| |
|
|
|
| |
|
|
|
| |
|
|
| |
Literair
Logboek...
|
|
| |
Notities van een lezer die net daarom
het schrijven niet kan laten...
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
woensdag, november 1,
2006
Bloedsomloop
(Citaat/Citaten)
”Een man die bij machte was een nieuw
woord te creëren en het te laten doordringen in de bloedsomloop van de
taal verschilde voor mij maar weinig van de schepper van het licht en de
duisternis: als je een boek had geschreven, had je misschien het geluk dat
mensen het een tijdje lazen, totdat er nieuwe en betere boeken voor in de
plaats kwamen; maar wie een nieuw woord verwekte, die raakte aan de
eeuwigheid. Tot op de dag van vandag doe ik soms mijn ogen dicht en zie ik
die tengere, breekbare grijze man voorbijsloffen, verstrooid, met zijn
witte puntbaardje, met zijn zachte snor, met zijn fijne handen, met zijn
Russische bril, met zijn aarzelende porseleinen pasjes, als een piepkleine
Gulliver in het land van de reuzen, dat bevolkt is met een gevarieerde
menigte van enorme ijsbergen en hoge hijskranen en dikke neushoorns,
terwijl alle kranen en neushoorns en ijsbergen een beleefde, dankbare
buiging voor hem maken.”
Amos Oz – Een verhaal
van liefde en duisternis. De Bezige Bij, Amsterdam, 2005, 647 p.,
Vertaling Hilde
Pach – Citaat op pagina 85, 4° druk.
Extern: De
jongen die alles goed maakt in Het
Parool.
Rubriek: Citaat/Citaten
(Woe
1/11/2006)
|
|
| |
|
|
| |
zaterdag, oktober
28, 2006
Podium
Geginnegap zegt u? Neen hoor, voor één
keer laat ik hier elk gemonkel achterwege. Zelf heeft u het misschien
nog niet zo gemerkt maar hier, in het West-Vlaanderen van al onze
plaatsen blijft het bulken van het talent. Van stotteren tegen de
zeewind in word je sterker. We kijken uit naar Engeland en al de rest
ligt achter ons… West-Vlamingen hebben veel waarvan anderen alleen
maar kunnen dromen. Kijk maar ‘ns naar dat mooie podium van de
provinciale prijs voor dramatische kunst! Niks provinciaals schort daar
aan! Wel integendeel. Frank
Adam (“Urt!”) als winnaar en Xavier
Tricot (“Hamlet van Raversyde, gevolgd door Oedipus vs. Antigone
& Orestes vs. Electra”) en Joris
Denoo (“Dode adder”) die hem flankeren! Een half leven zijn ze
stuk voor stuk al met hun taal onderweg en nog worden ze als
klassiekerkoningen veel zwaarder onderschat dan nodig is. Misschien
moeten we die hele
provincie van ons maar ‘ns bij de hoeken opnemen en ze ergens meer
naar het Noorden weer neer gaan leggen. Bijvoorbeeld in Nederland!
De proclamatie
van de literaire prijs van West-Vlaanderen in 2006 voorbehouden aan
‘dramatische kunst’ heeft plaats op zaterdag 18 november e.k., om 16
uur in het Provinciaal Hof, Markt 3 in Brugge. Laureaat Frank Adam
brengt een performance uit zijn bekroonde werk “Urt!”. Meer info:
ria.verweirder-bij-west-vlaanderen.be - T 050 40 34 23
Ps. Van gemonkel gesproken. Misschien - is dit een grap of om te huilen
- hoort ook dit
hard tot de mogelijkheden.
|
|
| |
|
|
| |
donderdag, oktober
26, 2006
Vrienden!
Vrienden, het mag gezegd. Woestijnvis blijft
het been stijf houden. Was “Alles
uit de kast” nog een programma dat naar ons gevoel kapot ging aan
jolijt dan is “Vrienden van de poëzie”, uitgegroeid
tot het mooiste lelijke eendje dat in de Man
bijt hond-vijver dankzij jolijt (én bravoure) in alle omstandigheden
boven water blijft. Van Wim Helsen niks dan goed. Sinds wij de
schitterende live-versies van Heden
Soup en Bij
mij zijt ge veilig meemaakten hoeven wij hier nooit nog te zoeken
naar onze lidkaart
van de Helsen-fanclub. Die houdt zich altijd vlak in de buurt op van onze
voorraad minute-kippensoep. En dat wil wat zeggen! De mix van
lichtheid en ernst waarmee Helsen in de rol van Grote Vriend ondertussen
elke weekdag in “Vrienden…” een gedicht leest, blijkt wel
degelijk zeer te werken. Zelfs aanstekelijk. Laatst kwam Buurman,
die nooit van zijn leven een gedicht leest, hier een Helsen-imitatie ten
beste geven. De intonatie klopte tot mijn steile verbazing als zijn eigen
brievenbus en van het gedicht dat hij zelf – waarvandaan - eigenhandig
had meegebracht ging niet één woord verloren.
Extern:
Het
grote Vrienden van de poëzie-archief.
Wim Helsen-thuissite
(Do
26/10/2006)
|
|
| |
|
|
| |
zaterdag, oktober
14, 2006
Ik hoop van u
Lang zag het er naar uit dat Stefan Brijs
het lot zou beschoren zijn van dat van de modale Vlaamse schrijver. Erg
aardig debuteren, een uitgever die er in gelooft, daarna de lijn mooi
doortrekken (Arend, Twee levens) om dan toch maar
weer, en wellicht vanwege een totaal gebrek aan ‘Alles uit de
kast-gehalte’, voorgoed te gaan wegdeemsteren in de Uithoeken
van de Vergetelheid. Er mag dan vanuit het Noorden met enige piëteit
wat ‘opleving’ zijn gesignaleerd – Rob Schouten had het laatst in
mei nog in Trouw over ‘Klaar met de verdrietjes van België” -,
schrijven in Vlaanderen, het is en blijft geen pretje. Eerder zal men
hier prei gaan telen dan de knuisten te bezeren aan een taal die
hardleerser dan de volle bodem is. Stefan Brijs zal het niet meer deren.
Met de Engelenmaker, zijn laatste en ronduit mooiste boek,
bewijst Brijs dat een schrijver met één boek voorgoed het verschil kan
maken. Soms is wat onmogelijk lijkt alleen maar moeilijk. Het
credo van de wacko-achtige dokter Victor Hoppe lijkt ook op het
schrijversschap van Brijs van toepassing te zijn. Het boek zelf grijpt
je eerder langzaam beet maar het sleurt je enkele tellen later wel aan
de haren een flink eind met zich mee. Er zijn boeken die tot minder in
staat zijn. Het fantastische en zeg maar ongelooflijke, bijna
ongeloofwaardige einde maakt het boek alleen… geloofwaardiger. Stefan
Brijs heeft met de Engelenmaker een wonderlijke bestseller uit
de brand gesleept. Lang geleden dat een Vlaamse roman nog ‘ns zoveel
diepe deernis in mij liet wedijveren met zoveel medeleven. Ik hoop
van u het zelfde.
Extern:
Stefan Brijs-thuissite
Klaar
met de verdrietjes van België - Trouw, 13 mei 2006 - Rob Schouten
Pascal Digital, wel heel recent over de
Vergeethoek
De Engelenmaker bij Cutting
Edge
De Engelenmaker is intussen ook openlijk genomineerd voor de
Ako-literatuurprijs.
Rubriek 'Literair
Logboek'
(Za
14/10/2006)
|
|
| |
|
|
| |
dinsdag, september
26, 2006
Wakker
“Ik wil de lezer aanzetten tot traag en
geduldig lezen. In ruil schenk ik een grote dosis literair genot terug.
Overigens raad ik wel af mijn boeken te lezen als je moe bent. Ik schrijf
nu eenmaal boeken voor wakkere mensen. Dat speelt een beetje in mijn
nadeel. Wakkere mensen lopen helaas niet dik gezaaid. Ik kan me
voorstellen dat niet iedereen bestand is tegen de verbale energie en de
stilistische levendigheid van mijn boeken, net zoals oude mensen vaak niet
meer tegen de drukte kunnen.”
Yves Petry in de Morgen – Uitgelezen,
woe 20 september 2006
Yves Petry zit duidelijk niet verlegen om een handvol grote woorden meer
of minder. Misschien moeten we nu eindelijk ook maar ‘ns een boek van
hem gaan lezen.
Op de leeslijst: Yves
Petry – De
achterblijver – de Bezige Bij, Amsterdam, 286 p., 18,90 euro
Rubriek: Citaat/Citaten
(Di 26/09/2006)
|
|
| |
|
|
| |
donderdag, juli 13,
2006
Hoe Lampo
Hubert Lampo is overleden... De jongste
generatie zal van het bericht niet op zijn stoel gaan zitten schuiven. En
ook Rick De Leeuw – toch een groot connaisseur van onze literatuur –
krabt zich enigszins vertwijfeld in de gekleurde haren. Wie Lampo? Hoe
Lampo? Zelf
maak ik deel uit (met enige tegenzin wil ik dat wel toegeven) van de
generatie voor wie de komst van Joachim Stiller in het herfsttij
van de Seventies tot de verplichte stuff behoorde. Ik ben er
eerlijk gezegd nooit veel wijzer van geworden. Recent literatuuronderzoek
wijst overigens uit “dat de boeken van Lampo opvallend meer worden
uitgeleend door 60plussers met een lager opleidingsniveau” (sic).
Dat spreekt, vrees ik, boekdelen. Zelf zal ik mij Lampo – het is sterker
dan mezelf – vooral blijven herinneren van het buikschuddende interview
dat Martin Coenen met hem en zijn echtgenote mocht hebben, en dat
gisteren, naar aanleiding van het overlijden van de auteur, door de Vrt
nog ‘ns opnieuw
werd opgerakeld. Hilarisch hoe mijnheer en mevrouw Lampo elkaar net
niet in de haren vallen. Dat, vrienden, dat was pas een fijn staaltje van
latent en niet-aflatend Magisch-Realisme!
Extern: Hubert Lampo
en De komst van Joachim Stiller bij Wikipedia en bij het
Vrt-nieuws.
(Do
13/07/2006)
|
|
| |
|
|
| |
zaterdag, april
22, 2006
Aan een windmeter heb je niets als de
wind hem wegwaait. Dijken hebben een bepaalde hoogte. Kinderen kruipen
onder de dekens en luisteren huiverend en geborgen naar de gierende
wind, het gekraak van takken, het gerammel op het dak en het her en der
neerkinkelen van dakpannen op straat. Verwoed rukt de win aan deuren,
loeit tussen tochtstrips, laat ramen in hun sponningen trillen. Het huis
lijkt er steviger, vastberadener van te worden. Tot het dak er afvliegt
en het kind de witte volle maan recht boven zich in de zwarte nachthemel
ziet staan, als het oog van een cycloop. Plotseling is alle bescherming
verdwenen. Het begint om zijn ouders te roepen, die misschien al
verdwenen zijn, meegesleurd door de opstekende storm, het duistere water
in. Een roze babydekentje wegdeinend op de golven. En daarboven de
ronddraaiende onverschillige machinerie van het heelal.
Bernlef – De
onzichtbare jongen – Em.Querido’s Uitgeverij BV – vierde druk
2006 – pag. 93
Harry Mulisch, Hugo Claus, Cees Nooteboom, Hella S. Haasse… Geef
die Nobelprijs voor literatuur een volgende keer toch gewoon aan J.
Bernlef !!!
(Za
22/04/2006)
|
|
| |
|
|
| |
Weefsel
In het begin loopt het niet echt. Een
beetje harken is het zelfs. Beginnen, herbeginnen. Aarzelen.
Bladeren en bijna wegleggen. Niet voor luie lezers, las ik
ergens... En zo is het ook. Eerst. Even. De ogen lijken geen greep te
krijgen op het verhaal. Je lijkt te willen verdwalen in een netwerk van
figuren die je niet kunt duiden. Nog niet. Even wachten nog. Het
ragfijne weefsel tussen de kinderen en de grote mensen heeft zich nog
niet afgetekend. Het moet allemaal nog gaan gebeuren. Weefsel.
Er is geen mooier woord voorhanden om het boek te benaderen, te
beschrijven. En dan gaat het vanzelf. Je staat er middenin. Je ziet de
Donau. Je leeft in Pest. Het is oorlog. Henriett wordt neergeschoten. Er
is geen andere weg: Balint moet vertrekken, zodat ie later toch nog
terug kan keren. Het magistrale einde blaast je weg... Laat je knakken
als een stengel. Zou Szabo dit zonder tranen hebben geschreven? Blanka,
Irèn, Pali, Henriett... Ze leven... Om je nooit meer te verlaten.
Notitie bij de lezing van 'De
Katalinstraat' van Magda
Szabo.
(Vr
30/12/2005)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Het gebaar
(Citaat/Citaten)
"Henriett keek haar aan zonder iets
te zeggen, met in haar hand haar horloge dat ze net om wilde doen. Het
gebaar bleef hangen in de lucht, ze stond daar als haar eigen
beeltenis met de tijd in de hand. Ze was verbaasd dat ze zich verbaasde,
het was immers zo vanzelfsprekend voor haar was dat zij van Balint hield
- maar dat Balint niet van haar hield, of eigenlijk wel, maar niet op
dezelfde manier. Anders, en dat was niet genoeg voor haar om in leven te
blijven. Ik ben gestorven, dacht ze toen verbijsterd. Het feit dat het
zo eenvoudig was om te sterven hield haar lange tijd bezig, ook dat het
niet afhing van de oorlogssituatie, van de wetten, van de dagelijks
afgekondigde regels."
Uit ' De
Katalinstraat ' van Magda Szabó - vertaald door Aniko Daroczi en
Ellen Hennink - (Houtekiet - Antwerpen/Amsterdam 2004)
Afdeling: Citaat/Citaten
(Di
27/12/2005)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Wat Sappho bracht
Wat Sappho bracht - Editie 2005
Op hun respectievelijke weblog-dingen brengen Philip
Hoorne en X-man Xavier
Roelens verslag uit over de tiende editie van het Sappho-festival.
Het is altijd leuk om met Heren van Stand van mening te verschillen maar
niet zo zaterdag. Ik merk dat ik in grote lijnen zo goed als helemaal
dezelfde voorstelling heb gezien. Naar
mijn mening zelfs de allersterkste in jaren. Nadat Kris
de Bruyne - als alleenzame man met gitaar - met zijn
soloset en met enkele verrassend sterke Westende-songs het festival op
gang had geneuzeld was er om écht te beginnen Luuk Gruwez. Nooit leuk
om zo'n festival van woorden op gang te moeten trappen maar de man was
mooi in vorm en volstrekt zijn bekende zelf - te nemen of te laten - al
lijkt het er op dat Gruwez telkens hij hier in deze contreien zijn
opwachting maakt ook telkens weer zijn vermeende affiniteit met zijn West-Vlaanderen
van vroeger en altijd (dat overigens, mijn beste Luuk, allang niet
meer bestaat), lijkt te moeten hernieuwen. In elk geval heb ik die
archetypische coureur van hem ("ik wense dat men mij gaarne
ziet") hier al eerder
in de buurt over de sloot zien springen. Als tweede kwam en zag
Gerrit Kouwenaar. Om ook nog te overwinnen. De man ontroerde mij. Voor
mijn part: mooi met de mooiste M van mooi. De grootste hedendaagse
dichter uit de Nederlanden? Ik denk het wel, ja. Dat hij mij achteraf
bij het signeren vroeg of je Ruiselede met één dan wel met twee s-ssen
schrijft is hem als Absolute Grootmeester vanzelfsprekend vergeven.
Nadat ook Lucienne Stassaert haar niet eens onaardig ding had gedaan was
het de beurt aan Menno Wigman. En Wigman da's, zoals telkens weer
blijkt, niet alleen dé man van de voorbije jaren maar ook dé man van
de Komende jaren. Al in 2002 was hij er op Sappho bij. Ook dit keer -
kan ik het helpen - moet ik hier met een superlatiefje gaan staan
zwaaien. Wigman was niet gewoon goed zaterdag. Op sommige ogenblikken -
zoals in die stukken nieuwe bundel van hem - deed hij niets dan mij
verbluffen. Na de pauze pakte Kris de Bruyne nog 'ns uit met zijn
bekende kalfjes om daar naar ons gevoel toch wel heel erg lang over uit
te weiden. Iemand had in de pauze ongetwijfeld iets doorheen zijn melk
gehaald. Ramsey Nasr zag ik voor het eerst. En ik mag graag aannemen dat
het niet voor het laatst is geweest. Présence tot en met, en
nog belangrijker, met erg goeie gedichten. Hilarisch vonden sommigen
zijn stadsgedicht over die man die met fauteuil en al de lucht in ging.
Zelf hou ik meer van zijn echte werk. Na meer dan drie uur poëtische
schoonheid die niet één moment had verveeld kwam woordvoerder Piet
Piryns nog 'ns zwaar uit de hoek en kondigde als apotheose, als bloemekee,
graag Leonard Nolens aan. Ach, Nolens, denk je dan, schitterend dichter,
en dus verwacht je onwillekeurig op een voorspelbare manier ook 'meer
van hetzelfde'. Nou moe. Niet zo zaterdag toen het al tegen de
ochtend aanliep. Nolens deed wat niemand nog verwachtte. Na Gruwez én
Nasr, na Kouwenaar én Wigman alles weg te blazen! Je moet het kunnen!
Je moet het doen! Nolens, sec en knappend als altijd, liet ons
persoonlijk met de sterkste flarden uit "een dichter in
Antwerpen en andere gedichten", perplex en gehavend achter.
In haar eigen plat dat wij niet kunnen kennen.
Wij dubben haar blote geheim.
Zij is nu onderweg naar ons. Naar morgen, morgen,
Dan zijn wij van haar. Van hier. Van elkaar.
Nog heel lang bleef het zaterdag nadreunen en trillen in ons. Jammer dat
het gerucht dat al een hele avond lang als strovuur (of als, zegmaar,
een soort intussen gemuteerde Kris de Bruyne) door de zaal had gelopen
alsnog bewaarheid moest worden. Piet Piryns vroeg ons te helpen om
organisator Luc De Leersnyder van mening te doen veranderen. Dat de
tiende editie van Sappho ook de laatste zal zijn geweest kunnen we met
zijn allen inderdaad alleen betreuren. Maar als het dan toch zo moet
zijn dan is Sappho zaterdag - met
Nolens die tot slot Gerhardt las - geëindigd in niets dan onversneden
schoonheid.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag
12 november
2005
Hommel
Een eerste aantekening bij "Het
ei in mezelf" van Philip Hoorne
Drie dagen geleden al en ik herinner het mij nog alsof het gisteren was.
Yep!
Dat ik aanwezig was op de definitieve Eilegging van een bundel
gedichten die er bij nazicht mogen zijn. Allemaal en één voor één...
Het ei in mezelf dus van Meester-Hommel Philip Hoorne.
Verleden jaar raakte ik als causeur van dienst bij de publicatie van Inbreng
Nihil nog 'lost
in Gullegem'. Dit jaar vond de voorstelling plaats in het mooiste Wevelgem
van al onze plaatsen. Ik kwam niet uit Gent - nee, - maar de avond
fietste niettemin erg aardig weg...
Wat ik mij drie dagen later nog van de voorstelling herinner? Ha! Ik hou
wat over! Vooreerst de mooie inleiding van Alain
Delmotte die zoals we het van hem gewoon zijn, en tot spijt van wie
het benijdt, tussen zijn woorden door bewees te zijn wat hij is: een
dichter pur sang. Dat ik er later op de avond getuige van was
dat Delmotte zelfs in staat is om de inhoud van een glas rode wijn op de
grond te krijgen zonder het glas te breken, versterkt alleen maar wat ik
zeg.
