vrijdag, december 28, 2007

Vondst

Vanmorgen gevonden! Tussen de bladzijden “In de trein” (pag. 558) en “In het park” (pag. 559) van Muziek voor de overtocht (gedichten 1975-2005), het mooie vuistdikke dichtwerk van Stefan Hertmans, dit blaadje mét een boodschap:

”Als de was gedaan is, wil je dan het water afleggen en de stekker uittrekken”.

Aan zoveel terugwerkende kracht valt niet te weerstaan.

Uit: "De man met de leesbril". . Dagboekfrasen (13).

Labels: ,

maandag, december 10, 2007

Die verstrijkt

Tussen het obligate en het dwingende staan we stil. Soms langer dan ons lief is. Soms omdat het ons lief is. Vergruizeld en verdeeld hebben wij ons nadien opnieuw verzameld. Na de verstomming de stukken van de goedkope vaas van ons hele hebben en houden bij elkaar geraapd geraapt en gelijmd om door te kunnen gaan. Nadien. Later is later en tijd is tijd. Die verstrijkt. Vijf jaar zijn er om herinneringen opnieuw uit te vinden.

Uit: "De man met de leesbril". Dagboekfrasen (13)

Labels: ,

donderdag, november 22, 2007

Het Alsof

Ik heb zin om alles omver te blazen, zegt hij. De glimlach sterft op zijn gezicht. Ik waarschuw hem. Als hij niet oplet, zeg ik, is gelukzaligheid de enige indruk die ik ooit nog van hem wil overhouden. Het is stil op het platteland vandaag. We staan aan de rand van het veldje voor het huis. Er is gras gezaaid. Hobby- of sportgras? waag ik. Hij hoort mij niet en kijkt alleen maar voor zich uit. Hij heeft een Persil-fles van plastic (of is het Javel La Croix, ik kan het opschrift niet meer lezen) omgebouwd tot een windmolentje. Zo mag ik hem: hij kijkt alsof ie het warm water heeft uitgevonden.

Het Alsof is een land dat zo groot is dat je er in kan wonen.

Uit: "De man met de leesbril". Het Alsof, dinsdag 6 november 2007.. Dagboekfrasen (12).

Labels: ,

vrijdag, november 09, 2007

Glans

Exhibitieruimte. Koketteerplaats. Tovertank. "Dumpsite converted into an exhibition space". Het found footage van onze woorden… Bijna als "gevonden vreten" klinkt het. Het lokt ons aan en het trekt ons weg. In A. zitten we alweer ‘ns een keer in "Het blauwe tuig". Veel tristesse die ons wegvoert van hier hangt in de kroeg. Veel waan loopt de muren op. Met zijn allen buigen we ons over de vraagstukken van de avond. Da's de afspraak. Daar willen we ons aan houden. Tristesse heeft een kleur. We drinken en we zeuren. De gedachte houdt ons bezig; de vraag: of de plaats niet bepalend is voor de gedachte... Niet veel nieuws natuurlijk. Het is wellicht al duizend keer voor ons geformuleerd. Geponeerd. En toch: Zelf het eigen licht over de dingen laten schijnen maakt dat we de dingen anders zien. En maken. Zo is het altijd. Het is de glans die het verschil maakt. De glans die van ons een ander maakt.

Uit: "De man met de leesbril". Dagboekfrasen (11).

Labels: ,

vrijdag, november 02, 2007

Grossieren

Grossieren in volzinnen. Is het meer dan een gewoonte? Is het een houding die bij jou past als een adem? Een houding die jezelf hebt aangemeten omdat er niets anders is. Wat is het? Zinnen, woorden, letters... Die noteren. Daar iets mee bedoelen. Ze laten voor wat ze zijn. Ze laten gaan. En dan soms, heel soms met wat geveinsde, zeer particuliere verbazing vast te stellen dat ze hun eigen leven zijn gaan leven. Dat je ze, als je ze nog ‘ns bij elkaar gaat lezen, alleen nog herkent alsof ze van een ander zijn… Alsof iemand achteloos (en toch bijna als was het zo bedoeld) voor iemand anders een boodschap heeft nagelaten:

Want alleen wie jong is heeft het in zich om de toekomst te herschrijven zoals ze nog niet is geweest.

Zinnen. Veel meewarigheid om zinnen. Ze ontsnappen je. En af en toe doet er eentje van jezelf alsof ie van iemand anders is. Al kost het maar heel weinig moeite om daar mee te leven.

Uit: “De man met de leesbril”. Dagboekfrasen (10).

Labels: ,

woensdag, juli 25, 2007

Wegwijzers

Op weg naar Eindhoven (Van Abbe!) kom ik de wegwijzers tegen. De eerste wil mij afleiden naar Herentals. De tweede wijst naar Arendonk. We zijn in de kempen, zeg ik, tegen zij die me lief is en ik slaag er in om het lied dat op mijn lippen ligt, net niet aan te heffen. Arendonk en Herentals. Dat zijn, er is geen andere weg, Rik I en Rik II. De onderkoningen van de Kempen. Uren later na de koffie van Eindhoven in de regen en dé Vanabbevraag die weet na te branden (“Wo stehst Du mit deiner Kunst, Kollege?”) rijden we terug. Er is ineens dat bericht op de radio. Mij toch nog verbijsterend. Dat ook Vino, de krijger met de kreupele knieën, eigenlijk ook maar een doodgewone sjoemelaar gebleken is… Spontaan wellen woorden op. Kazakkendraaier! Kamperfoeliescheut! Klotenklooier. Mijn voorruit - zo merk ik plots - hangt vol smurrie. Ik denk aan Andrei Kivilev en aan wegwijzers die in Kazachstan naar Petropavl leiden.

De man met de leesbril. Dagboekfrasen (9)
Rubriek: Het hart van Bitossi


Labels: ,

maandag, juli 09, 2007

Helmbossen

Zadelpijn (5)

Terwijl ik alsmaar dromen blijf van een boekje vol ernstige flauwiteiten. En paraproza. Of parapentenproza. En van nog veel meer ernst die ongezegd moet blijven. Terwijl ik mezelf voorhou te werken aan wat groter is, blijven de zomerdagen mij opzoeken alsof ze niks anders hebben te doen. Is het de roes. Of de vermomming die ons doet leven. Maandag vandaag en alles zal wijken voor het Grote Circus Zurenbos. Vervaarlijk uit de hand gelopen jongensdroom trekt een streep doorheen de streek die ik willens nillens de mijne noem. Ik zie het gebeuren, maak het mee. Loopt op wieltjes, valt uiteen in kleuren. Tour de France. Het geel van Fabian Cancellara. De spichtige knieën van Robbie de Australische Vlaming. Koning Tom, Prins Gilbert. Straks neem ik een trein naar een laan in Gent. Uit wat als helmbossen wuift, bestaat de wereld. En uit niets dan nadar en laatste rechte lijnen.


De man met de leesbril. Dagboekfrasen (8)
Rubriek: Het hart van Bitossi


Labels: , ,

zondag, juli 08, 2007

Gewicht

Van mond tot oor: J’ai deux amours. Dee Dee Bridgewater. Josephine Baker. Vandaag in de versie van Madeleine Peyroux. Je rijdt terug. Over de dorpen heen. Van Diksmuide over Kortemark tot in Lichtervelde. En verder nog, Gentwaarts. De echo’s van een mooie late namiddag in het oor. Literatuur op een terras vol dichters. Wie Willy Sneeuw is zullen wij nooit weten. Traangasmaatschappij. Wie is bang voor mantelpakmeisjes. Verse vrouwen. De weg die je gaat is de omgekeerde weg van oude ijzerbedevaarders. Trimards, loonknechten, Fransmans… Les Godverdommes. Op de Ijzerbrug in Diksmuide hangen mensen ballonnen op in de avondzon. De doortocht van de Tour op maandag. Vlaanderen hangt zijn attracties uit. Zeven lettergrepen. Imponderabilia… Wat geen gewicht heeft en toch weegt. Tourtijd. Kijken naar de bergen. En zij die ze beklommen. Net als toen kan het perfect, neuriën terwijl men praat: J’ai deux amours. Helemaal waar is het niet. Ik heb er honderd.

De man met de leesbril. Dagboekfrasen (7)

Labels: ,

vrijdag, juni 22, 2007

Sms

Bedenking: “Een geschreven taal die zich zo makkelijk laat doen dat ze de woorden afknapt en knabbelt en zich stomweg zomaar gaat aanpassen aan de afmetingen van zo'n pamperig Gsm-schermpje, daar, tja daar moet het vroeg of laat wel 'ns heel slecht mee aflopen…"

Uit: “De man met de leesbril”. Dagboekfrasen (6).

Labels: ,

maandag, juni 18, 2007

Rouwen om Rorty

Filosofen hebben vaak net iets meer dan toevalligheden met dichters gemeen. Er zijn er die je lijkt te kennen zonder dat je ooit een letter van hen gelezen hebt. Bij anderen lukt dat veel minder. Zelfs al heb je hun verzameld werk eerder en op een verwaaide keer al ‘ns grondig doorgenomen. Richard Rorty, de filosoof die een goeie week geleden overleed was niet van de laatste soort. De berichten over zijn dood stonden, net als de bestanden die ik in de loop van de jaren aan hem heb mogen wijden, vol van de gemeenplaatsen. Rorty was een man met het hart op de juiste plaats, zo heet het. En zo was het. Filosofie als spel van de taal… “Philosophy and the Mirror of Nature”, dat volgens sommigen leest als een overlijdensbericht van de filosofie. De niet te vertrouwen metafoor van de geest als een spiegel, waarin de werkelijkheid gespiegeld wordt. Recent kennen we Rorty dan weer van zijn niet mis te verstane stellingname in de Irak-esbattementen en de kleine kleurige ballon hij opliet door te opperen dat het nu wel de hoogste tijd was dat Europa de rol van gendarm in de wereld ging overnemen. Voor een Amerikaan niet evident, zo'n uitspraak. “De wereld is ons eigen maaksel, laten we daar dan ook naar handelen…” zijn helemaal zijn eigen woorden. Gisteren heb ik de stukken die naar aanleiding van de dood van Richard Rorty zijn gepubliceerd – o dat schitterende copy-paste gedoe – aan elkaar geregen. In één bestand. Een beetje zoals hij, lees ik, in zichzelf tenslotte toch nog Trotsky wist te verzoenen met zijn passie voor wilde orchideeën. “Rouwen om Rorty”. Een bestand als een klein monumentje op een grote harde schijf. Het aanmaken ervan voelt aan alsof ik – in een late buiging voor de meester van het ironische denken, die – is het toeval - op het laatst eerder in de literatuur dan in de filosofie was gaan geloven - voor de zoveelste keer te laat kom. Met al mijn gammele, maar niettemin helder opklinkende woorden. Ook al blijft natuurlijk wel waar dat de dood ons doet stamelen. Zelfs die van filosofen.

Uit: “De man met de leesbril”. Dagboekfrasen (5).

Extern:
Richard Rorty overleden” bij de Conceptuele ingenieur, het Nrc Handelsblad en op vele andere plaatsen.
Trotsky and the Wild Orchids
Richard Rorty-homepage
Richard Rorty died on June 8th 2007 bij "A common reader" van Jan Mariën



Labels: ,

zondag, juni 10, 2007

Dat beetje rood

(Dagboekfrasen/4)

Toch een mooie vaststelling die ons voor de duur van een fijn moment mag veroordelen tot de orde van de glimlach... Tot spijt van de marketeers, de flippernichten en de regelneven (en de banen waarin zij ons, erg ordinair en net als in de jaren stilletjes, ook nu nog als kiespijnvee menen te kunnen leiden), zijn aan het eind van de lijn, nog geen duizend doedestem-testen in staat om ons af te leiden van wat wij van voorafaan al met zekerheid wisten. Dat, ook al blijven we dagdagelijks gevat in de gezonde kortsluiting tussen wat kan doorgaan voor een ploegbeest en wat beantwoordt aan de omschrijving van de rabiate soloslimmer, dat beetje rood tenslotte toch nog altijd wonderen doet. Net... Net als op die gekneusde knie van toen.

Uit: “De man met de leesbril”. Dagboekfrasen (4).
Notitie bij een stemhokwandeling.

