|
Den
Lichterveldschen
Ooit gooide men het op een akkoord
om hier lucht te
vangen. En te plooien
in
pauwstaartpapier, mooi afgeboord
met toile-cirée.
Met bassen en klavier
en honderd glanzende ogen keek men
fier
de wereld aan. En de mensen die
het,
met open mond
errond, uitgierden van
plezier. Een
blaasbalg die open en toe
de wind geluiden
gaf. En marktzangers in de
gepaste stemming bracht. Een balg
die tussen
handen van zeelieden groeide of
kromp als een hart.
Vol weemoed de
dagen en nachten die komen, van wiegelied tot
laatste ademtocht diatonisch
doorzongen. Een
bretellenpiano als houvast voor
smart en vertier. Het orgel van de
kleine man, die
overleeft van verre verhalen om bij
weg te dromen.
Uit "Lichtervelde
2000"-jaarkalender - 12 gedichten bij
12 foto's van Kurt Desplenter.
ŠPatrick Cornillie,
2005-2007
|