|
Gedicht
Woorden zijn een
wereld, de taal een trein
die door het platgetreden landschap treedt.
En nog is zoveel mogelijk: een hendel
die niet overgaat. "Iets met de voeding" of
wanhopig soms: een hoofd op de sporen.
Hoe klein en bleker bij dit alles elke maker
blijven moet. Dat hij netzogoed op kan krassen
en toch weer niet, weet hij die enkel handen legt
aan een stuur. Nee, de richting niet. Van het gedicht
is slechts bekend dat het enkel reis kan zijn.
Open of dicht: het laat hem koud. Zoveel later
staat het er. Het gedicht dat hem geschreven heeft,
dat afgerond en duister soms, zichzelf als een kei
in het brein van tamme slapers keilt. Het gedicht
dat van al wie het sporen draagt, glimlachend reeds
een hoofd op de sporen legt.
© Paul Rigolle, 2006-2013
|