Koning
("Uw onbekende
koning spreekt")
En of ik van mijn volk de spreuken en de spoken ken.
Want ooit, ooit was ik één van hen. Met de biddenden
bad ik. En met zij die aten vrat ik mij te pletter
aan de stenen tafels van het bijgeloof. Aan hoefijzers
en hosties geen gebrek. Op vrijdag vis en voor als het mis
mocht gaan hield ook ik graag een eerste tandje bij.
Maar ik die nu ben
opgestaan, voorwaar mijn dierbaren,
voorwaar ik zeg u, wat in uw hoofd besloten ligt, het is
niet gering. Al zolang woon ik er in de herinnering. Buig nu
en laat mij als een kleine koning uit. Genoeg heb ik
van Uw blindheid die mij geeuwen doet. Genoeg zeg ik.
Leg af die kleppen! Weg
het boze oog. Kijk dan toch
hoe schitterend elk jaar de nieuwste eeuw begint.
© Paul Rigolle, 2006-2013
|