|
|
|
|
Iets
van je stem
Met een stem
hard en koud van
Wat zij weet, en zij weet, zij
Onthoudt met heel haar lichaam,
Haalt ze op wat ik het liefst
Vergeet: het was een jongen, je
Houdt hem vast, je denkt: loop dan,
Lach dan, val om en schrei, beweeg,
Leer praten, praat dan tegen mij
Kwam hij uit dit roerloos liggen
Even bij, gaf ik hem alleen maar jou
En alleen maar mij, nu ondertussen
De leegte, ik kan bij hem niet bij
©Piet
Clauwaert, 2000-2005
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Piet
Clauwaert (°Aarsele, 17/1/1972)
Werkt als
maatschappelijk assistent en psychotherapeut-seksuloog in het
Psychiatrisch Centrum Dokter Guislain te Gent. Verhuist binnenkort
naar Meulebeke. Werd voor zijn poëzie o.a. bekroond met de
poëzieprijs van de Stad Harelbeke (2000).
" Wat te zeggen? We hebben een huis gekocht. In die ene kleine zin klinkt
meteen zoveel beweging en leven door, dat alle poëzie er in samenkomt en niet
één gedicht hiertegen iets kan inbrengen. Zeg: "we hebben een huis
gekocht", en in zo een niemendalle van vijf woorden wordt heel het leven
aangeraakt. Het is de zintuigelijke ervaring van het heel-al dat daar rinkelt
in elke lettergreep. De dichter hoort stemmen, op zijn mijnst. De
ge-'stem'dheid die aanleiding geeft tot het gedicht, en die eerst een
levensgestemdheid is, is van bij het eerste woord al binnengeslopen. Het is de
moedertaal die eerst behoeftenbevrediging is langs het drinken aan de borst om
en die tegelijk al gesymboliseerd wordt in het woord, door de moeder
geschonken. Uit haar stem; mijn stem, uit haar woord; mijn woord. Deze
gestemdheid tot poëzie gaat aan de dingen vooraf. Ze stemt de zintuigen en
schenkt ze de gave van verwondering over al het concrete. Zij die aan de andere
kant ligt van al het concrete dat toebehoort aan de menselijke behoeftigheid en
het lichaam, en verlangen werd. Het woord komt uit verlangen. Het woord is zo:
verlangen naar het leven. Het woord benoemt het verlangen, geeft het een naam
om het verlangen te helen en heel te maken."
|
|
|
|
|
|