zaterdag, oktober 13, 2007

En niet gering

Het is (7)

Het is vergeeld. En het is vertaald. Het is de jongen die zichzelf uit het particulier geheugen heeft geschrapt. De klasfoto die niet voltallig is. Daardoor en nét daarom. Het is het ouwe vaatje waaruit men tapt. De terugkeer naar wat er het eerste was. De blauwvoet die - wat een geluk - versleten is. De Vierhoek waarop jij niet meer op het meisje wacht. De lichtende vrede die ik niet zal zien. Niet niks is het. En niet gering. Het is veel, het is alles wat het hier mag zijn. Alles wat hier nog komen moet. Een weblog is het dat zich niet meer haast. Piekens troef. Het prentje van de kannibaal. Het gele kartonnetje van wie er op iemand heeft gewed. De reden waarom, nooit gedacht, de Bel 20 verder zakt. Het Gouden Boek en het Gouden Ei. Het is wie je bent als je plannen smeedt. De tomaat die op het aanrecht van de winter rijpt. Jij die dat beeld bewaart en daar veel zorg voor draagt. Jij die zegt: het is zoals jij bent als je bent zoals je in jaren niet meer bent geweest. Zo is het alweer een keer. Zoals het is. Het is.

Labels:

woensdag, augustus 22, 2007

Kaneelkasteel

Het is (6)

Alsof de plaats er toe doet, is het. Wat je aanwijst. Wat je verkroppen kunt. Het is wat overblijft als jouw vinger over een atlas loopt. Het beeld dat je daarvan krijgt. De klank die zich aanlengt in jouw oor. Instantmatic. Stigmatiebel. Precairebul. Het is wat het is, het is het allemaal. En dat het went en overgaat. Of niet. Mijn kaneelkasteel. Mijn lakebos, mijn hoovercraft, mijn kotverdriet. Discrete kamer, bolster van het glas dat ik heb opgehaald. De man die straks naar Italië reist. Perugia, here I come… De man die terugkomt van Japan. (Alsof hij er is geweest!). Alsof het van de tijd afhangt, is het. De toets die toegewezen wordt. Snelfunctie. Traagsyndroom. Stroomsoldaat. De mediaman die separaat en onverrichterzake zijn Nieuwsblad vol domme, kromme koppen bergt. Nadat hij ons heeft opgeklopt. Heeft afgedaan. De clown met de kastanjes in zijn kruin. (De ratten klimmen naar zijn zaad). Wie mij ziet is het. En wie mij hoort. Het dansen van de kalveren op het ijs. Het klateren van een beek vol brekebeen. Het is dat het soms ook iets anders is. Mentaal van aard. Doffer in onze kleur. Iets wat je niet bevroedt. Iets wat je niet bevreemdt. Het is. Alweer en opnieuw. Tot tweemaal toe: het is.

Labels:

zaterdag, juli 21, 2007

De witte wijn

Het is (5)

Het is de structuur van het hoefblad. De lengte van het jaagpad. Het is het groen dat mij vergezelt. Het werkwoord fietsen dat mij als een zadel draagt. Nationaal, een feestdag en een schot. De witte wijn van mijn wereld. De rode bonbon die de tongen kleurt. Het is een zomer die voorbijgaat zonder dat hij is opgedaagd. Het Urbino en het Albi waar de mussen gapend van de hitte uit hun boom gevallen zijn. Het zijn de registers. Je telt ze en je stalt ze uit. Het is de taal die in die registers staat en haast niet (meer) van deze wereld is maar van een geheel dat alleen bestaat uit papier. Uit de wereld van het alsof. Uit de taal van het Bijna fictief en toch reëel. Want niets vind je uit dat niet bestaat. Het is. Op papier is het. En het is.


