dinsdag, september 19, 2006

Je mag al van oker spreken





















Foto en tekst © Paul Rigolle – Je mag al van oker- 2006

Herinneringen hebben de neiging om zich uit te breiden. Een steen in de tijd. De kikker in de vergeten vijver. Gerimpel. Het dorp van herkomst is een plaats van herkenning én van vervreemding geworden. Het weer is mooi. Volle zon nog en maar een likje herfst. September. Je mag al van oker spreken. Het is goed om terug te zijn. Tussen het volk sta je, in het volk ga je op. Een cijfer in een trommel. Al hoop je niet dat iemand jou zal uitverkiezen. De jaarlijkse wielerhoogdag is zelden een doel op zich. Enkel een aanleiding. En toch kijkt men reikhalzend uit, staart men, als in een zachte western, naar het opstuivend stof voorbij de Steenbakkerij naar de einder, alsof men iets wil weten wat nog niet geweten is. De afloop van een stuk die vooraf te voorspellen valt. Er wordt gewonnen. Er wordt verloren. Voorbij de aankomst gaat – jong en bloedend - een renner neer. Op de tribune hoor je begeleidend de sensatie in de stemmen en de harten trillen. Een collectieve schreeuw die meer op hardop zuchten lijkt. Jaarlijks is dit een afspraak die je moet houden. Er zijn cirkels die men, zolang het kan, niet moet onderbreken. Wel wordt de voorraad vaders en vrienden al jaren dunner. De één op reis, de ander druk. Of drukker. Maar geen nood. Aan de bierstalletjes, de boekmakersborden… Aan de drogevissenkramen… Aan elke toog in de laatste cafés van vertrouwen herken je hun jongere versie aan de ogen. De zonen, dat merk je, hebben het overgenomen. En dat is zoals het hoort want ook in een dorp dat verdwijnt moet de toekomst voorgoed verzekerd worden.

Notitie bij Koolskamp Koers, vrijdag 15 september 2006
Rubrieken: Zoals het licht en Het hart van Bitossi





referer referrer referers referrers http_referer