Tot het bestaat  
     
   
     
 
 
 
de  Vries-Brouwers Rigolle, Paul
Uitgever C. de Vries-Brouwers - 2013
ISBN 978-90-5927-300-9
D/2013/0189/12
Bindwijze Paperback
Productsoort boek
Verschijningsdatum 30-01-2013
Categorie Poëzie
Prijs

14,90 €

Bestellen
 
     
 
 
  Recensies & andere berichten  
     
 
 
  Recensie van Gerard Berends in Leeswolf (2014)

De titel van Paul Rigolles Tot het bestaat vinden we onder andere terug in het laatste gedicht en na de inhoudsopgave en enkele aantekeningen op de laatst genummerde bladzijde in een citaat van Martinus Nijhoff. Deze merkt naar aanleiding van een tekst van Nescio op dat je alvorens een Titaan te zijn een Titaantje moet zijn, en dat je tegen de wereld moet optornen ter wille van iets dat niet bestaat, en wel net zo lang moet blijven optornen ‘tot het bestaat’.

Rigolle is poëtisch bezig met dat optornen. In een kleine vijftig gedichten, verdeeld over zes afdelingen, toont hij duidelijk waarnaar hij op weg is, wat hij wil bereiken met zijn gedichten. Op dat wat er dus nog niet is, wordt in de bundel al eerder gezinspeeld. Reeds in het vierde [verberg tekst] gedicht, ‘Vrede’, schrijft hij over ‘de lippen waarop vervoering // bloeit en om voltooiing smeekt’. Rigolle geeft een advies — of is het een bevel? ‘Geef / het vorm, geef het namen.’ Het doet denken aan Adam die in het eerste Bijbelboek namen geeft. De dichter weet echter dat de taal geen gemakkelijke materie is, meerdere keren wijst hij op het schrijven en spreken in zijn teksten, bijvoorbeeld in ‘Schroom’: ‘Schuw voor één keer de grote woorden niet.’ In de afdeling ‘De galerij’ kijkt of bestudeert hij wat zijn favoriete dichters van of met de taal gemaakt hebben en als hij een afdeling wijdt aan zijn geliefde sport, het wielrennen, kan hij het uiteraard niet laten — gelukkig niet, want het is een boeiend gedicht — om de dichter met de wielercoureur te vergelijken.

Het interessante van deze gedichten is dat de taal er niet slechts een mededelingsapparaat is, maar dat de dichter ook met en in de taal, af en toe bijna bezwerend, resultaat tracht te verkrijgen. Wat dat betreft zal de lezer in ‘De galerij’ Achterberg missen, hoezeer de thematiek van beide dichters ook verschillen. De taal is bij Rigolle soms dwingend, nu eens in een opeenvolging van korte notities of uitroepen, dan weer lange zinnen. De wielervergelijking zou kunnen worden voortgezet met klimmen, dalen, rechte stukken en gevaarlijke bochten, wind mee, wind tegen. Maar de dichter toont durf, dwingt de grammatica een enkele keer in een eigen vorm, gebruikt waar nodig rustig talloze malen hetzelfde woord. In de afdeling ‘Noveen’(negen gedichten van negen regels) kan 49 maal het woord ‘wat’ opgemerkt worden. Wat minder zijn de vele, vele allitteraties die hij als een ware rederijker uit zijn pen perst en de wat flauwe grapjes als ‘prousten’ (p.38) en ‘In Gap op apegapen’ (p.52). Toch is Tot het bestaat een verrassend goede bundel. 

[Gerard Berends]

Copyright (c) Vlabin-VBC2014Bron: http://www.deleeswolf.be
verberg tekst


 
     
 
 
 

Recensie van Richard Foqué in de VVL-boekhouding - 09/2013

Deze nieuwe bundel van Paul Rigolle werd uitgegeven naar aanleiding van Gedichtendag 2013. Op het eerste gezicht is het inhoudelijk een wat hybride werkstuk, een verzameling van zes op zichzelf staande korte cycli van gedichten, geschreven naar aanleiding van indrukken, die de dichter op één of andere wijze hebben geïnspireerd. Zo is er de cyclus De Galerij, die reflecteert over het werk en de persoon van een aantal idolen, die indruk hebben gemaakt. Het zijn andere dichters zoals Borges, Gezelle, Lucebert, Pessoa en Vroman, maar ook Dylan, Clapton, Coltrane. De cyclus Ver weg in Europa bevat dan weer poëtische indrukken bij diverse plaatsen in Europa van Portugal over Italië, Frankrijk, Duitsland, Ierland naar  de eigen Noordzee. In de cyclus Portret van de dichter als coureur is fietsen de metafoor  voor de voortstuwende kracht, die ons doet leven en liefhebben: Joel en duw ons voort, / kijk naar ons zolang het nog kan want fietsen / is behagen en louter liefde kan ons vleugels geven.
 
Bij nadere lezing evenwel, ontdek je langzaam hoe die diverse cycli in elkaar glijden en één poëtisch geheel gaan vormen. De sleutel daartoe is de laatste cyclus Noveen en de drie afsluitende gedichten Tot het bestaat, waarbij de eerste cyclus Hooglied eigenlijk reeds de toon heeft gezet.
 
Rigolle bouwt in deze bundel zijn poëtica verder uit. Hij refereert daarbij naar zijn iconen, plaatsen, passies maar ook naar simpele dingen, waaraan hij als schrijver schatplichtig is. Hij zoekt daarbij naar zijn eigen identiteit, zijn plaats in de wereld en tussen zijn geliefden: Alsof je droomt van iets / dat geen toekomst heeft en toch bestaat./ Alsof je zeggen wilt: vraag niet naar wie / of wat ik ben, noch waar ik kom. Personen en plaatsen zijn eigenlijk maar aanleidingen voor die zoektocht zoals in Borges: Al het goede is van niemand / en dat is waarom het ons in boeken / toebehoort die niemand schrijft., of in Rimini: Dagen lang al liefste, leven we languit / in de liefde. Ik ben geen ander meer / en jij blijft enkel nog jezelf…
 
In de laatste cyclus maakt de dichter de balans op, concludeert. Het zijn verzen van ongewone zeggingskracht en directheid, gedragen door een volgehouden ritme en taalbeheersing: Wat in ons weegt en wat ons lichter maakt: is wat je zoekt. Wat je verzwijgt als je spreekt… Het is wat overblijft als je alles losgelaten hebt. In het laatste vers, vindt de dichter zijn bestemming: Altijd is en blijft het, altijd zal het / knokken zijn in de ring van de taal. / Tot het bestaat.

Deze poëzie ontleent haar kracht aan een sober en afgemeten taalgebruik, geen hermetische metaforen of moeilijke structuren. Elk woord staat waar het moet staan en draagt feilloos bij tot betekenis, vorm en ritme van het geheel. Voor de dichter Rigolle geldt -Descartes parafraserend- “Ik kan het schrijven, dus het bestaat.”       

Tot het bestaat, Paul Rigolle, Uitgeverij C. De Vries-Brouwers, Antwerpen-Rotterdam, 2013, ISBN 978 90 5927 300 9

(Richard Foqué)
Bron: http://deboekhouding.blogspot.it/2013/09/tot-het-bestaat.html
 
 
 
 

Retorisch en imperatief

Flarden uit een mooie recensie van Alain Delmotte in Poëziekrant nr. 4/2013:

“Rigolle laat zich graag een talig dichter noemen. En inderdaad, tussen de regels is er sprake van een markant taalspel met ritmische sonoriteit en lexicale bekentenissen. Stilistische bravourestukjes vallen op en er ontegensprekelijk een grote poëticale ambachtelijkheid. Voor een groot deel, evenwel bezit deze poëzie een tragische en lucide kant: ze is in ethische en existentialistische bodem ingeplant. Ook het sentiment – dat zich vrij van pose en pathos weet – krijgt een ruime plaats toebedeeld: het is het kloppende ‘hart’ van deze poëzie.

En ook nog:
“Rigolle is een dichter met vele gezichten en Tot het bestaat geeft hiervan een aardig en hier en daar zelfs een ironisch gekleurd beeld.”

Lees hier de volledige recensie (in pdf-vorm)

 

 
 
 
 

Een daad van bevestiging
In het Ambrozijn-nummer van april-mei-juni 2013 (31° jrg – nr 1 – 2013-2014) schrijft dichter Dirk Rommens in zijn rubriek “Versneden verzen” over “Tot het bestaat” ondermeer het volgende:

"Goede poëzie grijpt je naar de keel. Elke regel van de dichter brengt je dichter bij de waarheid van het bestaan. Paul Rigolle omarmt de taal om de dingen, de mensen, de gebeurtenissen, de ideeën een reden van bestaan te geven. In deze bundel is de dichterlijke taal het middel om het bestaan vast te grijpen. Steeds opnieuw graaft de dichter in het taalarsenaal om de wereld te omschrijven. Om zijn wereld vast te leggen in klanken, woorden, zinnen, in een gedicht."

En als slotsom schrijft Rommens:
"Dit is een bundel die beklijft en tot herlezen noopt. Geen bundel om op het salontafeltje te leggen, maar om op het nachtkastje binnen handbereik te houden in het besef van je eigen bestaan. Een verademing in deze luidruchtige tijd van oppervlakkig geraas".
 

Lees hier de volledige recensie (in pdf-formaat).
 
 
 
 

Voorbij grenzen van taal

Vr 3/5/2013. Recensie in het nieuwste nummer van Tertio. Jooris Vanhulle schrijft daarin o.a.:

"De bundel ‘Tot het bestaat’ van Paul Rigolle bestaat uit zes afdelingen. Na een reeks gedichten over de zoektocht naar de geliefde (de titel van de openingsafdeling luidt heel toepasselijk ‘Hooglied’) sluit Rigolle dicht aan bij de persoonlijke leefwereld die wordt ingekleurd door figuren die hem blijvend aanspreken (van Borges tot Pessoa en Leo Vroman), door plaatsen die hij heeft bezocht of  - een blijvende passie van hem – door alles wat te maken heeft met het wielrennen. In de cyclus ‘Noveen’ staan negen gedichten die telkens uit drie terzines bestaan. In hun verregaande graad van abstrahering die fel contrasteert met de afdelingen die eraan voorafgaan, raken de gedichten aan de essentie van het bestaan en van het schrijven. Het openingsgedicht van deze cyclus verwoordt wat de dichter hier voor ogen staat: ‘Wat in ons weegt en wat ons lichter maakt / is wat je zoekt’.  Rigolle heeft het over wat zich aan taal en tijd onttrekt, over het belang te kunnen loslaten om uiteindelijk, zoals verwoord in het hier weergegeven slotgedicht, ‘vlakkend en vlaggend’, te raken aan het mysterie van het bestaan. Wat blijft: de witheid, de blanke woorden in een gezuiverd winterlandschap, de ‘karigheid’ die ‘volheid’ belooft op het punt waar het woord, i.c. de dichter, zijn onmacht moet bekennen. Zo vormt de noveen ook een directe opstap naar ‘Tot het bestaat’, de slot- en titelcyclus van drie gedichten die uitmonden in deze verzen: ‘Altijd is en blijft het, altijd zal het / knokken zijn in de ring van de taal. // Tot het bestaat.’ "

Vindplaats: Voorbij grenzen van taal - Jooris Van Hulle - Tertio 2 mei 2013 - 14° jrg nr 690  

 
 
 
  Do 2/5/2013: Mooie recensie van Renaat Ramon in het mei-nummer van De Geus:
Wanhoop bergop 

Paul Rigolle in de ring van de taal

Wat in ons weegt en wat ons lichter maakt  
is wat je zoekt. Wat je verzwijgt als je spreekt.  