Keurig in de inleiding ingelast en nog even daarna las een terecht
trotse Hoorne de gedichten die moesten gelezen worden. We noteerden o.a.
Bosbegeer! (een must voor West-Vlamingen want met een h
omlaag), Van
zwemmer tot mol! Ik wilde iets maken met mijn handen!
En niet te versmaden ook die Donut met dat gat in het midden! Na het officiële gedeelte
gaven we ons zonder enige wroeging over aan het officieuze om
ten slotte in het gezelschap van dichter, inleider en Arjan en Harold, de
warmhartige tandem van Uitgeverij 521,
feestelijk achter de blonde Leffe tot stilstand te komen in het café
'de Mythe' want wat is in een naam nietwaar...
Drie dagen later geeft Het ei in mezelf hier nog altijd niet al
zijn geheimen prijs. Hoopgevend is dat. Ophokplicht is voor
later. De bundel oogt aanvankelijk net zo lichtvoetig als het vroegere
werk. Toegankelijk als een mennegat dat openstaat. Maar veel is
schijn in dat Ei van Hoorne. Zombies zetten er hun
mooiste maskers op. Over 'Niets met mij' tot voorbij 'Inbreng
Nihil' zijn de gedichten van Hoorne een mooie weg gegaan. In de
nieuwe bundel gaat Hoorne een paar keer flink over de schreef
maar nog veel meer keren is het er helemaal op. Dat Philip Hoorne als
dichter niet van gisteren is weten we al langer. Er zit een methode in
zijn gekte. Als dichter beheerst hij intussen perfect de hele schaal die
tussen overdrijven en uitvergroten ligt. Zoals Alain Delmotte in zijn
inleiding al aangaf voert grimmigheid de boventoon in de bundel. Het
lachen vergaat ons af en toe deerlijk. Een grimas wordt ons deel. Groen
is hoe we lachen en Hoorne zet ons wat ongemakkelijk in onze zitkom
te kijk en tentoon. Gedichten met een randje zijn het. Donker en met een
schaduwkant die tot voor kort verborgen bleef. Donker zoals alleen aan
de Franse Grens de nacht kan zijn. Misschien dat dit de reden
was waarom ik mij na de Mythe op dat vervloekte bord verkeek en
woensdagavond laat ook nog 'ns de verkeerde kant ben opgegaan. Pas in
Dottignies (Dottenijs - voor onze Nederlandse vrienden - Dottenijs, dat
nog net geen Frankrijk is) kon ik terug naar vanwaar ik kwam. Geloof me
vrij: Het Noorden van Frankrijk is niet ver voor wie van Wevelgem komt
en voor je't weet staan ze er ondanks lieflijkheid van land en loof
met een brandbom klaar. Een beetje... Tja, een beetje zoals het ook in
de nieuwste gedichten van Philip Hoorne is. Het prettig gestoorde van
het vroege werk krijgt bij Hoorne een alsmaar verbetener trekje... Vaak
krijgt de dichter in Het ei in mezelf hommeles met de
werkelijkheid; hommeles met de taal. De brommende hommel van vroeger
heeft plaats gemaakt voor zijn broer de horzel. De angel heeft
weerhaakjes gekregen. Het ei in mezelf (In West-Vlaanderen
hangen wij - althans de sympathieksten onder ons - graag en veel het
ei uit) is een bundel die net zo'n bemoedigende tik verdient als
dat ei dat 's morgens- vogelgriep of niet - in volle glorie en eetbaar
als een perzik voor onze ogen staat.
Philip
Hoorne, Het
ei in mezelf, Uitgeverij
521
Als dit een Poëzierapport
was geweest dan kreeg Het ei in mezelf hier al meteen een harde
8.
© Paul Rigolle - Za 12/11/2005 -
Hommel- Afdeling: Literair.
En jij?
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag 5 november
2005
Inkt.
Bochel. Vat.
Verdwijnende inkt! Er valt helaas een
nieuw geval van verdwijnende inkt te signaleren. De gevallen
lijken zich nu wel pijlsnel op te volgen. Vandaag dienen we met gepaste
droefheid te noteren dat ze bij het Davidsfonds de jaarlijkse en
intussen toch wel lichtjes prestigieus geworden reeks
"Gedichten..." hebben stopgezet. Wie
er in de periode 1965-2004
niet heeft ingestaan mag het voorgoed vergeten. "Omdat het
concept niet meer werkt en dichters niet langer uitsluitend voor het
literaire tijdschrift als medium om hun gedichten wereldkundig te maken,
kiezen... Websites en e-zines tieren immers welig... ", zo
heet het bij het Davidsfonds. Over de sinds eeuwen nog altijd wat
oubollig ogende signatuur van het Davidsfonds - Welkom
in Cultuur - kun je veel zeggen maar de jaarlijkse reeks
"Gedichten" was een staalkaartje dat meer dan gezien mocht
worden. Vooral ook door mensen die maar één keer per jaar en hoogst
occasioneel een ding als een gedicht onder ogen kregen. Meteen
komt er een einde aan een traditie van 4 decennia waarin aanvankelijk Jos
de Haes en Hubert Van Herreweghen, later Willy Spillebeen en Hubert
Van Herreweghen en recent Hugo
Brems en Willy
Spillebeen, jaarlijks de "50 beste gedichten" uit
literaire tijdschriften kozen. Moeten we dat betreuren? Natuurlijk
moeten we dat betreuren al was het maar dat we met de reeks meteen ook
weer een mooie tandem van selectieheren verliezen die jaarlijks de
schaar kon zetten in de wildgroei aan gedichten die ons elk jaar weer
overvalt als een peloton ordinaire struikrovers. De inkt verdwijnt,
zoveel is zeker. Het tij zullen we niet keren. Straks zien we er
warempel allemaal eender uit. Onafzichtelijk en zo goed als aan het
scherm gekleefd en gekluisterd. Bochel en leesbril met bokalenglazen.
Allemaal afgedankte
weckpotten gelijk. Doorwasemd van karrevrachten plat water en
bruin van de sloten nicotinevrije koffie; klinkend als holle vaten waar
(gelukkig nog) af en toe muziek (én sporadisch ook nog een gedicht) in
zit.
gepost door Paul R.@ Link
naar het log
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag 5 november
2005
Plotselinge
Noot
Ineens zin gekregen om in deze afdeling
voor mezelf de wat verliteratuurdere
berichten uit Arcadië te gaan bijhouden... Na!
gepost door Paul R. op een onbepaalde
dag...
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Winnaars.
Ook wij.
Op deze wijdvertakte sportzondag die
ondertussen - Chrono des Herbiers of geen Chrono
des Herbiers - traagzaam naar
zijn einde loopt, wil ik niet nalaten om u graag het fonkelnieuwe
bestaan te melden van Ook
wij waren winnaars. Het boek (dat ik zelf nog niet in handen
heb mogen houden) is een bloemlezing van 150 sportgedichten uit
Nederland en Vlaanderen die werd samengesteld door Pascal Delheye en
Willie Verhegghe en is een coproductie van het poëziecentrum
en uitgeverij De Geus. Behalve poëzie
van onder meer Tom Lanoye, Anna Enquist, Jules Deelder, Herman de
Coninck , Gerrit Komrij, John Schoorl en Fred Papenhove bevat Ook
wij waren winnaars mijn 'sportgedichten' De
hel van het Noorden en Krijger.
Aan de mooie smaak van de heren Delheye
en Verhegghe
valt, als u het ons vraagt, mede daarmee nooit meer te twijfelen.
(Via ondermeer: de
contrabas)
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Droogvis
en Algipan
Ook deze Tour lijkt uiteindelijk uit te
willen draaien op theater dat te voorzien en te verwachten was. De
Amerikaanse vogelspin heeft alles in haar greep. Na afloop van
de eerste Pyreneeënrit zijn het optimistische enkelingen die de
handdoek nog niet hebben gegooid. Een uitstekend moment, lijkt mij, om
nu al verder te kijken dan onze tourneus lang is. Graag mag ik dan ook
elke poëtische fietser uitnodigen voor het 1°
Natourcriterium in Diksmuide op dinsdag 26 juli 2005. Met herstelde
knieën: Boonen versus Mc Ewen op de keien van Diksmuide. Di Luca versus
Van Petegem. En vele Farazijntjes om voorafgaand aan een
koninklijke sprint de Mattan uit te hangen.
Even
belangwekkend lijkt het mij evenwel te vermelden dat eerder op de middag
in het Diksmuide van al mijn plaatsen in 4AD
ook de allereerste editie van "Droogvis en Algipan"
doorgaat. Een slaatje gemengd samengesteld en gelardeerd met wielerpoëzie
en kabaret. Koers
en karamel verzameld in een project van Stad
Onderstroom. Geven om 13.00 u. in 4AD ondermeer present: Willie
Verhegghe, Patrick
Cornillie, De Koereurs, Hans Roelens, Henk Knockaert, Paul
Rigolle en andere D.A.C.D. 's.
Het spreekt dat ook jij - doodrijder uit Lichtervelde of elders
- bent uitgenodigd! De ingang is zelfs gratis.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Nooit
twee
Graag genoteerd dat er een nieuwe
dichtbundel van Koenraad Goudeseune zit aan te komen. Na de roman Vuile
Was (1993 - nominatie NCR-prijs), Dat zij mij leest
(eerste dichtbundel uit 1998) en het brievenboek Onuitsprekelijk is
wat wij over de liefde zeggen (1999) is er heel binnenkort Zen
uit eigen werk bij uitgeverij Atlas. De bundel wordt op vrijdag
24/6/2005 om 20 u. voorgesteld in het lunchcafé van boekhandel Walry,
Zwijnaardse Steenweg 6, Gent - (09/222 91 67 - boekhandel@walry .be)
Ik loop zo vaak verloren dat ik dat nauwkeurig kan.
Koenraad Goudeseune
Een andere bundel waar ik vandaag met jou naar uitkijk is de nieuwste
Mark van Tongele. Het gaat om de verzamelbundel Gedichten
die vanavond om 20u15 wordt voorgesteld in 't
Arsenaal in Mechelen. Inleiding Yves T'Sjoen. Gedichten is
een uitgave van Lannoo.
En
omdat er ook in juni "nooit twee zonder drie zijn" mag ik
onszelf ook met enige klem attenderen op Splash.
Een boekje van Jan Lauwereyns waar we niet van terug zullen hebben en
dat uitgerekend ook al vandaag - wat is er toch aan de hand met deze in
mijn geval bloody U2-ticketloze dag - zou moeten verschenen zijn.
Lauwereyns lijkt ons, naar is aangekondigd, in Splash op een
mooie lange reis te vergasten:
"Op muziek van Alban Berg voert Lauwereyns ons mee langs een
duizelingwekkend betoog, onder meer via Darwin, Wittgenstein, Deacon,
Hofstadter, Van Bastelaere, Heidegger, Damasio, Penrose, de Russische
futurist Chlebnikov, de Amerikaanse l=a=n=g=u=a=g=e poets... En langs de
taal van apen, waarover Lauwereyns als geen ander kan meespreken.
Telkens koppelt hij zijn voorlopige conclusies terug naar de poëzie van
H.H. ter Balkt. Uit een zee van opzienbarende gegevens duikt Lauwereyns
uiteindelijk op en hij snelt naar zijn driejarige dochtertje. Dan moet
hij constateren dat de mens, en dus de dichter, het nooit zonder
betekenis kan stellen."
Eén en ander werd eerder ook al aangekondigd bij de muziekmakers van Contrabas
en op Parlando.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Wel
en wee
Wie deze arcadische kolommen, waar het er
- toegegeven - de voorbije dagen nogal kalm aan toeging, blijft
bezoeken, weet
dat er hier af en toe een laddertje
wordt uitgezet voor het literair en plastisch werk van duivelskunstenaar
Armando.
Ik mocht het hier eerder al over de confrontatie Armando-Permeke in het
Jabbeekse Permekemuseum hebben en nog wat vroeger bracht ik al een
voorraad wierook
aan bij 'De haperende schepping'. Voor de opvolger, de nieuwe
(ultrakorte-) verhalenbundel van Armando is het niet anders. "Het
wel en wee" is weliswaar meer van hetzelfde maar het is net zo goed
onnavolgbaar. Ter illustratie van één en ander plaats ik hieronder erg
graag het verhaal "Levend".
Armando: Het wel en wee, Uitgeverij Augustus Amsterdam-Antwerpen, 2005
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Flarden
Pas begonnen in 'Het onverwachte
antwoord' van Patricia de Martelaere en er, sterker dan onszelf, al
meteen hele flarden uit opgeschreven!
Zoals:
"Ook Esther zit en kijkt. Ze wacht op het moment waarop het gezicht
loskomt, als de postzegel van een brief die ligt te weken. Het komt
altijd los, bij de een al wat sneller dan bij de ander. Het zijn deze
gezichten die ze verzamelt, de rest gaat haar niet aan. Het gaat om het
moment waarop een gezicht een masker wordt, harder en onbeweeglijker dan
zichzelf, echter dan zichzelf. Of het moment waarop de blik overgaat in
een landschap, diep, wijd, maar onpersoonlijk..."
Pag. 6 - Het onverwachte antwoord - Patricia de Martelaere - Uitg.
Meulenhoff
En nog:
"En dan, natuurlijk, vertellen ze haar hun hele leven, van
kindertijd tot ongelukkig huwelijk, van bed tot bed, verlangen tot
ontgoocheling, en dat allemaal in de hoop dat het iets zal veranderen,
dat Esther hier en daar een lijn zal aanpassen, dat ze de kin zal
scherper maken en de neus minder lang. Ze hopen dat ze het portret zal
maken van iemand zoals die is wanneer hij wordt bemind, dat ze dus alles
zal tekenen wat er niet is, en dat het er toch zal zijn."
Pag. 8 - Het onverwachte antwoord - Patricia de Martelaere - Uitg.
Meulenhoff
Update (Di 3/05/2005 - 07.50):
En toch ging gisterenavond laat de Libris-literatuurprijs
dan toch nog naar Willem Jan Otten. Straf! Mijn gelukwensen aan Specht
en zoon!
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Woensdag 9 maart
2005
Meer.
Mét hoofdletter.

Kompaan van meer
dan één dichterlijke oorlog, Jan
van meenen - mét kleine letters! -, schreef nu al Meander's
gedicht van de maand maart. In een toevallige samenloop van
omstandigheden krijgt ie van Sir Hoorne bovendien ook nog op Poëzierapport
de zon vanvoren. Volgens mij is dat geheel en al terecht. Terwijl een naamgenoot
(mét hoofdletters) zich vooral toelegt op de lichaamstaal van
politieke (en andere gestelde) lichamen rooit de dichter Jan van
meenen het meestal met minder. Al levert dat in het geval van Jan van
meenen vaak meer op. Meer, mét hoofdletter.
Duizend
dichters
Eén, twee, tien... Zelfs twintig. Of
desnoods dertig, maar Duizend
Dichters... Homaar nee, hiervoor wil ik graag en uitgebreid
bedanken. "Duizend dichters, ieder één minuut, spreektijd
vijftig seconden, samen goed voor zowat achttien uur...". O mijn
dierbaren, onthou ons die kelk van kale, klamme klanken. Poëzie en
het rumoer daarrond moet blijkbaar steeds meer op het
hartverscheurende gejoel en gejengel van jaarmarkten, handelsbeurzen
en meiforen gaan lijken. Ons niet gezien al staat het u natuurlijk
vrij om het daar totaal oneens mee te zijn. Als dat zo mag zijn,
aarzel dan niet om er straks op zaterdag 1 juli 2006 in Utrecht bij te
zijn en jouw ene ding te doen wat dient gedaan... Maar ons, nee ons
zul je daar niet zien. Vreemder nog vinden we het bovendien om te
vernemen dat Uitgeverij 521
naar aanleiding van het spektakel zelfs een heuse anthologie wil
uitbrengen met exact 1000 gedichten... Verkoop verzekerd dat wel, maar
als je als neutrale lezer zo ook al weet dat er in pakweg de dikke
Komrij alleen al een sliert totaal overbodige gedichten staat wat zal
dat dan niet in Utrecht geven... Zeg straks maar niet dat je niet
verwittigd was...
Vlagen
en vleugjes
Proza dat perfect als poëzie gelezen
kan worden, het bestaat! Donderdagavond kreeg ik daar in het Brugse
concertgebouw een glinsterend voorbeeld van te horen. Arthur
Japin werd er geinterviewd door Jos Borré... En na afloop van het
gesprek herhaal ik graag wat ik hier in deze kolommen al eerder zei:
Een schitterend gebrek is - schrik niet - een roman zonder enig
gebrek. En als Arthur Japin - niet op zijn nederlands uitspreken, dat
klinkt wat al te pinnig, zei hij, liever op zijn frans - er losweg uit
het hoofd enkele flarden uit voorleest gaat zijn taal bij vlagen en
vleugjes klinken als kamermuziek. Dat deed het dus donderdag ook
volop. Buiten, lagen op de vlakte van 't Zand de ijsschotsen voor het
rapen. Het vroor in maart. Min zeven. Maar binnen zwol in wat de
koudste nacht van het jaar zou worden de warmte aan van lezers bij
elkaar. Zo gek veel vragen werden er na afloop niet gesteld. Het leek
er op dat we alles hadden begrepen.
Sommige ouwe en eeuwig zeurende criticasters mogen dan twijfelen aan
de geloofwaardigheid van het verhaal van Lucia en Giacomo. We laten
ze, want ze dwalen. Soms neemt iemand voor ons alle twijfel weg: het
woord is tot in veel staat.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Omega
Minor
Iets ongerijmds heeft het wel! Duimen voor
een boek dat je nog niet eens gelezen hebt. Vanavond - tijdens de
rechtstreekse uitzending van de Gouden Uil 2005, zegmaar een soort
Eurovisiesongfestival voor boeken - zal ik niet duimen voor Pfeijffer,
Grunberg, De Martelaere of voor Westerman... Nee ik heb het vanavond
absoluut voor het boek met de allerlelijkste kaft: Omega Minor
van Paul
Verhaeghen. Hoewel ik hier openlijk wil toegeven nog geen enkel van
de genomineerde boeken te hebben gelezen weet ik wel waarom Omega
Minor de Gouden Uil moet winnen. Ik kocht het boek
weken geleden bij DeReyghere en trok er mij even intens mee terug bij
een koffie in Craenenburg. Zoals altijd met nieuwe boeken aarzelde ik
niet lang en bracht het boek in één vloeiende beweging net even tot
bij de neus. Ik snoof en rook de inkt, de bladen, de harde, lelijke
kaft. Een Italiaanse vrouw waarvan ik al meteen gevonden had dat ze een
beetje op de moeder uit La
meglio Gioventu leek, betrapte mij bij het stellen van mijn daad.
Meteen glimlachte ze naar en wellicht nog meer om de
wildvreemde man die aan haar overkant in Craenenburg naar een voor haar
onleesbaar boek te staren zat. Heel even, zo heel even maar, leek het
alsof er iets intiems ontstond. Sindsdien stel ik het lezen uit. Over
het boek, toch wel een hele dikke turf, ben ik nu al heel tevreden. Af
en toe blader ik er tussen de bedrijven door even in en laat met
mondjesmaat een paar zinnen tot mij toe. Iets als wat ik bijvoorbeeld op
bladzijde 345 van de tweede druk zie staan:
"Stella heeft mijn blik gevolgd. 'Mannen schieten te kort', zegt
ze. 'Maak daar maar een motto van.'