Labels:

zaterdag, juni 02, 2007

Een been

Het is (4)

Wat het is? Het is het overleven in de dronken droom. De wandeling. De walk-over in de gedachtenstock. Kort Amerikaans mijn haar. En dat van jou. Als toen we de sterren waren in een film die door niemand werd gedraaid. Het is het grienen van de tijd. Het graaien in de doos. Moeiteloos, het archiveren zonder pijn. Het is het lichaam dat wil verder gaan zonder dat de gedachte een been uitsteekt. Een pootje lapt. Het is de zaterdag van de week. Het is week tweeëntwintig in het jaar van de tijd. Het is de vrijheid van de foto waarop je alles ensceneert. Kadrering. Kamermuziek. Katrol. Het is wat ik geloof. Het is niet wat er wordt verzet. Het is wat ik niet geloof. Het is wat er wordt verzet. Het is waar wij voor staan. En waar wij niet voor staan. Het is.


Labels:

zaterdag, maart 31, 2007

Kijk mij nu

Het is (3)

Niet wat je zegt of denkt. Niet wat je voelt, noch wat je schrijft. Niet wat je jezelf ontzegt. Wat je ontkent is wat zal bestaan. Schroom. Tijdverdrijf. Geharrewar. Het is het marktsegment. Het is het princiepsakkoord. De karaktermoord. Het zijn de credo’s en de clichés. Geen rook zonder vuur. No roses without thorns. De goedkope tuin die men een ander niet belooft. Het is wat je het zicht beneemt en het is wat je de einder geeft. Het is de manier waarop de buitenman de stapel van zijn vee bestiert. Het is de orde van de klerk die de ringen van zijn mappen klaart. De intensiteit is het waarmee de goddelijke klingelaar klanken uit zijn arsenaal van klokken haalt. Het is wat amper het nieuws bereikt. Mijn nieuws. Haar nieuws. Jouw nieuws. En de verschillen die dat geeft. Het is het kijk mij nu en het kijk mij aan. De schijn van partijdigheid. Het particulier gevecht. Het zijn de tafels en de tijd. Een reep uit de taal gescheurd. Quark en kwark. Elementair. Het streekproduct, de netebukpaté… Het hommelbier... Het lichtsyndroom. Het is het temperament dat zichzelf heeft ingetoomd. Ontzield. Ontsmet. Ontzet. Het is wat je ontkent tot je het gelooft. Het is maar wat het is. Het is maar. Maar het is.

Labels:

vrijdag, maart 09, 2007

Bevroedt

Het is (2)

Wat de adem beneemt, schrijf je. In dat automatisch schrift van jou. Het hoofd houdt voor en de stem spreekt uit. Wat de adem beneemt! Wat de stem vermag! Bevroedt. En wat wij niet vermoeden raken we niet aan. Het is het bed, het dagelijkse bed van taal. Concreter nog. Duidelijker nog. Het is het beeld van het bed waarin men zelf mag rusten. Langoureus. Tijdloos. Weggeroofd. Het is het dek van dons dat een mens bedekt terwijl de wereld brandt. Elders. Niet hier. Uit de kleine liedjes is het een nacht die men alleen in films ziet. Of zoals ik – alweer een ritmeester met een horrelvoet - hoorde laatst, optekende tijdens de mooie voorstelling, het feest van een ander. Het verlangen is het willen dat uitrust van het moeten. (°). Maar meer nog is het. Meer nog is het steeds meer het willen. Het willen dat verdwijnt. Het is wat niet zal zijn. Wat was. Het is.

(°) Elvis Peeters in “Het paard van Nietzsche

Labels:

woensdag, februari 07, 2007

Stelt

Het is (1)

Het is de reden en het gevolg. Het is het strikt en het straks. Wat rechtvaardig oogt en wat zo fake is als wat. Het is een jongen van zestien met een mes op zak. Een tijdschriftlezer van achtenveertig. Het is het wat en het is het waarmee men een boer van zijn paard kan slaan. Het éénenvijftig (51) van de dichter. Het zijn de Dreamgirls en het is het All things must pass. Het is catchy en het kan. Het is het Baby Bling Bling. Het Papageno en het Creools. Het is uw zaak en het is de mijne. Het is het Alt P en het Ctrl V. Het is uit en het is aan. Het is de tropenkolder en de melodie. De kamperfoelie en de bloem. Het is een kruk. En het is een stelt. Je zegt het is waar het op staat. Je zegt het. Telkens weer en opnieuw zeg je het. Het is.

Labels: