglazen. Allemaal afgedankte weckpotten gelijk. Doorwasemd van karrevrachten plat water en bruin van de sloten nicotinevrije koffie; klinkend als holle vaten waar (gelukkig nog) af en toe muziek (én sporadisch ook nog een gedicht) in zit.

gepost door Paul R.@ Link naar het log   Het reactieding

 

 
 
 
     
 

Zaterdag 5 november 2005

Plotselinge Noot 

Ineens zin gekregen om in deze afdeling voor mezelf de wat verliteratuurdere berichten uit Arcadië te gaan bijhouden... Na!

gepost door Paul R. op een onbepaalde dag...

 
     
 
 
     
 

zondag, oktober 16, 2005

Winnaars. Ook wij.

Op deze wijdvertakte sportzondag die ondertussen - Chrono des Herbiers of geen Chrono des Herbiers - traagzaam naar zijn einde loopt, wil ik niet nalaten om u graag het fonkelnieuwe bestaan te melden van Ook wij waren winnaars. Het boek (dat ik zelf nog niet in handen heb mogen houden) is een bloemlezing van 150 sportgedichten uit Nederland en Vlaanderen die werd samengesteld door Pascal Delheye en Willie Verhegghe en is een coproductie van het poëziecentrum en uitgeverij De Geus. Behalve poëzie van onder meer Tom Lanoye, Anna Enquist, Jules Deelder, Herman de Coninck , Gerrit Komrij, John Schoorl en Fred Papenhove bevat Ook wij waren winnaars mijn 'sportgedichten' De hel van het Noorden en Krijger. Aan de mooie smaak van de heren Delheye en Verhegghe valt, als u het ons vraagt, mede daarmee nooit meer te twijfelen.

(Via ondermeer: de contrabas)
 
     
 
 
     
 

zaterdag, juli 16, 2005

Droogvis en Algipan

Ook deze Tour lijkt uiteindelijk uit te willen draaien op theater dat te voorzien en te verwachten was. De Amerikaanse vogelspin heeft alles in haar greep. Na afloop van de eerste Pyreneeënrit zijn het optimistische enkelingen die de handdoek nog niet hebben gegooid. Een uitstekend moment, lijkt mij, om nu al verder te kijken dan onze tourneus lang is. Graag mag ik dan ook elke poëtische fietser uitnodigen voor het 1° Natourcriterium in Diksmuide op dinsdag 26 juli 2005. Met herstelde knieën: Boonen versus Mc Ewen op de keien van Diksmuide. Di Luca versus Van Petegem. En vele Farazijntjes om voorafgaand aan een koninklijke sprint de Mattan uit te hangen.
Even belangwekkend lijkt het mij evenwel te vermelden dat eerder op de middag in het Diksmuide van al mijn plaatsen in 4AD ook de allereerste editie van "Droogvis en Algipan" doorgaat. Een slaatje gemengd samengesteld en gelardeerd met wielerpoëzie en kabaret. Koers en karamel verzameld in een project van Stad Onderstroom. Geven om 13.00 u. in 4AD ondermeer present: Willie Verhegghe, Patrick Cornillie, De Koereurs, Hans Roelens, Henk Knockaert, Paul Rigolle en andere D.A.C.D. 's.
Het spreekt dat ook jij - doodrijder uit Lichtervelde of elders - bent uitgenodigd! De ingang is zelfs gratis.