Vanavond (lang na Milaan-San Remo) op al Uw schermen: de uitreiking van de
Gouden Uil
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
De
gave
Kijk, zeg ik. Dit kan nu 'ns de werkelijke
reden van bestaan zijn van een poëziesite als die van Poëzierapport.
Dat je op een ochtend, heel vroeg, zo'n gedicht als datgene wat
hieronder staat, opnieuw te lezen krijgt. Waarom dit poëzie is die
leeft en blijft leven en er in die van een ander
geen belletje ademtocht te blazen valt, is alweer niet in een
handomdraai uit te leggen. 
Het lijkt een beetje ' simpel ' dit gedicht, maar hoed je, het is het
helemaal niet. Het balanceert vervaarlijk op de rand van het
karamel-achtige en toch haalt dit gedicht het met lengten van de
zuigkracht en de valkuilen van de zichzelf- en allesopslokkende
banaliteit. Een gedicht is het dat ook in mijn ogen volop mag dingen
naar de broze blijdschap van een nieuwe dag . Een gedicht om op een
ochtend als die van vandaag stomweg blij mee te zijn. Iets dat je niet
kende. Van een dichter die je niet kende.
Een gedicht om in zijn geheel te citeren, helemaal klaar om
(uit-)geknipt en geplakt te worden... Van Jabik Veenbaas (' de Man met
de Lamp ') is het en ik doe een beroep op al mijn citaatrechten om het
hier met enige schroom toch maar te plaatsen. Want een gedicht is het,
groot als een gave:
De gave
Ik liep nog één keer door de stad
om alles weg te geven
mijn benen liet ik aan een bedelaar
die zijn hand ophield in een schemerig park
mijn vingers gunde ik aan een vogel
die er zijn jongen vrolijk mee voerde
mijn kleumend hart schonk ik aan jou
een vreemde, bloederige gave!
toen was ik niets meer dan een lang verlaten,
een ongenaakbaarheid, maar ik werd ook
het onstilbaar begeren van de late bedelaar,
het vogeljong dat reikhalzend uitvloog
en jouw meisjesogen die dorstig dongen
naar de broze blijdschap van een nieuwe dag
© Jabik Veenbaas
Bovenstaand gedicht maakt deel uit van een
bloemlezing die ik - eindelijk in het vaarwater rakend van de
'Friese Welle' en zelf mijlenver daarvandaan zetelend in het
West-Vlaanderen van al mijn plaatsen - dringend 'ns in huis moet halen:
"Droom
in blauwe regenjas ".
Foto Jabik Veenbaas via: http://www.frysk-en-frij.nl/skriuwers/veenbaas-jabik.htm
gepost door Paul R.@ 21:16
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 24 november
2004
Rebuten
Komende vrijdag 26/11 wordt in
boekhandel De Reyghere op de
Brugse grote markt de nieuwe dichtbundel van Renaat
Ramon voorgesteld. Rebuten is de titel. Rebuten staan o.a. voor
'onbestelbare brieven'. Om van 'uitschot' maar te zwijgen. Inleider van
dienst vrijdag is Patrick Lateur
en misschien - laven we ons niet aan dezelfde bron Aristoxenos? - lopen
we er elkaar wel tegen het vege poëtische lijf! Rebuten is een uitgave
van het Poëziecentrum.
Hieronder ruim ik graag voor deze gelegenheid plaats voor een gedicht
van Ramon.
Aan Aristoxenos van Tarente
Vaak, ja al te vaak, Aristoxenos,
denk ik aan jou - meer
dan strikt genomen goed voor mij is.
Ach ja, wij laven ons nu eenmaal
aan dezelfde bron. En de god
in ons is nog niet teloorgegaan.
Ook onlangs in Athene weer -
de wolken werd opgevoerd -
en ik beklom nogmaals het Mouseion,
verlangend grootheid en verval
nog eens vanuit een verheven standpunt
te zien. En ook - je kent me -
om een groet te brengen aan de laatste man
die Athene weldaden bewees.
De zon stond stil boven de Omfalos
en ver achter de Olympische bergen
lag de wind. Zelfs geen mens
was er te vrezen - gelukkig maar,
want ik zweette als een Stygische hond.
Ik kwam op het niveau waar,
zoals je weet, de zoon van de steenhouwer
placht te zitten, en waar hij,
zoals de legende wil, de gifbeker dronk.
Even dacht ook ik te gaan zitten
op de kale, welgevormde steen
(al lag er drek van honden omheen)
maar toen verscheen jij mij, Aristoxenos,
en ik dacht: ach nee - nee, niet
op de plaats van de sofist.
© Renaat Ramon
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Wat
Sappho bracht
Sappho bracht ons zaterdag laatst niet de
meest wereldschokkende aflevering. De editie 2004 bevatte niettemin meer
dan voldoende beklijvende momenten om ze levendig in de herinnering te
houden.
Van debutant Dimitri Casteleyn, die de spits afbeet en ook van Hilde
Keteleer hadden we net iets meer verwacht. Casteleyn, wel degelijk
afkomstig uit het nabije Aarsele en niet uit één of ander Aarselgem
zoals opperkwark Piet Piryns van zijn tong liet rollen - overigens
altijd weer pijnlijk om Piryns op zijn bekende neuskrullende manier over
'plaatselijke dichters' bezig te horen - las de gedichten die eerder in
Poëziekrant stonden. Binnenkort verschijnt Casteleyn's poëtisch debuut
en hij liet ook nog verstaan aan een roman én aan een film te werken.
Dat lijkt ons wel heel veel ambitie voor één en dezelfde man. Hilde
Keteleer las o.a. van a tot z een lang erotisch gedicht waarvan we het
evenwel niet warm of koud kregen. Maar misschien lag dat alleen aan ons.
Van goed over betere momenten tot knap tout court varieerden de lezingen
van Paul Demets, Anna Enquist en H.H. ter Balkt. Wat mij betreft was het
evenwel vooral Erik Spinoy die her en der de bakens helemaal wist te
verzetten. Wat Spinoy las uit L., zijn komende bundel, laat het
allerbeste vermoeden. Ondertussen had Willem Vermandere op zijn eigen
luimige manier met een aantal gedeclameerde litanieën de show gestolen
en had organisator Luc Deleersnyder per ongeluk een Panamarenko'tje op
de grond laten lazeren. Het was gelukkig de enige val van de avond.
