De Hel van het Noorden

  

Van tuin en tijd genoeg voltrekt het wonder zich. 
Het landschap scheurt. Een dag knapt uit de kom.
Het land wordt opgepoetst, herschikt, herstreken:
Vlaggen, stemmen. Free-Jazz, heksenkring en -ketel
smakt elk juk in het volle huis der velden neer.

Niet van de lucht: een vreemde zon die vloeibaar  
in de v-vorm van de vogels openvlucht.
Zodat ineens de hel losbreekt, geplaveid als alleen  
in verloren gelegde albums een laatste hel kan zijn.
Gezichten wolken op, een karavaan ontstaat uit stof. 

HeroÔsch! Driemaal heroÔsch - engel van modder  
en vlees - stottert reeds de eerste renner door de vlakte.
Hakt zich hakkelend een baan doorheen hagen,
gaat door schroot. Metaalbewerker tegen de elementen in,  
lijdend aan zichzelf en niets dan zichzelf. 

In echoís. Honderdvoudig gaat met hem de vloek gepaard.
Graag ziet men zichzelf in hem weerspiegeld staan:  
Hoe hij de zelfkant zoekt van elke weg, zich doorheen  
de werkelijkheid werkt als door een hel en de kroon  
van de verbeelding onder de werken van de hemel zet.  

Leven wordt een hechter avontuur. Met een vuist
die elk ogenblik als een beslijkte hamer  
warme wakken in een droom van lucht kan slaan.

 

 

 

© Paul Rigolle

Uit 'De Hel van het Noorden', dichtbundel van Paul Rigolle, Vers, 1982.

 

Terug

 Gedichten
paulrigolle.blogspot.com

paul rigolle.be