 

 
     
 
 
     
 

vrijdag, juni 10, 2005

Nooit twee 

Graag genoteerd dat er een nieuwe dichtbundel van Koenraad Goudeseune zit aan te komen. Na de roman Vuile Was (1993 - nominatie NCR-prijs), Dat zij mij leest (eerste dichtbundel uit 1998) en het brievenboek Onuitsprekelijk is wat wij over de liefde zeggen (1999) is er heel binnenkort Zen uit eigen werk bij uitgeverij Atlas. De bundel wordt op vrijdag 24/6/2005 om 20 u. voorgesteld in het lunchcafé van boekhandel Walry, Zwijnaardse Steenweg 6, Gent - (09/222 91 67 - boekhandel@walry .be)

Ik loop zo vaak verloren dat ik dat nauwkeurig kan.
Koenraad Goudeseune

Een andere bundel waar ik vandaag met jou naar uitkijk is de nieuwste Mark van Tongele. Het gaat om de verzamelbundel Gedichten die vanavond om 20u15 wordt voorgesteld in 't Arsenaal in Mechelen. Inleiding Yves T'Sjoen. Gedichten is een uitgave van Lannoo.

En omdat er ook in juni "nooit twee zonder drie zijn" mag ik onszelf ook met enige klem attenderen op Splash. Een boekje van Jan Lauwereyns waar we niet van terug zullen hebben en dat uitgerekend ook al vandaag - wat is er toch aan de hand met deze in mijn geval bloody U2-ticketloze dag - zou moeten verschenen zijn.
Lauwereyns lijkt ons, naar is aangekondigd, in Splash op een mooie lange reis te vergasten:

"Op muziek van Alban Berg voert Lauwereyns ons mee langs een duizelingwekkend betoog, onder meer via Darwin, Wittgenstein, Deacon, Hofstadter, Van Bastelaere, Heidegger, Damasio, Penrose, de Russische futurist Chlebnikov, de Amerikaanse l=a=n=g=u=a=g=e poets... En langs de taal van apen, waarover Lauwereyns als geen ander kan meespreken. Telkens koppelt hij zijn voorlopige conclusies terug naar de poëzie van H.H. ter Balkt. Uit een zee van opzienbarende gegevens duikt Lauwereyns uiteindelijk op en hij snelt naar zijn driejarige dochtertje. Dan moet hij constateren dat de mens, en dus de dichter, het nooit zonder betekenis kan stellen."

Eén en ander werd eerder ook al aangekondigd bij de muziekmakers van Contrabas en op Parlando.
 
     
 
 
     
 

dinsdag, mei 24, 2005

Wel en wee

Wie deze arcadische kolommen, waar het er - toegegeven - de voorbije dagen nogal kalm aan toeging, blijft bezoeken, weet dat er hier af en toe een laddertje wordt uitgezet voor het literair en plastisch werk van duivelskunstenaar Armando. Ik mocht het hier eerder al over de confrontatie Armando-Permeke in het Jabbeekse Permekemuseum hebben en nog wat vroeger bracht ik al een voorraad wierook aan bij 'De haperende schepping'. Voor de opvolger, de nieuwe (ultrakorte-) verhalenbundel van Armando is het niet anders. "Het wel en wee" is weliswaar meer van hetzelfde maar het is net zo goed onnavolgbaar. Ter illustratie van één en ander plaats ik hieronder erg graag het verhaal "Levend".

Armando: Het wel en wee, Uitgeverij Augustus Amsterdam-Antwerpen, 2005
 
     
 
 
     
 

maandag, mei 02, 2005

Flarden

Pas begonnen in 'Het onverwachte antwoord' van Patricia de Martelaere en er, sterker dan onszelf, al meteen hele flarden uit opgeschreven!

Zoals:

"Ook Esther zit en kijkt. Ze wacht op het moment waarop het gezicht loskomt, als de postzegel van een brief die ligt te weken. Het komt altijd los, bij de een al wat sneller dan bij de ander. Het zijn deze gezichten die ze verzamelt, de rest gaat haar niet aan. Het gaat om het moment waarop een gezicht een masker wordt, harder en onbeweeglijker dan zichzelf, echter dan zichzelf. Of het moment waarop de blik overgaat in een landschap, diep, wijd, maar onpersoonlijk..."

Pag. 6 - Het onverwachte antwoord - Patricia de Martelaere - Uitg. Meulenhoff

En nog:

"En dan, natuurlijk, vertellen ze haar hun hele leven, van kindertijd tot ongelukkig huwelijk, van bed tot bed, verlangen tot ontgoocheling, en dat allemaal in de hoop dat het iets zal veranderen, dat Esther hier en daar een lijn zal aanpassen, dat ze de kin zal scherper maken en de neus minder lang. Ze hopen dat ze het portret zal maken van iemand zoals die is wanneer hij wordt bemind, dat ze dus alles zal tekenen wat er niet is, en dat het er toch zal zijn."

Pag. 8 - Het onverwachte antwoord - Patricia de Martelaere - Uitg. Meulenhoff

Update (Di 3/05/2005 - 07.50):
En toch ging gisterenavond laat de Libris-literatuurprijs dan toch nog naar Willem Jan Otten. Straf! Mijn gelukwensen aan Specht en zoon!
 
     
 
 
     
 

Woensdag 9 maart 2005 

Meer. Mét hoofdletter.


Kompaan van meer dan één dichterlijke oorlog, Jan van meenen - mét kleine letters! -, schreef nu al Meander's gedicht van de maand maart. In een toevallige samenloop van omstandigheden krijgt ie van Sir Hoorne bovendien ook nog op Poëzierapport de zon vanvoren. Volgens mij is dat geheel en al terecht. Terwijl een naamgenoot (mét hoofdletters) zich vooral toelegt op de lichaamstaal van politieke (en andere gestelde) lichamen rooit de dichter Jan van meenen het meestal met minder. Al levert dat in het geval van Jan van meenen vaak meer op. Meer, mét hoofdletter.


 


dinsdag, maart 08, 2005

Duizend dichters

Eén, twee, tien... Zelfs twintig. Of desnoods dertig, maar Duizend Dichters... Homaar nee, hiervoor wil ik graag en uitgebreid bedanken. "Duizend dichters, ieder één minuut, spreektijd vijftig seconden, samen goed voor zowat achttien uur...". O mijn dierbaren, onthou ons die kelk van kale, klamme klanken. Poëzie en het rumoer daarrond moet blijkbaar steeds meer op het hartverscheurende gejoel en gejengel van jaarmarkten, handelsbeurzen en meiforen gaan lijken. Ons niet gezien al staat het u natuurlijk vrij om het daar totaal oneens mee te zijn. Als dat zo mag zijn, aarzel dan niet om er straks op zaterdag 1 juli 2006 in Utrecht bij te zijn en jouw ene ding te doen wat dient gedaan... Maar ons, nee ons zul je daar niet zien. Vreemder nog vinden we het bovendien om te vernemen dat Uitgeverij 521 naar aanleiding van het spektakel zelfs een heuse anthologie wil uitbrengen met exact 1000 gedichten... Verkoop verzekerd dat wel, maar als je als neutrale lezer zo ook al weet dat er in pakweg de dikke Komrij alleen al een sliert totaal overbodige gedichten staat wat zal dat dan niet in Utrecht geven... Zeg straks maar niet dat je niet verwittigd was...

zaterdag, maart 05, 2005

Vlagen en vleugjes

Proza dat perfect als poëzie gelezen kan worden, het bestaat! Donderdagavond kreeg ik daar in het Brugse concertgebouw een glinsterend voorbeeld van te horen. Arthur Japin werd er geinterviewd door Jos Borré... En na afloop van het gesprek herhaal ik graag wat ik hier in deze kolommen al eerder zei: Een schitterend gebrek is - schrik niet - een roman zonder enig gebrek. En als Arthur Japin - niet op zijn nederlands uitspreken, dat klinkt wat al te pinnig, zei hij, liever op zijn frans - er losweg uit het hoofd enkele flarden uit voorleest gaat zijn taal bij vlagen en vleugjes klinken als kamermuziek. Dat deed het dus donderdag ook volop. Buiten, lagen op de vlakte van 't Zand de ijsschotsen voor het rapen. Het vroor in maart. Min zeven. Maar binnen zwol in wat de koudste nacht van het jaar zou worden de warmte aan van lezers bij elkaar. Zo gek veel vragen werden er na afloop niet gesteld. Het leek er op dat we alles hadden begrepen.
Sommige ouwe en eeuwig zeurende criticasters mogen dan twijfelen aan de geloofwaardigheid van het verhaal van Lucia en Giacomo. We laten ze, want ze dwalen. Soms neemt iemand voor ons alle twijfel weg: het woord is tot in veel staat.
 