Helemaal aan het eind praamde Piryns ons nog om wat langer in Ruiselede
te blijven hangen. De eerste nachtvorst had de wegen namelijk erg
gevaarlijk gemaakt, liet hij weten. Wat is in een naam, dacht ik even
later toen ik het laagje rijm (zoals we de rijp hier plegen te noemen)
van mijn ramen haalde.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 16 november
2004
Sappho
2004
Waarom ik ook dit jaar tal van
particuliere en andere redenen heb om komende zaterdag in Ruiselede het
jaarlijkse poëziefestival Sappho
niet te willen missen? Omdat ik Dimitri Casteleyn, debutant en Anna
Enquist, rasschrijfster... Omdat ik Paul
Demets met zijn papegaaienziekte, en Erik
Spinoy, met zijn jachttochten en zijn honden in de sneeuw... Omdat
ik om al wat Winter is en Waar, Hilde
Keteleer, revelatie voor vele blauwe dagen wel 'ns van heel nabij
wil zien en horen? Misschien... Ook... Zeker... Omdat ik de dingen van Panamarenko
nog altijd wil zien vliegen in mijn hoofd en Willem
Vermandere de bard en Piet Piryns de kwark wil horen neuzelen en
zagen? En zingen? Wellicht. Zeker wel. Maar vooral, weet ik, dat ik ga,
helemaal alleen in mijn dooie eentje, ga ik voor die ene oude meester
uit Twente wiens Ster bij mij niet gauw zal doven. De enige en echte
Herman Hendrik
ter Balkt. Ooit was ik er bij als knaap toen hij - the poet formerly
known als Habakuk II de Balker -in de jaren zeventig aldaar de
plaatselijke poëzieprijs kreeg en ik het publiek van leer hoorde
trekken tegen wat zij toen al zijn nodeloze mystificatie noemden. Toen
al maakte ik kennis met de aardsheid en de kracht van zijn ultieme
boerengedichten. De gloeilampen; de varkens en niet te vergeten Uier van
't Oosten. En later die ene titel die alle andere in de schaduw zou
stellen, formule om binnensmonds te blijven murmelen: Oud gereedschap
mensheid moe. De schik en het plezier in de taal, om de taal, die
spreekt met de mond van H.H. ter Balkt! Dat wil ik niet missen zaterdag
in Ruislee, zoals het dorp hier in de volksmond heet. Weer wil ik de
hoofden naar elkaar zien knikken, ook dit jaar weer, in dat prachtige
dorp van jonkmannen, opgeknapte meisjes, boeren en boezeroenen, dat
zonder de poëzie (én zijn gemeentesecretaris) door geen kat zou worden
gevonden.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Dinsdag 16 november
2004
Rapporteuren.
Als liefhebber van de betere poëzie
zal het ook u niet ontgaan zijn dat "Poëzierapport"
als site steeds beter wordt. Evenmin dat met de poëzie van Menno
Wigman hetzelfde aan de hand is. Met andere worden: warm aanbevolen
die kleine rapportjes.
Link naar het log...
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Zaterdag 28 juni
2003
Hotels
Hoe het komt weet ik niet zo goed, maar weerstaan aan boeken met de
titel Sterke verhalen rond vermaarde hotels is voor mij
onbegonnen werk. Volgens sommigen is het boek ronduit slaapverwekkend maar
mij mag je het deze zomer best cadeau doen. Welke voyeur wil immers
niet, net als ik, weten waar Al Capone zijn laatste dagen sleet (Grand
Hotel in Miami), waar Jean Cocteau ene Radiguet probeerde te vergeten en
waar Frida Kahlo samen met Trotski onderdook… Waar Greta Garbo Grand
Hotel opnam (Adlon in Berlijn), Sartre verbleef met de Beauvoir (Sole
al Pantheon, Rome), Ernest Hemingway woonde (Abos Mundos op Cuba), Andy
Warhol terecht kon (Savoy Londen)… Waar Alice Cooper zijn intrek nam met
zijn boa-constrictor (Portobello Hotel in Londen) en Salvador Dali met
zijn panterkatten (Meurice in Parijs)… Dat de beroemde ‘bed-in’ van
John Lennon en Yoko Ono te situeren valt bij onze noorderburen, dat wist u
natuurlijk wel (24 maart 1969, Hilton Amsterdam, suite 902) maar weet u
waar Bob Dylan’s eerste zoon Jesse geboren werd en waar Agatha Christie
een week spoorloos was? En weet u wat ik nu ga doen? Nog ‘ns een cd
opleggen. Nee, niet iets van Captain Beefheart of van Moby maar wat goud
van vroeger, iets als Grand Hotel van Procol Harum?
’Sterke verhalen rond
vermaarde hotels’, door Francisca Matteoli. Uitgeverij Terra/Lannoo,
Tielt/Warnsveld. 208 blz., 32,95 euro, ISBN 90-209-5110-6
2003-06-28, 22:18:44
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Maandag
23 juni 2003

Gloed
Elke
boekenkast die zichzelf respecteert moet vol wolfijzers en schietgeweren
steken. Er zijn immers boeken die de kracht hebben om bij lezing in je
handen te ontploffen. Zo’n boek is Gloed van de
Hongaar Sándor Márai. Het boek dateert al uit het jaar 1941 en de
schrijver was mij tot voor kort onbekend. Na Gloed wil ik evenwel
alles van hem lezen. Na Gloed wil ik weten wie Sándor Márai werkelijk was…
Een
citaat:
“Want
ook het hart heeft een nacht, met driften die even wild zijn als het
jachtinstinct van een wolf of een mannetjeshert. De driften van droom,
begeerte, ijdelheid, zelfzucht, hitsige wellust, jaloezie en wraak zijn
heimelijk aanwezig in de menselijke nacht zoals de poema, de gier, de
jakhals rondsluipen in de nachtelijke woestijn. En er zijn momenten waarop
het in het menselijk hart geen nacht meer is maar ook nog geen dag,
wanneer de wilde beesten te voorschijn kruipen uit de geheime sluipholen
van de ziel, wanneer in ons hart een drift zich roert en tot een beweging
van onze hand wordt, een drift die we jarenlang vergeefs hebben trachten
te beschaven en te temmen, soms lange, lange jaren… En alles is vergeefs
geweest, hopeloos hebben wij de ware betekenis van deze drift voor onszelf
ontkend: de werkelijke inhoud ervan is sterker gebleken dan onze wil, hij
is massief gebleven en niet gesmolten. Op de bodem van elke menselijke
relatie ligt een of andere tastbare stof, en alle argumenten en handige
trucs ten spijt, deze werkelijkheid verandert niet.” Sándor Márai,
Gloed, pag. 96-97
2003-06-23,
22:43:52
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
Arcadim
in Arcadië
|
|
| |
Homepage
Paul Rigolle
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|