Labels: , ,

vrijdag, mei 11, 2007

Iets toe te voegen

(Dagboekfrasen/3)

Onrust doet hees zingen. Ik lees het in het poëzierapport dat Alain Delmotte over de debuutbundel van Frédéric Leroy schrijft. En ik ben akkoord. Omdat ik het zelf ook herken. Zo wil ook ik dat ze klinkt op vandaag, de stem, mijn stem. Getekend, gekwetst, gehavend door en voor het leven. Zo wil ik dat het is. Dat de dingen die we maken hun kracht niet hebben afgelegd. Dat ze, eenmaal gemaakt, geschilderd, geschreven, nog in staat zijn om naar de straat te blijven ruiken. Liever hees en krom te zingen dan te zingen als de nachtegaal. Ik ben akkoord. Dit is de tijd. Dit is wat de dag ons vraagt. Het kan, het mag niet al te mooi. Het mag ons in schoonheid niet verraden. We dansen allang niet meer in Wenen. Bespaar ons de nachtegaal. Geef ons de verbasterde kraai, de kras in de keel van teveel Oraal, geef ons het ongezouten gejengel. Onrust doet hees zingen. Het is een zin om over te schrijven. In een boekje. Of om over te schrijven als men – eindelijk! - een manier gevonden heeft om over de dingen te schrijven en alleen nog een motto zoekt om aan wat geschreven staat, in extremis nog iets toe te voegen, door het er aan vooraf te laten gaan.


Uit: “De man met de leesbril”. Dagboekfrasen (3).
Notitie bij het Poëzierapport van Alain Delmotte over Gedichten, het debuut van Frédéric Leroy.

Labels: ,

dinsdag, mei 01, 2007

Zal ik komen

(Dagboekfrasen/2)

Opstappen in een stoet. Een eeuwigheid is het geleden. Er was een tijd dat ik er meer voor over had dan de man met de leesbril zich nu nog kan herinneren. Het liep storm in ons. Het liep storm in mij. Waar anderen graag teruggrijpen naar hun jeugd als naar de jaren van de baldadigheid koester ik in mij de jaren van het onderscheid. In een dorp vol geprevel en prelaten schreef ik geschiedenis. Mijn geschiedenis. Een jongen van de buiten die overliep naar de rooien. Niets wijst zoveel jaren later uit dat daarvoor geen reden was. Sociale afbraak, extreem rechts, opwarming… De wereld is niet veranderd. Al doet men graag alsof. Vaak zij van wie je het niet verwachten zou. Op één mei zie je nog zelden metsers in de stoeten lopen. Liever bouwen ze aan hun eigen woning. Of aan die van hun kinderen. Voor elk kind een huis. Mét dubbele garage en een wintersauna in de tuin. Op dure verkavelingen, woonerven zonder einder. Enkel nog gelovend in wat ze kunnen zien. Stenen en hun eigen handen. Anno nu. Zelf leg ik al evenmin nog veel afstand af om in een stoet te lopen. Heimwee naar wat is geweest heb ik niet. Ik ben een gelovige zonder kerk geworden. Maar ik weet, diep in mij weet ik dat er niet veel nodig is. Als men mij roept ben ik bereid om op te stappen… Als men mij roept zal ik komen.


Uit: “De man met de leesbril”. Dagboekfrasen (2).
Ill.: 1 mei poster, Rusland 1920


Labels: ,

zondag, april 22, 2007

Resumeert

(Dagboekfrasen/1)

De merel op het dak van de smidse in de ochtendschemering (“het gloren”). Telkens zit ie er opnieuw. Met veel stelligheid. Een axioma bij dageraad. En bij regenloze dagen. Uitgeschud. Te janken naar de hemel als een kleine gevleugelde vod van een hond in het Uur van de wolf. Het uur waarop ik mij overgeef aan dagelijkse taferelen, koffiezetten in de keuken, lezen van mail, het noteren van wat van de nacht is overgebleven... Die merel. Als ik hem niet zou zien, ik zou hem missen. En de ochtend die hij voor mij resumeert. Weet te resumeren! Op perfecte wijze.

Uit: “Wat niet verzameld wil worden”. Dagboekfrasen (1).

Labels: ,