Wat je zegt als je niets bedoelt.

Wat zich aan tijd en taal onttrekt en  
wat zichzelf ontvreemdt. Op borg de tocht,
de reis. Het gemorrel aan het slot.

Het is wat overblijft als je alles losgelaten hebt.
Het is wat je voor bekeken houdt als het oog  
zichzelf ontsloten heeft.

De ‘ik’ die in Tot het bestaat (Antwerpen/Rotterdam: C. de Vries-Brouwers, 2013) af en toe discreet aan het woord is, spreekt niet uit de biecht en niet uit het bed. Paul Rigolle (°1953) gaat zich in zijn nieuwe bundel die zes afdelingen telt, samen 45 gedichten, niet te buiten aan expliciete confidenties.

Hij laat zich inspireren door een (zijn) ‘werkelijkheid’, door realia die hem nauw aan het hart liggen. Hij heeft het bij uitstek dichterlijke vermogen dingen als nieuw te zien; soms kunnen dingen ‘lijken op iets wat niet eerder // door het woord is aangeraakt’.

Hij beschrijft niets. Zijn gedichten zijn de neerslag van mentale reacties op visuele en auditieve ervaringen – en van de manier waarop hij die verwerkt. Zijn werk heeft een sterk poëticaal karakter, ervaren en (ver)dichten zijn één enkele beweging.

De openingscyclus die begint met het geïsoleerde woord ‘Alleen’ en eindigt met een ultieme metafoor: ‘Als aan een wolk verwant / wil ik niets dan hangen in jouw geverfde hemel’, is liefdespoëzie van een uitzonderlijk gehalte.

Wat zijn voorkeuren betreft is de dichter niet terughoudend. In De Galerij stelt hij zijn preferente aandeelhouders voor, zorgvuldig alfabetisch geordend, van Borges via Clapton, Coltrane, Dylan, Gezelle, Lucebert en Pessoa tot Vroman. Ook Lozano, kennelijk een voetballer, hoort erbij en wordt opgevoerd als ‘tovenaar die van zijn eigen kunsten schrikt’; ‘Schoonheid is wat hem kwetsbaar maakt. / Schoonheid is

waar zijn naam voor staat. / En lang daarna nog opklinkt. Gegrift in /perkament en graffiti. Zijn naam, een matador.’

Schoonheid is oorzaak en essentie, de schoonheid die aan het sublieme grenst: ‘Middenin een hart dat weet dat het enkel / de schoonheid is, de schitterende, / wanhopig makende schoonheid is // waaraan wij schatplichtig zijn.’

De dichter tekent geen portretten. Hij taalt zijn positie; hij leeft zich niet zozeer in zijn personages in, zij, hun woorden, hun klanken, hun gebaren, leven zich in in hem. (Omtrent Vroman: ‘Knerpend als sneeuw draag ik zijn stem doorheen / de mooie rommel van mijn leden. Luidkeels hoor ik / hem zingen. Met mijn stem zingt hij.’)

Ver weg in Europa is geen suite reisgedichten, al heeft de dichter de inspirerende plaatsen, van het Dorp van de Tien, Aldeia das Dez, tot Vézelay – weer is de volgorde alfabetisch – heus wel gezien. In Vézelay zegt hij: ‘Waar de blik / verdwaalt en hapert blijf ik staan en luister.’ Verandering van thema veroorzaakt geen stijlbreuk. De dichter hoeft geen ander register open te trekken om een (zelf)’Portret van de dichter als coureur’ te schetsen en laat zich kennen als een ambitieus man: ‘Hij ziet zichzelf met strakke vingers / naar de hemel wijzen. Geeft ons op een blaadje: / op een goeie dag en één voor één schrijf ik / jullie allemaal 
voorgoed naar huis.’

Gedreven weet Rigolle de grandeur et misère van coureurs op te roepen: ‘Als stervende zwanen, zo mooi gaan wij kapot. / Gemaakt en voorbestemd om niets dan / stukgetrapte schoonheid uit te dragen.’

Dat dichten geen sinecure is, net zo min als het beklimmen van de Mont Ventoux, blijkt ook uit de serene Noveen, een cyclus van negengedichten, telkens drie drieregelige strofen. Het eerste vers van de reeks, hierboven afgedrukt, verwoordt bijna programmatisch de instelling van iemand die zich toespitst op de kern, op wat overblijft al je al het overbodige los gelaten hebt. Poëzie is, net als politiek, een kunst van het mogelijke. Wat mogelijk is, wordt beheerst en begrensd door de taal. Taal die Rigolle beheerst en bedwingt in een permanente strijd, zoals blijkt uit de laatste regels van de kleine reeks Tot het bestaat, een ‘naschrift’: ‘Altijd is en blijft het, altijd zal het / knokken zijn in de ring van de taal. // Tot het bestaat.’

Renaat Ramon

Vindplaats: degeus mei 2013 > pagina 49 
De Geus, mei 2013: http://issuu.com/reyger/docs/degeus_05mei13

 
 
 
  Do 21/3/2013: Vandaag koos Bert Bevers "Noveen 2" voor zijn blogrubriek "Uit de kast". Zie deze link  
 
 
  Za 9/3/2013: Vanwege de cyclus "Portret van de dichter als coureur" wordt het bestaan van "Tot het bestaat" ook gesignaleerd op de ronduit fantastische Wielersportboekensite! En wel via deze link.  
 
 
  Do 7/3/2013: Drie gedichten op de Schaal van Digther, de blog van het online-tijdschrift Digther waarin ik in de redactie zit: Vrede, Gezelle en Recanati  
 
 
  Do 7/3/2013: Mooie reactie van Martin Carrette, dé Stadsdichter van Deinze, op Facebook: 

Vandaag "Tot het bestaat" uitgelezen. Toch wel onder de indruk. De eerste reeks gedichten "Hooglied" is van zeer hoge kwaliteit, "De galerij" zeer herkenbaar en vooral prachtig hoe je de figuren in kwestie typeert (Lucebert, Vroman). Ver weg in Europa is dan weer een titel die me gweldig aanspreekt omdat John Berger een van mijn absolute favorieten is. Kan die man schrijven! Ik moet je bekennen dat ik de laatste regels van het laatste gedicht in Tot het bestaat, herken als wat mij ook drijft bij schrijven:
Altijd is en blijft het, altijd zal het knokken zijn, in de ring van de taal. TOT HET BESTAAT. Zolang blijven we doorgaan.
Prachtige bundel. 

  

 
 
 
  Za 16/2/2013: Een bericht op de Poëziecentrum-site

Het bericht:


In 2006 nam de Stad Roeselare de beslissing om naar aanleiding van Gedichtendag een dichtbundel uit te geven die door een Roeselaars dichter wordt geschreven of die Roeselare als thema heeft.

Na Eric Derluyn, Joost Vanbrussel, Gilbert Coghe, Dirk Blockeel, Patrick Cornillie en Jan Coghe is dit jaar Paul Rigolle aan de beurt met de bundel Tot het bestaat, een gemeenschappelijke uitgave van Stad Roeselare en vzw Het Portaal.

Samen met de dichtbundel verschijnt er ook een deel in de bibliografische reeks Roeselaarse auteurs over Paul Rigolle. Die publicatie bevat informatie over dichtbundels van Paul Rigolle, artikels van of over hem, opname van gedichten in tijdschriften en andere publicaties ...

Tot het bestaat kan besteld worden via Uitgeverij De Vries-Brouwers en kost € 14,90

De cahiers rond Roeselaarse auteurs zijn gratis ter beschikking in de openbare bibliotheek van Roeselare.

In 2009 publiceerde het Poëziecentrum de bundel Van het hart een steen van Paul Rigolle.

 
 
 
  Ma 4/2/2013 - Eerste recensie - Kritisch Lezen - de Recensiebladzijden van de Humanistisch Vrijzinnige Vereniging.

Tot het bestaat
Gedichten.
Paul Rigolle.
Uitgeverij C. de Vries-Brouwers  Antwerpen Rotterdam 2013.

ISBN: 978-90-5927-300-9
 

“ De dag/week van de poëzie “ is weer voorbij en zoals dat nu al enkele jaren de gewoonte is, brak het  mediakoor weer uit in de gekende klaagzang : “ Er is nog wel interesse in de poëzie , maar er wordt geen poëzie meer gekocht.” Het eerste deel van deze verklaring is duidelijk een under- statement. Naar poëzieavonden , –voorstellingen en –lezingen komt een jaarlijks groeiend aantal mensen. Het tweede deel blijkt ook niet helemaal te kloppen: De jongste  gedichtenbundels“ Tot het bestaat” van Paul Rigolle gingen als hete broodjes door de druk signerende handen van de auteur , tijdens de poëzieavond in Roeselare, waarop het boek aan het publiek werd voorgesteld….

Zoals dat met vele gedichtenbundels het geval is, is ook “ Tot het bestaat” een collectie van de gedichten die eerder  al her en der gepubliceerd werden.  Daarom heeft de dichter ze ook als zes aparte “schotels” opgediend.

 “ Hooglied” zijn vijf zangen van verrast worden door een ontmoeting, van herkenning, van ontwaken in ( “ de ramen van”) een droom, van tederheid, van schroom, van passie, van broosheid ( “Eén ogenblik lang verschuift een stoel.”)

“De Galerij” is een reeks stevig geborstelde portretten van mensen die we allemaal kennen: Borges,  Clapton (die van “vroeger”),Coltrane,  Dylan, Gezelle, Lozano, Lucebert, Pessoa, Vroman. Het zijn geen “beschrijvingen”, natuurlijk maar de echo van een verhouding, de weerklank van wat deze mensen bijzonder maakte, van wat ze bij de dichter teweegbrachten/ teweegbrengen.

In “ Ver weg in Europa” ga je naar plekken die de auteur kent, waart hij was, waarnaar hij reisde, waar hij misschien over fantaseerde of  bijzondere herinneringen aan heeft:   o.a. Carrickfergus, Eldersborn, Vézalay, Heist, Oostende , Puyvelde…. Ook hier geen  relaas van een reis-met- verblijf., natuurlijk, maar “indrukken van”, “denken aan”, bijvoorbeeld het oerelement dat de zee is,  Paul Otlet en de archieven van het mundaneum, mensen die hij ontmoet of kent, de persoonlijkheid van  een leeszaal….

Het “ portret van de dichter als coureur” zijn gedichten over de passie van het “koersen”, de fascinatie met de koers, de liefde voor die sport,  de koersfiets, de coureurs , het klimmen  ( “hogerop kruipen”), de inspanning die dat vergt ( “het gezicht verkrampt, de grimas, de pijn, het lijden”), de schoonheid van het “kapotgaan”, de verbetenheid, de eindstreep, de triomf van het winnen, de soigneur. Prachtige, robuuste gedichten. Gedichten over het wielrennen van voor de zondeval. Wat was het wielrennen toch mooi, vroeger. 

 Er bestaan weinig gedichten over sport die “goed” zijn. Deze zouden in elke bloemlezing moeten staan. ) “ Gap” en “Briek” zijn meesterwerkjes.  

Er is geen groter contrast mogelijk tussen de gebeitelde sport- gedichten en het laatste “hoofdstuk”: “Noveen”.

“ Noveen” bevat negen gedichten elk van negen regels , die niets tastbaars  (meer) hebben, maar met de vingertoppen van het gevoel  aftastend peilen naar het bijna onvatbare: “ Wat in ons weegt en wat ons lichter maakt” ;“ Wat zich aan tijd en taal onttrekt”; “ Wat weggaat en wat vloeit, wat blijft”; “ Wat liefde met ons doet”; “ Wat pijn doet en wat ons vergeet.” Gedichten die bijna een gebed zijn, een zoeken naar de diepere roerselen van het leven, de bevreemding van het bestaan het verwonderlijke van te leven en wat dat dan is, het zien van die diepere cellen van het zijn, het voorbijgaan, het bijna aanraken van het raadsel van afstand en tijd,  het dagelijkse leven voorbij,  louterend na een grote pijn, een  noveen die“ grenzen zoekt tot ver, tot ver voorbij de taal.

Een gedichtenbundel die weer maar eens bewijst dat er veel “goede” poëzie bestaat, en dat niet enkel binnen het gekende circuit.

V De Raeymaeker.

Vindplaats: de recensiebladzijden van het Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, bereikbaar via deze link.

 
 
 
  Uit
Uit in West-Vlaanderen? Jazeker gaan we uit in West-Vlaanderen. Zelfs op de vooravond van Gedichtendag!
Uit in Vlaanderen - 30/1/2013 -Tot het bestaat in Rumbeke

Het volledige bericht:

De 14de Gedichtendag is de start van een week vol poëzie en muziek, want met dit thema wordt de eerste Poëzieweek extra feestelijk. Poëzie swingt en jivet, ontroert en vervoert, rapt en rockt als nooit tevoren. Zo ook de poëzie van Paul Rigolle. Op Gedichtendag stelt hij u graag zijn nieuwe dichtbundel ‘Tot het bestaat' voor, met muzikaal intermezzo van Jef Van de Casteele.
Wanneer
woe 30/01/13 om 19:30
Waar
De Kleine Stooringhe
Blinde Rodenbachstraat 23, 8800 Rumbeke
Wegbeschrijving, Routeplanner De Lijn

Wie  Paul Rigolle (Auteur), Jef Van de Casteele (Muzikant)
Prijs Gratis 
Organisatie vzw Het Portaal
Contact onthaal@roeselare.be
Leeftijd 18+
 
 
 
  Voorstelling

Tot het bestaat, de vijfde dichtbundel van Paul Rigolle wordt op woensdag 30 januari 2013 om 19:30 u. voorgesteld in het kunstencentrum De Kleine Stooringhe in Rumbeke.

Iedereen welkom!


(Blogbericht: woe 9/1/2013)
 
 
 
  Flaptekst 1

In zijn vorige bundel maakte Paul Rigolle nog van zijn hart een steen en knoopte na een lange stilte weer aan met de stem die énkel en alleen de zijne kon zijn. In zijn nieuwe bundel roept hij de dingen en de dagen, de iconen en de plaatsen, de passies en de sentimenten op waaraan de 
dichter schatplichtig is. Mét wat hem lief is zal hij zijn! 
Met én dankzij de taal. 
Tot het bestaat

 
 
 
  Flaptekst 2

Over zijn vorige bundel Van het hart een steen (Poëziecentrum-2009) schreef men o.a.: 

Van het hart een steen is geen bundel om ongelezen te laten. “ 
Dirk De Geest in De Leeswolf 

“Samenvattend ervaren we in deze bundel hoe Rigolle ons in een omtrekkende beweging deelgenoot maakt van de ‘echte thema’s. Hij doet dit door middel van originele, talige constructies waarin het treffende woord overheerst, een sober idioom maar raak gebruik van metaforen 
en een beeldspraak die haar oorsprong vindt in een knappe beheersing van diezelfde taal.
” 
Peter W.J. Brouwer in Ambrozijn. 

Van komma naar komma tot punt bouwen de gedichten zich op in een immer krachtige taal.” 
Philip Hoorne in Knack/Boekenburen. 

In de bundel ‘van het hart een steen’ is een man aan het woord die aan de rand van rivieren wilde staan en uitzicht heeft.” 
Hugo Verstraeten in Digther

 
 
 
     
  Pdf cover Tot het bestaat  
     
     
 

 Blog Paul Rigolle 
Homepage