     
 
 
     
 

zaterdag, maart 19, 2005

Omega Minor

Iets ongerijmds heeft het wel! Duimen voor een boek dat je nog niet eens gelezen hebt. Vanavond - tijdens de rechtstreekse uitzending van de Gouden Uil 2005, zegmaar een soort Eurovisiesongfestival voor boeken - zal ik niet duimen voor Pfeijffer, Grunberg, De Martelaere of voor Westerman... Nee ik heb het vanavond absoluut voor het boek met de allerlelijkste kaft: Omega Minor van Paul Verhaeghen. Hoewel ik hier openlijk wil toegeven nog geen enkel van de genomineerde boeken te hebben gelezen weet ik wel waarom Omega Minor de Gouden Uil moet winnen. Ik kocht het boek weken geleden bij DeReyghere en trok er mij even intens mee terug bij een koffie in Craenenburg. Zoals altijd met nieuwe boeken aarzelde ik niet lang en bracht het boek in één vloeiende beweging net even tot bij de neus. Ik snoof en rook de inkt, de bladen, de harde, lelijke kaft. Een Italiaanse vrouw waarvan ik al meteen gevonden had dat ze een beetje op de moeder uit La meglio Gioventu leek, betrapte mij bij het stellen van mijn daad. Meteen glimlachte ze naar en wellicht nog meer om de wildvreemde man die aan haar overkant in Craenenburg naar een voor haar onleesbaar boek te staren zat. Heel even, zo heel even maar, leek het alsof er iets intiems ontstond. Sindsdien stel ik het lezen uit. Over het boek, toch wel een hele dikke turf, ben ik nu al heel tevreden. Af en toe blader ik er tussen de bedrijven door even in en laat met mondjesmaat een paar zinnen tot mij toe. Iets als wat ik bijvoorbeeld op bladzijde 345 van de tweede druk zie staan:

"Stella heeft mijn blik gevolgd. 'Mannen schieten te kort', zegt ze. 'Maak daar maar een motto van.'

Vanavond (lang na Milaan-San Remo) op al Uw schermen: de uitreiking van de Gouden Uil
 
     
 
 
     
 

vrijdag, januari 07, 2005

De gave

Kijk, zeg ik. Dit kan nu 'ns de werkelijke reden van bestaan zijn van een poëziesite als die van Poëzierapport. Dat je op een ochtend, heel vroeg, zo'n gedicht als datgene wat hieronder staat, opnieuw te lezen krijgt. Waarom dit poëzie is die leeft en blijft leven en er in die van een ander geen belletje ademtocht te blazen valt, is alweer niet in een handomdraai uit te leggen.
Het lijkt een beetje ' simpel ' dit gedicht, maar hoed je, het is het helemaal niet. Het balanceert vervaarlijk op de rand van het karamel-achtige en toch haalt dit gedicht het met lengten van de zuigkracht en de valkuilen van de zichzelf- en allesopslokkende banaliteit. Een gedicht is het dat ook in mijn ogen volop mag dingen naar de broze blijdschap van een nieuwe dag . Een gedicht om op een ochtend als die van vandaag stomweg blij mee te zijn. Iets dat je niet kende. Van een dichter die je niet kende.
Een gedicht om in zijn geheel te citeren, helemaal klaar om (uit-)geknipt en geplakt te worden... Van Jabik Veenbaas (' de Man met de Lamp ') is het en ik doe een beroep op al mijn citaatrechten om het hier met enige schroom toch maar te plaatsen. Want een gedicht is het, groot als een gave:

De gave

Ik liep nog één keer door de stad
om alles weg te geven

mijn benen liet ik aan een bedelaar
die zijn hand ophield in een schemerig park

mijn vingers gunde ik aan een vogel
die er zijn jongen vrolijk mee voerde

mijn kleumend hart schonk ik aan jou
een vreemde, bloederige gave!

toen was ik niets meer dan een lang verlaten,
een ongenaakbaarheid, maar ik werd ook

het onstilbaar begeren van de late bedelaar,
het vogeljong dat reikhalzend uitvloog
en jouw meisjesogen die dorstig dongen
naar de broze blijdschap van een nieuwe dag


© Jabik Veenbaas


Bovenstaand gedicht maakt deel uit van een bloemlezing die ik - eindelijk in het vaarwater rakend van de 'Friese Welle' en zelf mijlenver daarvandaan zetelend in het West-Vlaanderen van al mijn plaatsen - dringend 'ns in huis moet halen: "Droom in blauwe regenjas ".

Foto Jabik Veenbaas via: http://www.frysk-en-frij.nl/skriuwers/veenbaas-jabik.htm

gepost door Paul R.@ 21:16 Het reactieding
 
     
 
 
     
 

Dinsdag 24 november 2004

Rebuten 

Komende vrijdag 26/11 wordt in boekhandel De Reyghere op de Brugse grote markt de nieuwe dichtbundel van Renaat Ramon voorgesteld. Rebuten is de titel. Rebuten staan o.a. voor 'onbestelbare brieven'. Om van 'uitschot' maar te zwijgen. Inleider van dienst vrijdag is Patrick Lateur en misschien - laven we ons niet aan dezelfde bron Aristoxenos? - lopen we er elkaar wel tegen het vege poëtische lijf! Rebuten is een uitgave van het Poëziecentrum. Hieronder ruim ik graag voor deze gelegenheid plaats voor een gedicht van Ramon.

Aan Aristoxenos van Tarente

Vaak, ja al te vaak, Aristoxenos,
denk ik aan jou - meer
dan strikt genomen goed voor mij is.
Ach ja, wij laven ons nu eenmaal
aan dezelfde bron. En de god
in ons is nog niet teloorgegaan.
Ook onlangs in Athene weer -
de wolken werd opgevoerd -
en ik beklom nogmaals het Mouseion,
verlangend grootheid en verval
nog eens vanuit een verheven standpunt
te zien. En ook - je kent me -
om een groet te brengen aan de laatste man
die Athene weldaden bewees.
De zon stond stil boven de Omfalos
en ver achter de Olympische bergen
lag de wind. Zelfs geen mens
was er te vrezen - gelukkig maar,
want ik zweette als een Stygische hond.
Ik kwam op het niveau waar,
zoals je weet, de zoon van de steenhouwer
placht te zitten, en waar hij,
zoals de legende wil, de gifbeker dronk.
Even dacht ook ik te gaan zitten
op de kale, welgevormde steen
(al lag er drek van honden omheen)
maar toen verscheen jij mij, Aristoxenos,
en ik dacht: ach nee - nee, niet
op de plaats van de sofist.

© Renaat Ramon

 
     
 
 
     
 

