Vleugels
En
of we van de wereld zijn en van de kleuren.
Pas gestart droogt de zon alweer de ochtend op.
We trappen in de boter. Maar wat ons wacht
heeft ons nu al zwaar te pakken. We kijken schuw
naar boven, vangen alsnog wind en dichten gaten,
rijden weg om niet te worden weggereden.
Lange kilometers wassen onze breinen. Denken is
niet goed. Niet te denken is wat we moeten leren.
Tot
de klim begint en we niet meer weten van waar
en van welk dorp we komen. Joel en duw ons voort,
kijk naar ons zolang het nog kan want fietsen
is behagen en louter liefde kan ons vleugels geven.
© Paul Rigolle,
2005-2008
Uit de ongepubliceerde cyclus "De
val van de kampioen en andere gedichten"
|