maandag, november 22, 2004

Wat Sappho bracht

Sappho bracht ons zaterdag laatst niet de meest wereldschokkende aflevering. De editie 2004 bevatte niettemin meer dan voldoende beklijvende momenten om ze levendig in de herinnering te houden.
Van debutant Dimitri Casteleyn, die de spits afbeet en ook van Hilde Keteleer hadden we net iets meer verwacht. Casteleyn, wel degelijk afkomstig uit het nabije Aarsele en niet uit één of ander Aarselgem zoals opperkwark Piet Piryns van zijn tong liet rollen - overigens altijd weer pijnlijk om Piryns op zijn bekende neuskrullende manier over 'plaatselijke dichters' bezig te horen - las de gedichten die eerder in Poëziekrant stonden. Binnenkort verschijnt Casteleyn's poëtisch debuut en hij liet ook nog verstaan aan een roman én aan een film te werken. Dat lijkt ons wel heel veel ambitie voor één en dezelfde man. Hilde Keteleer las o.a. van a tot z een lang erotisch gedicht waarvan we het evenwel niet warm of koud kregen. Maar misschien lag dat alleen aan ons. Van goed over betere momenten tot knap tout court varieerden de lezingen van Paul Demets, Anna Enquist en H.H. ter Balkt. Wat mij betreft was het evenwel vooral Erik Spinoy die her en der de bakens helemaal wist te verzetten. Wat Spinoy las uit L., zijn komende bundel, laat het allerbeste vermoeden. Ondertussen had Willem Vermandere op zijn eigen luimige manier met een aantal gedeclameerde litanieën de show gestolen en had organisator Luc Deleersnyder per ongeluk een Panamarenko'tje op de grond laten lazeren. Het was gelukkig de enige val van de avond. Helemaal aan het eind praamde Piryns ons nog om wat langer in Ruiselede te blijven hangen. De eerste nachtvorst had de wegen namelijk erg gevaarlijk gemaakt, liet hij weten. Wat is in een naam, dacht ik even later toen ik het laagje rijm (zoals we de rijp hier plegen te noemen) van mijn ramen haalde.
 
     
 
 
     
 

Dinsdag 16 november 2004

Sappho 2004

Waarom ik ook dit jaar tal van particuliere en andere redenen heb om komende zaterdag in Ruiselede het jaarlijkse poëziefestival Sappho niet te willen missen? Omdat ik Dimitri Casteleyn, debutant en Anna Enquist, rasschrijfster... Omdat ik Paul Demets met zijn papegaaienziekte, en Erik Spinoy, met zijn jachttochten en zijn honden in de sneeuw... Omdat ik om al wat Winter is en Waar, Hilde Keteleer, revelatie voor vele blauwe dagen wel 'ns van heel nabij wil zien en horen? Misschien... Ook... Zeker... Omdat ik de dingen van Panamarenko nog altijd wil zien vliegen in mijn hoofd en Willem Vermandere de bard en Piet Piryns de kwark wil horen neuzelen en zagen? En zingen? Wellicht. Zeker wel. Maar vooral, weet ik, dat ik ga, helemaal alleen in mijn dooie eentje, ga ik voor die ene oude meester uit Twente wiens Ster bij mij niet gauw zal doven. De enige en echte Herman Hendrik ter Balkt. Ooit was ik er bij als knaap toen hij - the poet formerly known als Habakuk II de Balker -in de jaren zeventig aldaar de plaatselijke poëzieprijs kreeg en ik het publiek van leer hoorde trekken tegen wat zij toen al zijn nodeloze mystificatie noemden. Toen al maakte ik kennis met de aardsheid en de kracht van zijn ultieme boerengedichten. De gloeilampen; de varkens en niet te vergeten Uier van 't Oosten. En later die ene titel die alle andere in de schaduw zou stellen, formule om binnensmonds te blijven murmelen: Oud gereedschap mensheid moe. De schik en het plezier in de taal, om de taal, die spreekt met de mond van H.H. ter Balkt! Dat wil ik niet missen zaterdag in Ruislee, zoals het dorp hier in de volksmond heet. Weer wil ik de hoofden naar elkaar zien knikken, ook dit jaar weer, in dat prachtige dorp van jonkmannen, opgeknapte meisjes, boeren en boezeroenen, dat zonder de poëzie (én zijn gemeentesecretaris) door geen kat zou worden gevonden.
 
     
 
 
     
 

Dinsdag 16 november 2004

Rapporteuren. 

Als liefhebber van de betere poëzie zal het ook u niet ontgaan zijn dat "Poëzierapport" als site steeds beter wordt. Evenmin dat met de poëzie van Menno Wigman hetzelfde aan de hand is. Met andere worden: warm aanbevolen die kleine rapportjes.

Link naar het log...

 
     
 
 
     
 

Zaterdag 28 juni 2003

Hotels 

Hoe het komt weet ik niet zo goed, maar weerstaan aan boeken met de titel Sterke verhalen rond vermaarde hotels is voor mij onbegonnen werk. Volgens sommigen is het boek ronduit slaapverwekkend maar mij mag je het deze zomer best cadeau doen. Welke voyeur wil immers niet, net als ik, weten waar Al Capone zijn laatste dagen sleet (Grand Hotel in Miami), waar Jean Cocteau ene Radiguet probeerde te vergeten en waar Frida Kahlo samen met Trotski onderdook… Waar Greta Garbo Grand Hotel opnam (Adlon in Berlijn), Sartre verbleef met de Beauvoir (Sole al Pantheon, Rome), Ernest Hemingway woonde (Abos Mundos op Cuba), Andy Warhol terecht kon (Savoy Londen)… Waar Alice Cooper zijn intrek nam met zijn boa-constrictor (Portobello Hotel in Londen) en Salvador Dali met zijn panterkatten (Meurice in Parijs)… Dat de beroemde ‘bed-in’ van John Lennon en Yoko Ono te situeren valt bij onze noorderburen, dat wist u natuurlijk wel (24 maart 1969, Hilton Amsterdam, suite 902) maar weet u waar Bob Dylan’s eerste zoon Jesse geboren werd en waar Agatha Christie een week spoorloos was? En weet u wat ik nu ga doen? Nog ‘ns een cd opleggen. Nee, niet iets van Captain Beefheart of van Moby maar wat goud van vroeger, iets als Grand Hotel van Procol Harum?

Sterke verhalen rond vermaarde hotels’, door Francisca Matteoli. Uitgeverij Terra/Lannoo, Tielt/Warnsveld. 208 blz., 32,95 euro, ISBN 90-209-5110-6

2003-06-28, 22:18:44 

 
     
 
 
     
 

Maandag 23 juni 2003

Gloed

Elke boekenkast die zichzelf respecteert moet vol wolfijzers en schietgeweren steken. Er zijn immers boeken die de kracht hebben om bij lezing in je handen te ontploffen. Zo’n boek is Gloed van de Hongaar Sándor Márai. Het boek dateert al uit het jaar 1941 en de schrijver was mij tot voor kort onbekend. Na Gloed wil ik evenwel alles van hem lezen. Na Gloed wil ik weten wie Sándor Márai werkelijk was…

Een citaat:

“Want ook het hart heeft een nacht, met driften die even wild zijn als het jachtinstinct van een wolf of een mannetjeshert. De driften van droom, begeerte, ijdelheid, zelfzucht, hitsige wellust, jaloezie en wraak zijn heimelijk aanwezig in de menselijke nacht zoals de poema, de gier, de jakhals rondsluipen in de nachtelijke woestijn. En er zijn momenten waarop het in het menselijk hart geen nacht meer is maar ook nog geen dag, wanneer de wilde beesten te voorschijn kruipen uit de geheime sluipholen van de ziel, wanneer in ons hart een drift zich roert en tot een beweging van onze hand wordt, een drift die we jarenlang vergeefs hebben trachten te beschaven en te temmen, soms lange, lange jaren… En alles is vergeefs geweest, hopeloos hebben wij de ware betekenis van deze drift voor onszelf ontkend: de werkelijke inhoud ervan is sterker gebleken dan onze wil, hij is massief gebleven en niet gesmolten. Op de bodem van elke menselijke relatie ligt een of andere tastbare stof, en alle argumenten en handige trucs ten spijt, deze werkelijkheid verandert niet.” Sándor Márai, Gloed, pag. 96-97

2003-06-23, 22:43:52

 
     
 
 
     
     
     
 

 

 
 

Arcadim in Arcadië

 
 

Homepage Paul Rigolle